KAT

 

Vaccinatieschema

  • 9 weken: basisvaccin (R, C, Cl, P)
  • 12 weken: herhaling basis vaccin (R, C, Cl, P)
  • Herhalingsvaccinaties: de eerste herhalingsvaccinatie dient 1 jaar na de basisvaccinatie met alle onderdelen te worden uitgevoerd, daaropvolgende herhalingsvaccinaties dienen elk jaar met het Cl onderdeel en met intervallen van maximaal 3 jaar met de R, C en P onderdelen te worden uitgevoerd.

Tegen wat vaccineren we

  • Niesziekte:
    • R: Feliene rhinotracheïtis herpesvirus
    • C: Feliene calicivirus
    • Cl: Chlamydophila felis
  • P: Feliene panleucopenie virus (= parvovirus, ‘kattenziekte‘)

Optionele vaccins

  • Feliene leukemie: zeker aan te raden bij katten die veel buiten lopen/veel contact hebben met vreemde/wilde katten
  • Rabiës of hondsdolheid: verplicht wanneer de kat meegaat naar het buitenland

 

Proficiat met jullie nieuwe huisgenoot! Hieronder vinden jullie een aantal algemene tips om de eerste weekjes zo goed mogelijk te laten verlopen!

  • Geef je kitten de tijd om de nieuwe omgeving op zijn/haar eigen ritme te verkennen. Hou er rekening mee dat alles nieuw is voor uw kitten! Wat hij/zij ziet, wat hij/zij ruikt, wat hij/zij hoort … Geef je kitten daarom een eigen veilig plekje in de keuken of woonkamer vanwaar hij/zij alles in het oog kan houden, en zelf kan beslissen om te komen piepen als hij/zij er klaar voor is! Een kat zit voornamelijk graag in de hoogte, dus bv een plekje bovenop een kattenkrabpaal is ideaal! Houd de ramen gesloten zodat uw kitten er niet uit kan vallen of ontsnappen. Werk alle elektrische bedrading weg. Uw kitten kan er op gaan kauwen. Controleer of u geen kamerplanten hebt die gevaarlijk kunnen zijn voor uw kitten. Lelies, kerstrozen en cyclamens zijn allemaal giftig.
  • Wat niet mag als volwassen kat, mag ook niet als kitten!
  • Geef het kitten de voeding die hij/zij ook kreeg bij de kweker. Indien u graag overstapt naar een ander merk, doe dit dan heel geleidelijk. Dus eerst een paar dagen ¼ van de nieuwe voeding met ¾ van de ‘oude’ voeding. Daarna een paar dagen ½ van de nieuwe voeding met ½ van de ‘oude’ voeding. Daarna een paar dagen ¾ van de nieuwe voeding met ¼ van de ‘oude’ voeding. Daarna kan u volledig overstappen op de nieuwe voeding. Indien u vragen heeft over type of merk voeding, stel ze ons gerust! Een goede, kwaliteitsvolle basisvoeding kan u ook altijd verkrijgen bij uw dierenarts.
  • Geef uw kitten op regelmatige tijdstippen eten. Indien het kan, is 3x/dag ook beter dan 2x/dag.
  • Socialisatie in de ruimste zin van het woord is zeer belangrijk! Leer hem/haar omgaan met andere dieren (niet alleen soortgenoten!), kleine kinderen, oudere mensen, autoritjes, de transportbak om naar de dierenarts te gaan, … Het is wel belangrijk om de kennismaking met andere huisdieren heel geleidelijk en stapsgewijs te laten gebeuren. De eerste stap is de dieren laten wennen aan elkaars geur, zonder dat ze elkaar kunnen zien. Dit kan door bijvoorbeeld met een doek over de nieuwe kitten te wrijven, en vervolgens het andere dier aan die doek te laten ruiken. Vervolgens moet het visueel contact gebeuren op een afstand die het kitten de kans geeft om te ‘ontsnappen’ indien hij/zij dit wenst. Eens het visuele contact probleemloos verloopt kan op een rustige manier overgegaan worden naar het fysieke contact. Blijf de eerste keren zeker in de buurt om in te grijpen als het mis gaat!
  • De kattenbak moet ver genoeg verwijderd staan van de slaap- en eetplaats. De uitwerpselen worden best dagelijks verwijderd en de kattenbakvulling moet wekelijks ververst worden. Een overdekte kattenbak voorkomt vervelende geurtjes. Elke kat in het huishouden moet zijn/haar eigen kattenbak hebben, en de kattenbakken moeten ver genoeg van elkaar verwijderd zijn. Ideaal gezien is het zelfs 1 extra kattenbak. Dus bv voor 2 katten heb je best 3 kattenbakken.

