HOND

 

Ontwormingsschema:

  • Vanaf 2 weken oud: om de 2 weken tot ze 2 maand oud zijn.
  • Daarna 1x/maand tot hij/zij 6 maand oud is.
  • Vervolgens minstens 4x/jaar of maandelijks afhankelijk van het risicoprofiel.

Bijvoorbeeld een hondje die binnen leeft en af en toe mee op wandeling gaat, heeft een veel kleiner risico dan een boerderijhond die het grootste deel van de tijd buiten loopt. Drachtige teven ontworm je zeker eens tijdens de dracht. Lacterende teven ontworm je samen met de pups.

Handig starttabeltje:

Leeftijd: Datum ontworming: Leeftijd: Datum ontworming:
6 weken   12 maand  
8 weken   1 jaar 3 maand  
3 maand   1 jaar 6 maand  
4 maand   1 jaar 9 maand  
5 maand   2 jaar  
6 maand   2 jaar 3 maand  
9 maand   2 jaar 6 maand  

 

Ontvlooien:

Ideaal gezien werk je hiervoor preventief. Dit kan met pipetjes (1x/maand), tabletten (1x/maand of 1x/3 maanden afhankelijk van het product) of met een halsband (werkzaam voor 6 maand).

Proficiat met jullie nieuwe huisgenoot! Hieronder vinden jullie een aantal algemene tips om de eerste weekjes zo goed mogelijk te laten verlopen!

  • Geef je hond de tijd om de nieuwe omgeving op zijn/haar eigen ritme te verkennen. Hou er rekening mee dat alles nieuw kan zijn! Wat hij/zij ziet, wat hij/zij ruikt, wat hij/zij hoort … Geef hem/haar daarom een eigen veilig plekje in de keuken of woonkamer vanwaar hij/zij alles in het oog kan houden, en zelf kan beslissen om te komen piepen als hij/zij er klaar voor is!
  • Geef je hond de voeding die hij/zij gewend is. Indien je graag overstapt naar een ander merk, doe dit dan na een paar weken en heel geleidelijk. Dus eerst een paar dagen ¼ van de nieuwe voeding met ¾ van de ‘oude’ voeding. Daarna een paar dagen ½ van de nieuwe voeding met ½ van de ‘oude’ voeding. Daarna een paar dagen ¾ van de nieuwe voeding met ¼ van de ‘oude’ voeding. Daarna kan u volledig overstappen op de nieuwe voeding. Indien u vragen heeft over type of merk voeding, stel ze ons gerust! Een goede, kwaliteitsvolle basisvoeding kan u ook altijd verkrijgen bij uw dierenarts.
  • Geef je hond op regelmatige tijdstippen eten. Indien het kan, is 3x/dag ook beter dan 2x/dag. Laat je hond vlak voor en na het eten geen wilde spelletjes doen!
  • Socialisatie in de ruimste zin van het woord is zeer belangrijk! Leer hem/haar omgaan met andere dieren (niet alleen soortgenoten!), kleine kinderen, oudere mensen, autoritjes, wandelingen in de stad, …
  • Ook honden wisselen hun melktandjes voor volwassen tanden. Dit is in de meeste gevallen tussen de 5 en 7 maanden. Zeker in deze periode zal je pup aan alles proberen te bijten. Geef hem/haar zoveel mogelijk (veilig!) kauwspeelgoed om te voorkomen dat hij/zij begint aan uw schoenen, meubilair, …
  • Een hond in huis is als een kind in huis: zorg ervoor dat er geen scherpe voorwerpen (naalden, punaises, …) of geneesmiddelen (pijnstillers, hartmedicatie, …) rondslingeren.
  • Vraag gerust ook naar onze documentjes specifiek gericht op vachtverzorging en/of zindelijkheidstraining!

Wanneer moet er naar de dierenarts gebeld worden?

