HOND

 

Vaccinatieschema

  • 6 weken: Puppy-vaccin
  • 9 weken: Basisvaccin + eventueel kennelhoest extra
  • 12 weken: Basisvaccin + Leptopspirose
  • 16 weken: Basisvaccin + Leptospirose
  • Tussen 6 en 12 maanden een booster van het basisvaccin
  • Daarna jaarlijkse of driejaarlijkse herhaling afhankelijk van het vaccin

Welke ziektes houden deze vaccinaties in

  • Parvovirus (Puppy, basis)
  • Distemper = Hondenziekte = ziekte van Carré (basis)
  • Hepatitis contagiosa = Virale hepatitis = adenovirus (basis)
  • Leptospirose = ziekte van Weil
  • Kennelhoest = parainfluenzavirus (basis)

Optionele vaccins

  • Kennelhoest extra (= Bordetella bronchiseptica), is bv noodzakelijk als u van plan bent naar de hondenschool te gaan
  • Rabiës of hondsdolheid, is wettelijk verplicht wanneer u naar het buitenland gaat
  • Herpes
  • Ziekte van Lyme
  • Leishmaniose

Proficiat met jullie nieuwe huisgenoot! Hieronder vinden jullie een aantal algemene tips om de eerste weekjes zo goed mogelijk te laten verlopen!

  • Geef je hond de tijd om de nieuwe omgeving op zijn/haar eigen ritme te verkennen. Hou er rekening mee dat alles nieuw kan zijn! Wat hij/zij ziet, wat hij/zij ruikt, wat hij/zij hoort … Geef hem/haar daarom een eigen veilig plekje in de keuken of woonkamer vanwaar hij/zij alles in het oog kan houden, en zelf kan beslissen om te komen piepen als hij/zij er klaar voor is!
  • Geef je hond de voeding die hij/zij gewend is. Indien je graag overstapt naar een ander merk, doe dit dan heel geleidelijk. Dus eerst een paar dagen ¼ van de nieuwe voeding met ¾ van de ‘oude’ voeding. Daarna een paar dagen ½ van de nieuwe voeding met ½ van de ‘oude’ voeding. Daarna een paar dagen ¾ van de nieuwe voeding met ¼ van de ‘oude’ voeding. Daarna kan u volledig overstappen op de nieuwe voeding. Indien u vragen heeft over type of merk voeding, stel ze ons gerust! Een goede, kwaliteitsvolle basisvoeding kan u ook altijd verkrijgen bij uw dierenarts.
  • Geef je hond op regelmatige tijdstippen eten. Indien het kan, is 3x/dag ook beter dan 2x/dag. Laat je hond vlak voor en na het eten geen wilde spelletjes doen!
  • Socialisatie in de ruimste zin van het woord is zeer belangrijk! Leer hem/haar omgaan met andere dieren (niet alleen soortgenoten!), kleine kinderen, oudere mensen, autoritjes, wandelingen in de stad, …
  • Ook honden wisselen hun melktandjes voor volwassen tanden. Dit is in de meeste gevallen tussen de 5 en 7 maanden. Zeker in deze periode zal je pup aan alles proberen te bijten. Geef hem/haar zoveel mogelijk (veilig!) kauwspeelgoed om te voorkomen dat hij/zij begint aan uw schoenen, meubilair, …
  • Een hond in huis is als een kind in huis: zorg ervoor dat er geen scherpe voorwerpen (naalden, punaises, …) of geneesmiddelen (pijnstillers, hartmedicatie, …) rondslingeren.
  • Vraag gerust ook naar onze documentjes specifiek gericht op vachtverzorging en/of zindelijkheidstraining!

Wanneer moet er naar de dierenarts gebeld worden?

  • Minder tot niet meer willen eten of drinken
  • Vermageren of verzwaren
  • Geen zin om te spelen of naar buiten gaan
  • Heel vaak of minder vaak urineren
  • Bloed in de ontlasting of diarree die langer dan 1 dag duurt
  • Meerdere keren na elkaar braken
  • Te veel speekselen
  • Onregelmatige ademhaling
  • Doffe vacht
  • Aanrijding
  • Wonde
  • Knobbel die (snel) groter wordt

Ideaal gezien werk je hiervoor preventief. Dit kan met pipetjes (1x/maand), tabletten (1x/maand of 1x/3 maanden afhankelijk van het product) of bandjes (werken ongeveer 6 maanden).

Eens de problemen er zijn:

  • ALLE dieren ontvlooien (honden, katten, konijnen, …).
  • Omgeving behandelen:
    • Dagelijks stofzuigen; leeg de stofzuiger buitenshuis!
    • Alle dekentjes, manden,… zo heet mogelijk wassen; minstens 1x/week.
    • Omgeving kan behandeld worden met bv. Bolfo fleegard omgevingsspray.
    • Bij zeer zware problemen kan contact opgenomen worden met een professionele verdelger, bv. Rentokil (http://www.rentokil.be/vlooien/)

Meer info kan je ook vinden via http://parasiteparty.com/nl/dogs/parasites#flea.

De belangrijkste wormsoort waarvoor we een regelmatige ontworming aanraden is de spoelworm.

Wat is een Toxocara infectie?

