GEIT

 

Geiten kunnen gevaccineerd worden tegen allerhande ziektes, waarbij vaccinaties tegen ‘de klem’ (tetanus) en enterotoxemie als basisvaccinaties moeten beschouwd worden.

Hieronder bespreken we deze ziektes, samen met nog een paar andere ziektes waartegen geitjes kunnen gevaccineerd worden:

TETANUS

Tetanus wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium tetani en deze ziekte wordt in de volksmond ook wel ‘de klem’ genoemd. Het meest typische symptoom is geiten die plots ‘stijf’ zijn. Andere mogelijke symptomen zijn coördinatieverlies, spasmen, opeengeklemde kaken, opengesperde ogen met verschijnen van het derde ooglid. Helaas komt behandeling meestal te laat dus preventie is zeer belangrijk! Dit betekent onder andere hygiënisch werken bij het verzorgen van wondjes, het inbrengen van de oormerken of klauwverzorging. De eerste vaccinatie kan gebeuren bij lammetjes vanaf 8 weken leeftijd. Deze eerste vaccinatie moet 2x gebeuren met 4 weken tussen. De vaccinatie moet daarna jaarlijks herhaald worden. Bij het vermoeden van een slechte biestvoorziening kan de vaccinatie vroeger gebeuren.

ENTEROTOXEMIE

Enterotoxemie wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium perfringens. Het meest typische symptoom is geiten/lammetjes die plots dood liggen, dikwijls met opgeblazen lijf. Meestal gaat het om de best groeiende dieren die het meeste eten, vandaar wordt deze aandoening ook de ‘weeldeziekte’ genoemd. Behandeling komt dus bijna altijd te laat dus ook hier weer is preventie zeer belangrijk. Dit betekent een goed management van de voeding en vaccinatie. De eerste vaccinatie kan gebeuren bij lammetjes vanaf 8 weken leeftijd. Deze eerste vaccinatie moet 2x gebeuren met 4 weken tussen. De vaccinatie moet daarna jaarlijks herhaald worden. Bij het vermoeden van een slechte biestvoorziening kan de vaccinatie vroeger gebeuren.

ROTKREUPEL

Dit is een zeer besmettelijke en uiterst pijnlijke ontsteking van de tussenklauwhuid bij geiten. Ze wordt veroorzaakt door de samenwerking tussen 2 bacteriën: Fusobacterium necrophorum en Dichelobacter nodosus. Door de pijn aan de klauwen gaan de geiten kreupel lopen en zullen ze grazen op de knieën omdat rechtstaan te pijnlijk wordt. Zelfs als er geen klinische symptomen zichtbaar zijn, kan de D. nodosus bacterie aanwezig zijn bij zogenoemde “dragers van de kiem” en vroeg of laat, onder de juiste omstandigheden (hoge temperatuur, natte omgeving,…) voor de bacterie, problemen veroorzaken. Behandeling is met antibiotica, pijnstilling en een goede klauwverzorging. Preventie gebeurt door een goed klauwonderhoud (min. 2x/jaar) en vaccineren met Footvax®: de eerste vaccinatie van het lam kan gebeuren op 3 maanden leeftijd en moet na 6 weken herhaald worden. Daarna moet deze vaccinatie halfjaarlijks herhaald worden.

 

Voor meer tips over het houden van geitjes, klik hier!

  • Gras, hooi en water moet het basisvoedsel zijn. Indien er niet genoeg gras aanwezig is, kan je ruwvoeder (hooi) bijgeven.
  • Elke dag een handje geitenkorrels is aan te raden, om de geitjes tam te houden en voor wat aanbreng van extra vitaminen en mineralen.
  • Te veel brood, korrels (kippenvoer!!), keukenafval … kan leiden tot penstympanie (maag vol gas) en pensacidose (verzuring maag, tot zelfs verzuring algemeen in het bloed). Dit is pijnlijk en kan in extreme gevallen dodelijk aflopen. Let dus bv. zeker op als je ook kippen hebt en het voer voor de kippen staat binnen bereik van de geitjes. Let ook op als voorbijgangers of buren de geitjes (kunnen) voeren. De gegeven hoeveelheid brood kan dan snel (gevaarlijk) hoog oplopen. Vraag de mensen vriendelijk maar kordaat om dit niet te doen.

Er zijn drie groepen wormen die schade kunnen berokkenen: de rondwormen (nematoden), de platwormen (trematoden) en de lintwormen (cestoden). Bij de rondwormen zijn deze vier soorten de belangrijkste: Haemonchus contortus of rode lebmaagworm, Nematodirus battus, Teladorsagia circumcincta en Trichostrongylus spp. Bij de platworm betreft het leverbot (Fasciola hepatica). Helaas werken de meeste courante ontwormingsmiddelen hier niet tegen. Let dus goed op bij risicoweiden (natte weiden). Infecties met lintwormen (Moniezia spp.) geven normaal niet veel problemen. Een besmetting kan herkend worden door “rijstkorrels” in de mest. Enkel bij jonge lammeren kunnen extreem erge infecties met lintwormen problemen veroorzaken, omdat er dan verstopping van de darmen kan optreden.

De belangrijkste symptomen bij wormbesmettingen zijn diarree, een verminderde eetlust en groeivertraging of vermageren. Bij erge besmettingen kunnen geiten uitgedroogd en sterk verzwakt geraken, met eventuele sterfte als gevolg. Het meest specifieke symptoom bij Haemonchus besmettingen is bloedarmoede (te herkennen aan bleke slijmvliezen, duidelijkst te zien aan de ogen), die veroorzaakt wordt doordat deze worm zich vasthecht in de lebmaag en daar bloed zuigt.