  • Minder tot niet meer willen eten of drinken
  • Vermageren of verzwaren
  • Geen zin om te spelen of naar buiten gaan
  • Heel vaak of minder vaak urineren
  • Bloed in de ontlasting of diarree die langer dan 1 dag duurt
  • Meerdere keren na elkaar braken
  • Te veel speekselen
  • Onregelmatige ademhaling
  • Doffe vacht
  • Aanrijding
  • Wonde
  • Knobbel die (snel) groter wordt
Vaccinatieschema

  • 6 weken: Puppy-vaccin
  • 9 weken: Basisvaccin + eventueel kennelhoest extra
  • 12 weken: Basisvaccin + Leptopspirose
  • 16 weken: Basisvaccin + Leptospirose
  • Tussen 6 en 12 maanden een booster van het basisvaccin
  • Daarna jaarlijkse of driejaarlijkse herhaling afhankelijk van het vaccin

Welke ziektes houden deze vaccinaties in:

  • Parvovirus (Puppy, basis)
  • Distemper = Hondenziekte = ziekte van Carré (basis)
  • Hepatitis contagiosa = Virale hepatitis = adenovirus (basis)
  • Leptospirose = ziekte van Weil
  • Kennelhoest = parainfluenzavirus (basis)

Optionele vaccins:

  • Kennelhoest extra (= Bordetella bronchiseptica), is bv noodzakelijk als u van plan bent naar de hondenschool te gaan
  • Rabiës of hondsdolheid, is wettelijk verplicht wanneer u naar het buitenland gaat
  • Herpes
  • Ziekte van Lyme
  • Leishmaniose
Enkele basisregels:

  • Het water waarmee u uw hond wast, heeft best een temperatuur tussen de 30 – 35°C (lauw, beetje warm). Te warm water kan irritatie en zelfs lichte brandwonden veroorzaken!
  • Gebruik nooit mensenshampoo om uw hond mee te wassen! De zuurtegraad van de huid van een mens en een hond is verschillend. Als er een mensenshampoo gebruikt zou worden voor een hond, raakt de normale huidflora (= het natuurlijke bacteriegehalte die normaal de huid beschermt), beschadigd. Daarnaast zal de hond ook jeuk, irritaties en een doffe vacht krijgen.
  • Hou rekening met de leeftijd van uw hond, een gevoelige huid en eventuele huidproblemen als u een shampoo kiest. Puppy’s mogen niet gewassen worden met een shampoo voor volwassen honden (hun huid is nog heel gevoelig)
  • Lees eerst de gebruiksaanwijzing van de shampoo voordat u deze gebruikt. De meeste shampoos moeten eerst verdund worden of moeten een tijdje intrekken in de vacht voordat ze uitgespoeld mogen worden.
  • Shampoos moeten altijd goed worden uitgespoeld! Achtergebleven resten kunnen huidschilfers en uitslag veroorzaken.
  • Laat nooit shampoo in de ogen, oren, neus en mond komen! Indien dit gebeurt, onmiddellijk uitspoelen met water.
  • Als de hond gewassen is, probeer zoveel mogelijk van de vacht droog te krijgen met goede, waterabsorberende handdoeken. Let wel op dat u niet te hard wrijft met de handdoek. Daarna kan de hond in een warme omgeving blijven om goed op te drogen.
  • De vacht wordt altijd bewerkt met de haargroeirichting mee. Tegen de richting in kan irritatie veroorzaken.
  • Borstelen wordt altijd gedaan met een losse pols, er mag nooit geduwd worden op de borstel want dit kan schrammen maken op de huid.
  • Als de hond niet in de rui is, gebruik dan een fijne kam, pinnenborstel of een zachte universeelborstel om de vacht te bewerken. Een kam is vooral handig om knopen voorzichtig te verwijderen.

Een woordje uitleg:
Als een hond wordt geborsteld, is dit om de dode haren te verwijderen, niet de levende. Een haar leeft en heeft een groeicyclus van 3 fasen. De eerste fase (anagene fase) is de groeifase van het haar. In de katagene fase stopt de groei. Het haar zit nog vast in de huid, maar het haarzakje begint te verschrompelen. In de telogene fase valt het haar uit. In het haarzakje begint dan wel een nieuw haar aan een nieuwe groeicyclus.
De groeicyclus van het haar wordt beïnvloedt door verschillende factoren: voeding, stress, hormonen, lengte van het haar, omgevingstemperatuur,…