Spoelwormen (Toxocara canis en Toxascaris leonina) komen regelmatig voor in de darmen van honden. Meestal zie je er niets van als een hond spoelwormen heeft. Soms zijn ze te zien in braaksel of ontlasting en lijken op een elastiekje van gemiddeld circa 10 cm lang. De kleur varieert van bleekgeel tot roze-roodachtig. We kunnen een besmetting aantonen door onderzoek van de ontlasting onder de microscoop. Bij de mens spelen alleen de larven van Toxocara een rol. Die zitten niet in de darmen, maar in spieren of organen.

Hoe worden honden besmet?

De wormen produceren veel eitjes (tot zo’n 200.000 per dag) die met de ontlasting worden uitgescheiden. Deze voor het blote oog onzichtbare eitjes zijn (nog) niet besmettelijk. Dat zijn ze pas na enkele weken als zich in de eitjes larven hebben ontwikkeld. Door opname van deze besmettelijke eitjes infecteren honden zich opnieuw. Dit gebeurt na likken aan de vacht of eten van de grond. Pups kunnen zich ook besmetten via de moedermelk en zelfs al voor de geboorte in de baarmoeder. Daarom hebben jonge honden bijna altijd spoelwormen.

Wat zijn de verschijnselen bij honden?

Wormen verminderen de conditie van uw huisdier. Meestal zien we weinig aan de hond die besmet is met spoelwormen. Soms zien we diarree, braken, een doffe vacht en een enkele keer hoesten. Besmette dieren kunnen vermoeid zijn en minder weerstand hebben, waardoor ook andere ziekteverwekkers een kans krijgen.

Hoe kunnen mensen (met name kinderen) besmet raken?

De mens kan eitjes opnemen door contact met besmette grond. Bijvoorbeeld door onvoldoende hygiëne na het spelen in een zandbak, de tuin of het plantsoen. Ook het eten van besmette, onvoldoende gewassen groente kan een infectie veroorzaken.

Wat zijn de verschijnselen bij de mens?

Uit bloedonderzoek is gebleken dat gemiddeld 19% van de Nederlandse bevolking wel eens een besmetting heeft doorgemaakt. Na opname van de besmettelijke eitjes komen de larven in het darmkanaal vrij. Ze groeien niet uit tot volwassen wormen, maar trekken door het lichaam en nestelen zich in diverse organen. Meestal verloopt dit onopgemerkt en treden er geen ziekteverschijnselen op. Als ze wel optreden, lijken ze veel op griep. Soms zien we long- en leverproblemen. Bij uitzondering kunnen oogklachten optreden. Bij kinderen met aanleg voor allergie kan een infectie met Toxocara larven sneller leiden tot astma en allergische klachten. Omdat kinderen meer contact hebben met de grond en minder op hygiëne letten, is de kans op herhaalde besmetting met spoelwormen bij kinderen groter dan bij volwassenen.

Hoe kunt u besmetting voorkomen?

Overal waar honden hun behoefte doen, komen spoelwormeieren voor. Om een besmetting te voorkomen, moeten we onze aandacht richten op (persoonlijke) hygiëne en op het ontwormen van honden!

1. Hygiëne

Met de gebruikelijke schoonmaakmiddelen en desinfectantia worden spoelwormeieren niet gedood. Daarom moeten we zorgen dat er zo min mogelijk contact is met besmettelijke eieren:

  • Verwijder zorgvuldig hondenpoep uit de kennel, de tuin en de zandbak. Let op: ruim hondenpoep ook bij het uitlaten op, maar deponeer het niet in de GFT-bak.
  • Reinig vaste ligplaatsen van honden regelmatig (mand, vloer).
  • Zandbakken moeten worden afgedekt zodat honden er niet in kunnen.
  • Was de handen altijd na het tuinieren en na het verwijderen van hondenpoep.
  • Houd de nagels van uw kinderen kort en laat ze hun handen wassen na het spelen en voor het eten.
2. Regelmatig ontwormen

Ontwormen van uw hond dient zorgvuldig te gebeuren. Let daarbij op het volgende:

  • Gebruik wormmiddelen die werkzaam zijn tegen spoelwormen; deze zijn verkrijgbaar bij de dierenarts en de apotheker.
  • Ontworm iedere hond op advies van de dierenarts gemiddeld vier keer per jaar (ook als u geen wormen ziet).
  • Zogende teven en pups moeten veel vaker en op vaste momenten worden ontwormd (zie ontwormingsschema).
  • Koop pups die volgens voorschrift zijn ontwormd.
  • Noteer telkens wanneer uw huisdier is ontwormd b.v. in het dierenpaspoort. Doe dit dan op de daarvoor aangewezen plek en niet daar waar de entingen moeten worden ingevuld.

Ontwormingsschema

Vanaf 2 weken oud: om de 2 weken tot ze 2 maand oud zijn.

Daarna 1x/maand tot hij/zij 6 maand oud is.

Vervolgens minstens 4x/jaar of maandelijks afhankelijk van het risicoprofiel.

Bijvoorbeeld een hondje die binnen leeft en af en toe mee op wandeling gaat, heeft een veel kleiner risico dan een boerderijhond die het grootste deel van de tijd buiten loopt. Drachtige teven ontworm je zeker eens tijdens de dracht. Lacterende teven ontworm je samen met de pups.