Vooraleer de geiten worden ontwormd, wordt er bij voorkeur eerst een mestonderzoek gedaan. Zo kan er gekeken worden of ze wormeitjes uitscheiden en met welke worm(en) ze besmet zijn. Afhankelijk van de uitslag kan er een gepaste behandeling worden gestart. Indien geen opvolging met een mestonderzoek gebeurt, wordt een geit best 2x per jaar ontwormd. Dit is ook het ideale moment om de klauwtjes te laten bijknippen. Jonge lammeren worden best in de eerste levensmaanden om de 2 maanden ontwormd.

Soms kan het noodzakelijk zijn om het ontwormschema aan te passen als er een hoge besmettingsgraad is op het weiland (bv natte, warme periode of veel jonge dieren op de weide). Een te frequente ontworming van alle geiten met te lage dosissen is de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van resistentie van maagdarmwormen tegen ontwormingsproducten. Daarom is de belangrijkste pijler in de preventie van resistentieontwikkeling het gebruik van de correcte dosis. Daarbij is vooral het correct schatten van het gewicht van de dieren een erg belangrijk gegeven.

Naast ontwormen is een goed weidebeheer belangrijk om besmettingen zo laag mogelijk te houden. Een eerste pijler is de dieren ontwormen vooraleer men ze verplaatst, waardoor de besmetting van de weide uitgesteld wordt. Een tweede pijler van een goed weidebeheer is het beperken van de besmetting van een weide door dieren te verplaatsen naar een andere weide net vooraleer de besmettingsgraad een bedreigend niveau bereikt. Ook het maaien van de weiden is een efficiënt middel om de besmettingsgraad te verlagen.

Wat is een keizersnede?

Een keizersnede of sectio caesarea is een chirurgische ingreep om een lam te laten geboren worden wanneer het via de natuurlijke weg niet kan. De meest voorkomende reden waarom dit wordt uitgevoerd, is een lam dat niet door het bekken past (zeer groot lam of zeer klein bekken bij de geit). Een andere reden voor een keizersnede kan bijvoorbeeld een slecht ontsloten cervix zijn.

Vooraf

De geit wordt in een propere, goed verlichte en vers ingestrooide stal of ruimte gelegd (indien mogelijk op een tafel). Een keizersnede bij de geit wordt altijd uitgevoerd in rechter zijlig. Een goede fixatie is belangrijk om proper en veilig te werken. Zowel de voor- als de achterpoten worden vastgebonden en het hoofd wordt door een assistent neer gehouden. Het operatieveld wordt ingezeept en geschoren. Daarna wordt het operatieveld ontsmet met alcohol. De geit wordt lokaal verdoofd met procaïne, zowel in de huid als in de spieren. Vervolgens wordt het operatieveld achtereenvolgens ontsmet met joodzeep, alcohol en een joodhoudende oplossing. De haren rond het operatieveld worden nog eens extra drooggedept om bevuiling van het operatieveld te voorkomen. Op onze praktijk wordt er voor elke keizersnede gewerkt met steriel wegwerpmateriaal en per keizersnede wordt een hitte-gesteriliseerde materiaaldoos gebruikt.

Hoe verloopt een keizersnede?

Na het insnijden van huid, spieren en buikvlies, wordt het lam opgezocht in de buikholte. Indien het lam met de rug naar de wonde ligt, wordt de baarmoeder met het lam erin eerst gedraaid voordat het lam eruit mag. Om het lam naar buiten te kunnen brengen, wordt met de rechterhand het klauwtje gezocht en met de linkerhand wordt de hak gefixeerd. Vervolgens wordt de hoorntop met de klauwtjes naar buiten gebracht, daarna de hak. Daarna wordt de baarmoederwand ingesneden. Dan wordt het tweede pootje erbij gehaald.

Eens het lam volledig uit de baarmoeder is, wordt hij/zij  op een propere ondergrond gelegd (liefst in de buurt van de moeder!) en de navel wordt ontsmet met joodtinctuur. Nadien wordt de baarmoeder terug opgezocht om te voelen of er geen tweede lam aanwezig is. Als er geen tweede is, wordt de baarmoeder gefixeerd met de baarmoedertang om te controleren op bloedingen. Als alles in orde is, kan de baarmoeder gehecht worden. In de buik wordt er antibiotica gedaan en tussen de spierlagen ook. De spieren worden in 1 laag gehecht, en daarna de onderhuid en de huid. Na het hechten wordt de wonde proper gemaakt met een doek en wordt er aluminiumspray aangebracht. Standaard krijgt een geit op onze praktijk ook een injectie met oxytocine en een pijnstillend middel.

Nazorg

Na de keizersnede start voor de boer nog een belangrijke taak: zo snel mogelijk na de keizersnede moeten de lammeren aangelegd worden voor te drinken. Net zoals bij koeien is de biest, de eerste melk, zeer belangrijk voor een goede afweer van de lammetjes tegen ziektekiemen. Om zeker te zijn dat de lammetjes genoeg biest krijgen is het zelfs aan te raden om deze eerste portie met een flesje te geven. Nadien moet er om de 2 uur gecontroleerd worden hoe het met de lammetjes is en of ze voldoende drinken. Indien de nageboorte niet afgekomen is na 12u belt u ons op.