Handig starttabeltje:

Leeftijd: Datum ontworming: Leeftijd: Datum ontworming:
2 weken   6 maand  
4 weken   9 maand  
6 weken   1 jaar  
8 weken   1 jaar 3 maand  
3 maand   1 jaar 6 maand  
4 maand   1 jaar 9 maand  
5 maand   2 jaar  

Bron: esccap.org

Enkele basisregels

  • Het water waarmee u uw hond wast, heeft best een temperatuur tussen de 30 – 35°C (lauw, beetje warm). Te warm water kan irritatie en zelfs lichte brandwonden veroorzaken!
  • Gebruik nooit mensenshampoo om uw hond mee te wassen! De zuurtegraad van de huid van een mens en een hond is verschillend. Als er een mensenshampoo gebruikt wordt voor een hond, kan de normale huidflora (= het natuurlijke bacteriegehalte die normaal de huid beschermt), beschadigd worden. Daarnaast zal de hond ook jeuk, irritaties en een doffe vacht krijgen.
  • Hou rekening met de leeftijd van uw hond, een gevoelige huid en eventuele huidproblemen als u een shampoo kiest. Puppy’s mogen niet gewassen worden met een shampoo voor volwassen honden (hun huid is nog heel gevoelig)
  • Lees eerst de gebruiksaanwijzing van de shampoo voordat u deze gebruikt. De meeste shampoos moeten eerst verdund worden of moeten een tijdje intrekken in de vacht voordat ze uitgespoeld mogen worden.
  • Shampoos moeten altijd goed worden uitgespoeld! Achtergebleven resten kunnen huidschilfers en uitslag veroorzaken.
  • Laat nooit shampoo in de ogen, oren, neus en mond komen! Indien dit gebeurt, onmiddellijk uitspoelen met water.
  • Als de hond gewassen is, probeer zoveel mogelijk van de vacht droog te krijgen met goede, waterabsorberende handdoeken. Let wel op dat u niet te hard wrijft met de handdoek. Daarna hou je je hond best in een warme omgeving om goed op te drogen.
  • De vacht wordt altijd bewerkt met de haargroeirichting mee. Tegen de richting in kan irritatie veroorzaken.
  • Borstelen wordt altijd gedaan met een losse pols, er mag nooit geduwd worden op de borstel want dit kan schrammen maken op de huid.
  • Als de hond niet in de rui is, gebruik dan een fijne kam, pinnenborstel of een zachte universeelborstel om de vacht te bewerken. Een kam is vooral handig om knopen voorzichtig te verwijderen.

Een woordje uitleg

Als een hond wordt geborsteld, is dit om de dode haren te verwijderen, niet de levende. Een haar leeft en heeft een groeicyclus van 3 fasen. De eerste fase (anagene fase) is de groeifase van het haar. In de katagene fase stopt de groei. Het haar zit nog vast in de huid, maar het haarzakje begint te verschrompelen. In de telogene fase valt het haar uit. In het haarzakje begint dan wel een nieuw haar aan een nieuwe groeicyclus.
De groeicyclus van het haar wordt beïnvloedt door verschillende factoren: voeding, stress, hormonen, lengte van het haar, omgevingstemperatuur,…

Wat houdt een sterilisatie in?

Een sterilisatie is een chirurgische ingreep waarbij de eierstokken van de teef worden verwijderd. Dit gebeurt onder volledige narcose en is onomkeerbaar. De teef kan zich dus niet meer voortplanten.

Waarom zou ik mijn hond laten steriliseren?

Het voordeel van een sterilisatie bij teven is allereerst het definitief voorkomen van ongewenste nestjes. Daarnaast is het vermijden van de loopsheden een belangrijke reden: het ongewenst seksueel gedrag, het weglopen en het bloedverlies worden hierdoor uitgeschakeld. Als laatste wordt ook het gunstige effect op het ontstaan van pyometra (baarmoederontsteking) en mammatumoren naar voor geschoven.

Voor de meeste van bovengenoemde voordelen heeft de leeftijd waarop de sterilisatie uitgevoerd wordt geen effect, met uitzondering van de preventie van mammatumoren die alleen mogelijk is door het teefje op jonge leeftijd te steriliseren, liefst net voor of na de eerste loopsheid.

Heeft steriliseren nadelen?

Sterilisatie brengt een hoger risico op obesitas met zich mee, evenals veranderingen in de vachtkwaliteit bij sommige langharige rassen, alsook versterking van ongewenst angstig en agressief gedrag. Ook wordt een verhoogd risico op orthopedische problemen aangetroffen bij dieren die op te jonge leeftijd gesteriliseerd werden. Het uitvoeren van de sterilisatie vóór de groeiplaten volledig gesloten zijn, zou de gewrichtsvorming verstoren en dit zou mogelijk een reden zijn voor de stijgende prevalentie van gewrichtsaandoeningen na sterilisatie. Uiteraard heeft het onder controle houden van het gewicht van de hond hier ook een grote invloed op.

Verder is het ook algemeen bekend dat er bij teven een verhoogd risico op urine-incontinentie bestaat na sterilisatie.

Op welke leeftijd wordt deze operatie het beste uitgevoerd?

Een teef die niet voor de fok bedoeld is en/of erfelijk belast is, wordt best gesteriliseerd na de eerste loopsheid, zodat de teef volledig uitgegroeid en seksueel matuur is. Zo is er minder kans op orthopedische en gedragsproblemen, terwijl het sparend effect ter voorkoming van mammatumoren behouden blijft.

Hoe bereid ik mijn hond thuis voor op een sterilisatie?

Je hond moet nuchter binnen gebracht worden, dit betekent dat je haar vanaf 18u ‘s avonds geen eten en vanaf middernacht geen drinken meer mag geven de dag voor de operatie. Meestal vragen we om je hond rond 9u ’s morgens binnen te brengen. Leg ook al de nodige papieren (boekje of paspoort met gegevens) klaar om de volgende dag mee te nemen.

Hoe verloopt een sterilisatie?

Uw hond wordt eerst gesedeerd via een injectie in de bil. Dit doen we met de eigenaar erbij om de stress voor de hond zo laag mogelijk te houden. Daarna kan u gerust naar huis gaan. Op de poot wordt een stukje haar geschoren en de huid wordt ontsmet om een katheter te plaatsen. Via deze weg krijgt je hond een anesthesiemiddel toegediend waarna er geïntubeerd wordt om de verdere operatie aan de gasanesthesie (veiligste anesthesiemethode) te laten verlopen. Op de plaats waar de insnede zal gebeuren wordt het haar weggeschoren en de huid wordt ontsmet. De sterilisatie zelf duurt ongeveer een half uurtje tot een uur. Standaard worden enkel de eierstokken weggenomen. Alleen bij problemen (verdachte plekjes op de baarmoeder, baarmoederontsteking, …) wordt ook de baarmoeder weggenomen. Dit laatste maakt de operatie iets ingrijpender. Onmiddellijk na het einde van de operatie krijgt uw hond ook een langwerkende pijnstiller. De huidwonde wordt intradermaal gehecht, dit betekent dat er geen draadjes zichtbaar zijn aan de buitenkant.  Na de operatie blijft de hond nog in de hospitalisatieruimte, waar zij onder een warmtelamp kan uitslapen. Er blijft steeds iemand aanwezig om de hond in de gaten te houden. Eens de hond goed wakker is, mag ze naar huis (meestal is dit in de late namiddag).

Hoeveel kost een sterilisatie?

Dit is afhankelijk van het gewicht. Prijzen starten vanaf 270 euro voor kleine hondjes die minder dan 10 kg wegen. Voor een hond van 40 kg bv betaalt u ongeveer 390 euro. Indien ook de baarmoeder moet verwijderd worden is er een supplement van 50 euro.

Hoe verzorg ik mijn hond thuis na deze operatie?

Zorg dat de teef op een rustig, warm plekje kan liggen. Zij mag eten en drinken krijgen, maar geef dit steeds in kleine porties. Door de narcose kan zij zich wat misselijk voelen. Pas de dag na de operatie mag uw hond terug haar normale porties krijgen.

Wondverzorging is niet nodig, bij een sterilisatie wordt het sneetje intradermaal gehecht met een oplosbare draad. Deze draadjes moeten dus niet verwijderd worden. Het is wel belangrijk om elke dag de wonde te controleren op zwelling, roodheid of pijn. Indien je dit ziet, bel meteen naar je dierenarts. Daarnaast is het ook belangrijk dat je hond niet overmatig likt aan de wonde. Als zij dit zou doen, kan je haar een rompertje of een kraagje aandoen. Vaak zullen we preventief al meteen een rompertje aandoen om problemen te vermijden.

Hou de hond zeker de eerste week rustig. Dit is belangrijk voor een goede genezing van de wonde. Probeer je hond de eerste dagen enkel uit te laten aan de leiband en speel zeker geen wilde spelletjes.

Verdere medicatie is normaal niet nodig. Indien je toch vindt dat je hond pijnlijk lijkt, kan er altijd een pijnstiller afgehaald worden.

Belangrijk is ook dat na de sterilisatie er meestal een verhoogde eetlust merkbaar is. Het is dus belangrijk om het gewicht van je hond goed op te volgen om overgewicht te vermijden. Vraag gerust naar onze specifieke voeding gericht op gesteriliseerde honden!

Wat houdt een castratie in?

Een castratie is een chirurgische ingreep waarbij de teelballen van de reu worden verwijderd. Dit gebeurt onder volledige narcose en is onomkeerbaar. De reu kan zich dus niet meer voortplanten.

Waarom zou ik mijn hond laten castreren?

Een castratie kan geadviseerd worden bij testosteron-afhankelijke problemen (bv prostaathyperplasie, perianale tumoren of perineale breuken) of bij problemen met de teelballen zelf (bv tumor). Dit betreft meestal de oudere reu. De problematiek is hiermee vaak definitief opgelost.

We raden echter niet meer aan om een reu standaard te castreren. Soms wordt dit in de praktijk aangeraden of gevraagd voor moeilijk hanteerbare, agressieve of drukke honden maar in dergelijke gevallen is een gedragstherapeut vaak een betere oplossing of kan het probleem gewoon zijn dat de hond minder geschikt is voor dat bepaald type van eigenaar.

Een castratie is immers alleen zinvol als het ongewenste gedrag veroorzaakt wordt door testosteron. Typisch testosteron-geïnduceerd gedrag is urine markeren in huis, seksuele interesse in teven, zwerfgedrag, vechten met andere reuen en rijgedrag. Dit gedrag kan bij het merendeel van de honden sterk verbeteren na castratie. Om na te gaan of castratie hier inderdaad een permanente oplossing kan bieden, kan eerst een chemische castratie uitgevoerd worden bij de reu. Hiervoor gebruiken we in onze praktijk meestal een desloreline-implantaat tussen de schouderbladen. Door de continue afgifte van dit hormoon zal de reu initieel meer testosteron produceren, waarbij het ongewenste gedrag de eerste 3 weken kan toenemen. Nadien valt de testosteronproductie volledig stil, waardoor het ongewenste gedrag zal wegvallen indien testosteron inderdaad aan de basis lag van dit gedrag. Indien u bij een gunstig effect van de chemisch castratie een permanente oplossing wil, kan chirurgische castratie bij dergelijke honden een goede keuze zijn.

Heeft castreren nadelen?

Zoals hoger vermeld raden we niet meer aan om een reu standaard te castreren. Dit omdat in gevallen van moeilijk hanteerbare, agressieve of drukke honden een gedragstherapeut vaak een betere oplossing is. Sommige onderzoeken tonen aan dat als reuen gecastreerd worden op een leeftijd jonger dan 6 maanden, de kans groter is op het ontwikkelen van angst-geïnduceerde gedragsproblemen zoals angst voor stormen, verlatingsangst, plassen uit onderdanigheid, geluidsfobieën, bijten uit angst en schuwheid. Vermoedelijk spelen geslachtshormonen tijdens de puberteit dus ook een rol bij het wapenen van honden tegen hun angstgevoel in hun verdere leven.

Op welke leeftijd wordt deze operatie het beste uitgevoerd?

We raden castratie zoals gezegd niet aan bij reuen jonger dan 6 maanden omdat sommige onderzoeken aantonen dat als reuen gecastreerd worden op een leeftijd jonger dan 6 maanden, de kans groter is op het ontwikkelen van angst-geïnduceerde gedragsproblemen zoals angst voor stormen, verlatingsangst, plassen uit onderdanigheid, geluidsfobieën, bijten uit angst en schuwheid. Vermoedelijk spelen geslachtshormonen tijdens de puberteit een rol bij het wapenen van honden tegen hun angstgevoel in hun verdere leven.

Hoe bereid ik mijn hond thuis voor op een castratie?

Je hond moet nuchter binnen gebracht worden, dit betekent dat je hem de dag voor de operatie vanaf 18u ‘s avonds geen eten en vanaf middernacht geen drinken meer mag geven. Meestal vragen we om je hond rond 9u ’s morgens binnen te brengen. Leg ook al de nodige papieren (boekje of paspoort met gegevens) klaar om de volgende dag mee te nemen.

Hoe verloopt een castratie?

Uw hond wordt eerst gesedeerd via een injectie in de bil. Dit doen we met de eigenaar erbij om de stress voor de hond zo laag mogelijk te houden. Daarna kan u gerust naar huis gaan. Op de poot wordt een stukje haar geschoren en de huid wordt ontsmet om een katheter te plaatsen. Via deze weg krijgt je hond een anesthesiemiddel toegediend waarna er geïntubeerd wordt om de verdere operatie aan de gasanesthesie (veiligste anesthesiemethode) te laten verlopen. De castratie zelf duurt ongeveer een half uurtje. Op de plaats waar de insnede zal gebeuren wordt het haar weggeschoren en de huid wordt ontsmet. Eerst wordt er een snede gemaakt in de huid voor het scrotum. Door deze snede kunnen de testikels makkelijk één voor één naar buiten geduwd worden. De huidwonde wordt intradermaal gehecht, dit betekent dat er geen draadjes zichtbaar zijn aan de buitenkant. Onmiddellijk na het einde van de operatie krijgt uw hond ook een langwerkende pijnstiller. Na de operatie blijft de hond nog in de hospitalisatieruimte, waar hij onder een warmtelamp kan uitslapen. Er blijft steeds iemand aanwezig om de hond in de gaten te houden. Eens de hond goed wakker is, mag hij naar huis (meestal is dit in de late namiddag).

Hoeveel kost een castratie?

Dit is afhankelijk van het gewicht. Prijzen starten vanaf 126 euro voor kleine hondjes die minder dan 10 kg wegen. Voor een hond van 40 kg bv betaalt u ongeveer 170 euro.

Hoe verzorg ik mijn hond thuis na deze operatie?

Zorg dat de reu op een rustig, warm plekje ligt. Hij mag eten en drinken krijgen, maar geef dit steeds in kleine porties. Door de narcose kan hij zich wat misselijk voelen. Pas de dag na de operatie mag de hond terug zijn normale porties krijgen.

Wondverzorging is niet nodig, bij een castratie wordt het sneetje intradermaal gehecht met een oplosbare draad. Deze draadjes moeten dus niet verwijderd worden. Het is wel belangrijk om elke dag de wonde te controleren op zwelling, roodheid of pijn. Indien je dit ziet, bel meteen naar je dierenarts. Daarnaast is het ook belangrijk dat de hond niet overmatig likt aan de wonde. Als hij dit zou doen, kan je hem een rompertje of een kraagje aandoen.

Hou de hond zeker de eerste week rustig. Dit is belangrijk voor een goede genezing van de wonde. Probeer de eerste dagen ook enkel uit te laten aan de leiband en geen wilde spelletjes te spelen.

Doordat hij na de operatie een langwerkende pijnstiller heeft gekregen, is verdere medicatie normaal niet nodig. Indien er problemen zijn of je ondervindt dat hij toch last heeft, kan u altijd een pijnstiller komen afhalen. Maar normaal is dit bij een castratie niet nodig.

Belangrijk is ook om te weten dat na de castratie er meestal een verhoogde eetlust is. Het is dus belangrijk om het gewicht van je hond goed op te volgen om overgewicht te vermijden. Vraag gerust naar onze specifieke voeding gericht op gecastreerde honden.

Inleiding

Chronische nierinsufficiëntie is een ziekte die vaker voorkomt bij de oudere hond. Door slecht werkend nieren is de hond dan niet meer in staat om zijn/haar urine op een normale manier te concentreren. Hij/zij urineert daardoor veel vaker, drinkt meer en de afvalstoffen van het metabolisme stapelen zich progressief op in zijn/haar bloed, waardoor talrijke symptomen kunnen optreden. De symptomen treden echter maar laattijdig op, wanneer ongeveer 75% van het nierweefsel niet meer werkt.
Dankzij een aangepaste voeding en behandeling met ondersteunende medicatie is het mogelijk om de voortschrijding van de ziekte aanzienlijk te vertragen en de levenskwaliteit aanzienlijk te verbeteren.

Waarvoor dient de nier?

De nier is een vitaal orgaan dat talrijke onontbeerlijke functies vervult. De belangrijkste functies zijn:

  • De filtering van het bloed en de afvoer van de afvalstoffen van het metabolisme in de urine (in het bijzonder ureum en creatinine die voortkomen uit de afbraak van eiwitten).
  • Het regelen van de concentratie in het bloed van meerdere belangrijke mineralen: fosfor, kalium, natrium, calcium.
  • De productie van hormonen die een rol spelen in de controle van de bloeddruk en in de vernieuwing van de rode bloedcellen.

Zoals alle zoogdieren, hebben honden 2 nieren. Elke nier bestaat uit duizenden functionele eenheden, “nefronen” genoemd, die het bloed filteren en de afvalstoffen afvoeren, die dan verzameld worden en de urine vormen.

Nierinsufficiëntie: wat is het?

De nier verliest geleidelijk de capaciteit om het bloed te filteren. Dit progressief proces is onomkeerbaar. Aangezien de nieren van nature een grote bloedfiltratie capaciteit hebben, zijn de klinische symptomen pas zichtbaar wanneer een groot deel van het nierweefsel is aangetast. Zolang de symptomen nog niet zichtbaar zijn, zegt men dat de nierinsufficiëntie gecompenseerd wordt: 1 of beide nieren zijn in de realiteit aangetast, maar enkel bijkomende onderzoeken kunnen een diagnose toelaten.

De klinische tekenen van de ziekte treden laattijdig op wanneer ongeveer 75% van de nefronen aangetast werden. Na deze drempel, zijn de symptomen ernstig en is hun verschijning heel abrupt, wat kan doen denken aan een recente ziekte met een snelle evolutie. Maar in werkelijkheid, gaat het wel degelijk over een nieuw kritisch stadium in de evolutie van deze chronische ziekte, die tot dan onzichtbaar was gebleven.

Wat zijn de symptomen?

Volgende symptomen zijn alarmsignalen voor chronische nierinsufficiëntie:

  • Uw hond drinkt en urineert vaker en grotere hoeveelheden.
  • De adem van je hond ruikt onaangenaam.
  • Je hond wordt kieskeurig om te eten
  • Je hond eet minder dan gewoonlijk.
  • Je hond vermagert, lijkt moe.
  • Je hond lijkt misselijk te zijn (veel smakken en/of speekselen) en/of moet regelmatig braken.

De tekenen van een nieraandoening kunnen variëren, maar de toename van de dorst is bijna altijd het eerste alarmsignaal en mag niet verwaarloosd worden!

Hoe kunnen we deze ziekte diagnosticeren?

Indien wij bij uw hond nierinsufficiëntie vermoeden, zullen wij voorstellen om bijkomende onderzoeken uit te voeren:

  • Een bloedonderzoek laat toe om het gehalte aan ureum en creatinine te meten. Als de nieren niet meer correct werken, dan gaan de bloedconcentraties aan ureum en creatinine in het bloed verhogen. Een bloedonderzoek laat ook toe om na te gaan of er geen anemie (bloedarmoede) is.
  • Een urineanalyse laat toe om te weten of de nieren eiwitten doorlaten die ze zouden moeten tegenhouden of brengt een eventuele infectie aan het licht. Bovendien kunnen we op deze manier nagaan of de urine van uw hond overmatig verdund is.

Het is aangewezen om deze eenvoudige onderzoeken tijdens de jaarlijkse check-up van uw senior hond te laten uitvoeren, om eventuele problemen zo vroeg mogelijk te kunnen diagnosticeren.

Wat zijn de mogelijke behandelingen?

Zelfs al is de ziekte onomkeerbaar, we kunnen door een aangepaste voeding en behandeling met supplementen de levensverwachting met meerdere jaren verlengen indien het op tijd wordt vastgesteld.

De behandeling van nierinsufficiëntie berust eerst en vooral op een specifieke voeding met volgende karakteristieken:

  • Sterk verminderd fosforgehalte.
  • Verminderd eiwitgehalte, met eiwitbronnen van zeer hoge kwaliteit.
  • Hoge energiewaarde om het gebrek aan eetlust te compenseren.

Breng alle familieleden op de hoogte van de behandeling en voeding van uw hond zodat hij/zij enkel de voorgeschreven voeding krijgt.

Het gebruik van meerdere geneesmiddelen is vaak noodzakelijk, een paar voorbeelden kunnen zijn: bloedddrukverlagende middelen, anti-emetica (tegen braken), intestinale fosfaatchelatoren, … Dit bespreken we samen met u en is  afhankelijk van de toestand van uw dier.

Soms is het noodzakelijk om het dier te laten hospitaliseren en aan het infuus te hangen om hem/haar te rehydrateren, een deel van de opgestapelde toxines in het bloed te elimineren en het organisme te ondersteunen.

Het is essentieel om bij chronische nierinsufficiëntie regelmatig het bloed te laten onderzoeken. We kunnen zo de evolutie van de ziekte op de voet volgen en het dieet of de geneesmiddelen aanpassen.

Wat is de ziekte van Cushing?

De ziekte van Cushing is een ziekte waarbij de bijnierschors een te grote hoeveelheid cortisol (een soort hormoon) produceert. De bijnierschors is een deel van de bijnieren (2 kleine klieren die naast de nieren liggen).
Er zijn 2 mogelijke oorzaken:

  • Een tumor van de bijnier, waardoor er een verhoogde productie van cortisol (15% van de gevallen) ontstaat.
  • Een tumor van de hypofyse (dit is een deeltje van de hersenen), waardoor er een verhoogde afscheiding van ACTH (adrenocorticotroop hormoon) ontstaat. Dit hormoon stimuleert dan weer de bijnieren om cortisol te produceren (85% van de gevallen).

Deze tumoren zijn meestal goedaardig!

Wat zijn de symptomen?

  • Veel plassen en als gevolg daarvan veel drinken
  • Overdreven eetlust
  • Een gezwollen buik (door vergrote lever en “verplaatsing” vet)
  • Haarverlies op de flanken, kleurverandering van de vacht
  • Spierverzwakking

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Bij een bloedonderzoek zien we dat bepaalde enzymen (AF of alkalische fosfatase, AST of aspartaat-aminotransferase, ALT of alamine-aminotransferase) extreem hoog kunnen stijgen; zeer kenmerkend zijn hoge waarden voor alkalische fosfatase.

Bij een urineonderzoek zien we dat de cortisol/creatinine ratio sterk gestegen is. Deze beide onderzoeken geven ons een indicatie. Om zeker te zijn, zijn verdere testen nodig. De beste test is de LDDST (lage dosis dexamethasone suppressie test). Hiervoor wordt uw dier een dagje opgenomen.

Kan deze ziekte behandeld worden?

Wanneer het syndroom van Cushing veroorzaakt is door een tumor in de bijnieren, dan kan de aangetaste bijnier operatief worden verwijderd.

Meestal wordt er gewerkt met medicatie, namelijk Lysodren® of Vetoryl®, waarbij Vetoryl® het meest gebruikt wordt.

Na het inzetten van medicatie is verdere opvolging zeer belangrijk. Niet alleen de klinische symptomen (veel plassen, veel drinken, eetlust, …) en de elektrolyten (natrium en kalium) moeten nagegaan worden, maar ook een ACTH-stimulatietest (steeds 4-6 uur na inname van Vetoryl®) dient uitgevoerd te worden bij iedere controle. Opgelet, Vetoryl® kan wel sterkere bijwerkingen hebben.

Het eerste terugbezoek gebeurt 14 dagen na de start van de behandeling. De volgende controle heeft plaats na 4 weken en 3 maanden na de start van de behandeling met Vetoryl®. Verdere controlebezoeken gebeuren driemaandelijks. Er wordt gestreefd naar een cortisolwaarde post-ACTH tussen de 20 en 150 nmol/l.

Wat is demodex?

Demodex is een mijt die schurft of demodicose veroorzaakt en wordt ook wel ‘puppyschurft’ genoemd. De mijten komen voor in de haarzakjes van gezonde dieren en worden overgedragen van moeder op pup tijdens de eerste dagen van het leven. Pas als hun aantal begint toe te nemen, meestal ten gevolge van een lage afweer, ontstaan er problemen. Bij demodicose is er dus een groter aantal mijten aanwezig dan normaal en meestal treedt ziekte op wanneer dieren een andere ziekte hebben waardoor het afweersysteem minder werkt of wanneer ze medicatie krijgen die het afweersysteem onderdrukt. Ook jonge gezonde dieren kunnen demodicose ontwikkelen (juveniele demodicose). Er bestaan drie soorten Demodex mijten bij de hond: Demodex canis, Demodex cornei en Demodex injai.

Wat zijn de symptomen?

  • Kale plekjes rond ogen, mond, wangen, pootjes,…
  • Schilfers
  • Jeuk (vooral bij ernstige gevallen)
  • Soms etterende bultjes door complicatie met bacteriële infectie.

Hoe stelt de dierenarts de diagnose?

De diagnose wordt gesteld aan de hand van de huidklachten en een huidafkrabsel dat onder de microscoop wordt bekeken.

Hoe wordt demodex behandeld?

Afhankelijk van de leeftijd en de ernst kan gewerkt worden met tabletten (oraal in te nemen) of met injecties. In veel gevallen kan een behandeling van een aantal weken of maanden nodig zijn.

Wat is giardia?

Giardia is een ééncellige darmparasiet die vooral bij jonge honden diarree kan veroorzaken. Typisch is een hardnekkige stinkende diarree waarbij op sommige dagen de stoelgang normaal is.

Diagnose

Via een eenvoudig mestonderzoek kan een besmetting worden vastgesteld. Belangrijk hierbij is wel dat er ideaal gezien van drie opeenvolgende dagen stoelgang wordt getest, omdat Giardia een intermitterende uitscheiding kent (de ene dag wel, de andere dag niet).

Behandeling en preventie

Giardia-infecties bij de hond worden meestal behandeld met fenbendazole of metronidazole. Ondanks dat er voor deze medicatie nog geen resistentie beschreven is, hervallen honden met giardiose vaak na een korte periode van genezing. Vaak gebeurt dit door herinfectie door opname van cysten uit de omgeving. Daarom worden vaak langere behandelingen of 2 kuren gegeven met een paar dagen tussen.

Hygiënische maatregelen zijn belangrijk om herinfectie vanuit de omgeving te verminderen en het risico op recidieven te verkleinen. Propere drink- en eetbakken gebruiken, het dagelijks wassen van de perianale regio en staartbasis van de hond om aangehechte cysten te verwijderen en het dagelijks verwijderen van de stoelgang (de uitgescheiden cysten zijn onmiddellijk infectieus) zijn belangrijke maatregelen. De verharde omgeving, bijvoorbeeld een terras, moet grondig gereinigd worden, zeker na het maken van stoelgang. Daarna laat men het gereinigde oppervlak drogen, want Giardia-cysten zijn gevoelig voor uitdroging. Hitte is eveneens goed werkzaam tegen Giardia-cysten. Hokken en buitenloop kunnen na het reinigen behandeld worden met stoomreiniging, gevolgd door drogen. De hondenmand kan gereinigd worden met een stofzuiger met stoomfunctie.

In kennels kan eventueel desinfectie met quaternaire ammoniumpreparaten toegepast worden, maar enkel in open lucht of in een goed geventileerde ruimte (waarin geen dieren zitten!). Achteraf moet goed gespoeld worden, gevolgd door drogen. Bleekwater is hiervoor niet geschikt; Giardia-cysten zijn niet gevoelig voor chloor.

Wat is KCS?

KCS is een afkorting voor keratoconjunctivitis sicca en betekent bijna letterlijk droge ontsteking van het oog. Bij KCS produceren de traanklieren onvoldoende traanvocht. Hierdoor ontstaat er een ontsteking van het oog.

Bepaalde rassen hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van deze ziekte, waaronder de Cavalier King Charles Spaniël en de West Highland White Terriër. In 90% van de gevallen is KCS het gevolg van een auto-immuun ziekte, die leidt tot beschadiging van de traanklieren.

Wat kunnen we zien?

Meestal zien we een continue slijmerige tot etterige uitvloei van één of beide ogen, en rode, gezwollen oogleden. De ogen zien er dof uit en de hond heeft duidelijk pijn aan de ogen. Later kan er een witblauwe troebele verkleuring van het oog ontstaan. Bij ernstige gevallen kan deze chronische ontsteking leiden tot een permanente beschadiging van het oog of zelfs tot blindheid. Soms zien we ook dat de neus wat droog is en korstjes heeft, of zelfs wat etterige uitvloei vertoont.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld via de klinische symptomen en de Shirmer Tear Test (STT, strookje filtreerpapier dat in het oog even moet blijven hangen). Deze test meet de traanproductie. Als de productie te laag is, spreken we van KCS.

Behandeling

Afhankelijk van de ernst kan er gewerkt worden met oogdruppels (zeer intensief en levenslang) of soms is een operatie een betere optie.

Oogdruppels:

  • Stimuleren van de traanproductie: 2x/dag Optimmune Canis®
  • Vochtig houden van het oog: 2x/dag kunsttranen (bv Isopto Tears®, Lacrinorm®)
  • Eventuele infectie bestrijden: 2x/dag (bv terramycine® oogzalf).
  • Eventuele pijn bestrijden: d.m.v. injectie (toediening door dierenarts) of pilletjes (kan u zelf geven).

Bij de operatie gebeurt er een ductus parotideus transplantatie. Hierbij wordt de uitgang van de parotis speekselklier herlegd van de mond naar het oog.

Wat is pancreatitis?

Pancreatitis is een ontsteking van de pancreas of de alvleesklier. De pancreas is belangrijk voor de productie van insuline enerzijds (regeling bloedsuiker) en voor productie van enzymen anderzijds (vertering). Meestal is de oorzaak onbekend, maar bv. vet eten is een gekende risicofactor.

Er bestaan 2 soorten:

  • Acute pancreatitis: het weefsel wordt door zijn eigen enzymen verteerd. Het is een vicieuze cirkel: cellen worden vernietigd => productie enzymen stijgt => meer vertering van weefsel
  • Chronische pancreatitis: blijvende en progressieve ontsteking

Wat kunnen we zien?

Hondjes met pancreatitis kunnen volgende symptomen vertonen: verlies van eetlust, braken, buikpijn, uitdroging, slapte, diarree. De symptomen zijn weinig specifiek, waardoor het niet altijd makkelijk is om een correcte diagnose te stellen.

Diagnose

Traditioneel werd bij een verdenking van pancreatitis in het bloed een bepaling uitgevoerd van amylase en lipase. Deze enzymen zijn echter ook aanwezig in andere organen dan de pancreas, waardoor deze testen weinig specifiek zijn. Specifieker is de PLI-test, die enkel het pancreas-specifiek lipase meet.

Behandeling

Afhankelijk van hoe ziek je dier is, kan het nodig zijn je hondje te hospitaliseren om aan het infuus te leggen. Daarnaast zijn anti-emetica (medicatie tegen misselijkheid en braken) en pijnstillers nodig. Heel belangrijk is de voeding: er is een aangepaste voeding nodig om de pancreas te ontlasten (zeer belangrijk: vetarm).