Ideaal gezien werk je hiervoor preventief. Dit kan met pipetjes (1x/maand of 3x/maanden afhankelijk van het product), tabletten (1x/maand) of bandjes (werken ongeveer 6 maanden).

Eens de problemen er zijn:

  • ALLE dieren ontvlooien (honden, katten, konijnen, …).
  • Omgeving behandelen:
    • Dagelijks stofzuigen; leeg de stofzuiger buitenshuis!
    • Alle dekentjes, manden,… zo heet mogelijk wassen; minstens 1x/week.
    • Omgeving kan behandeld worden met bv. Bolfo fleegard omgevingsspray.
    • Bij zeer zware problemen kan contact opgenomen worden met een professionele verdelger, bv. Rentokil (http://www.rentokil.be/vlooien/)

Meer info kan je ook vinden via http://parasiteparty.com/nl/cats/parasites#flea.

De belangrijkste wormsoort waarvoor we een regelmatige ontworming aanraden is de spoelworm.

Wat is een Toxocara infectie?

Spoelwormen (Toxocara cati) komen regelmatig voor in de darmen van katten. Meestal zie je er niets van als een kat spoelwormen heeft. Soms zijn ze te zien in braaksel of ontlasting en lijken op een elastiekje van gemiddeld circa 10 cm lang. De kleur varieert van bleekgeel tot roze-roodachtig. We kunnen een besmetting aantonen door onderzoek van de ontlasting onder de microscoop. Bij de mens spelen alleen de larven van Toxocara een rol. Die zitten niet in de darmen, maar in spieren of organen.

Hoe worden katten besmet?

De wormen produceren veel eitjes (tot zo’n 200.000 per dag) die met de ontlasting worden uitgescheiden. Deze voor het blote oog onzichtbare eitjes zijn (nog) niet besmettelijk. Dat zijn ze pas na enkele weken als zich in de eitjes larven hebben ontwikkeld. Door opname van deze besmettelijke eitjes infecteren katten zich opnieuw. Dit gebeurt na likken aan de vacht of eten van de grond. Kittens kunnen zich ook besmetten via de moedermelk. Daarom hebben jonge katten bijna altijd spoelwormen.

Wat zijn de verschijnselen bij katten?

Wormen verminderen de conditie van uw huisdier. Meestal zien we weinig aan de kat die besmet is met spoelwormen. Soms zien we diarree, braken, een doffe vacht en een enkele keer hoesten. Besmette dieren kunnen vermoeid zijn en minder weerstand hebben, waardoor ook andere ziekteverwekkers een kans krijgen.

Hoe kunnen mensen (met name kinderen) besmet raken?

De mens kan eitjes opnemen door contact met besmette grond. Bijvoorbeeld door onvoldoende hygiëne na het spelen in een zandbak, de tuin of het plantsoen. Ook het eten van besmette, onvoldoende gewassen groente kan een infectie veroorzaken.

Wat zijn de verschijnselen bij de mens?

Uit bloedonderzoek is gebleken dat gemiddeld 19% van de Nederlandse bevolking wel eens een besmetting heeft doorgemaakt. Na opname van de besmettelijke eitjes komen de larven in het darmkanaal vrij. Ze groeien niet uit tot volwassen wormen, maar trekken door het lichaam en nestelen zich in diverse organen. Meestal verloopt dit onopgemerkt en treden er geen ziekteverschijnselen op. Als ze wel optreden, lijken ze veel op griep. Soms zien we long- en leverproblemen. Bij uitzondering kunnen oogklachten optreden. Bij kinderen met aanleg voor allergie kan een infectie met Toxocara larven sneller leiden tot astma en allergische klachten. Omdat kinderen meer contact hebben met de grond en minder op hygiëne letten, is de kans op herhaalde besmetting met spoelwormen bij kinderen groter dan bij volwassenen.

Hoe kunt u besmetting voorkomen?

Overal waar katten hun behoefte doen, komen spoelwormeieren voor. Om een besmetting te voorkomen, moeten we onze aandacht richten op (persoonlijke) hygiëne en op het ontwormen van katten!

1. Hygiëne

Met de gebruikelijke schoonmaakmiddelen en desinfectantia worden spoelwormeieren niet gedood. Daarom moeten we zorgen dat er zo min mogelijk contact is met besmettelijke eieren:

  • Verwijder zorgvuldig kattenpoep uit de kattenbak, de tuin en de zandbak. Let op: deponeer het niet in de GFT-bak.
  • Laat katten hun behoefte doen op een kattenbak en verschoon deze regelmatig.
  • Reinig vaste ligplaatsen van katten regelmatig (mand, vloer).
  • Zandbakken moeten worden afgedekt zodat katten er niet in kunnen.
  • Was de handen altijd na het tuinieren en na het verwijderen van kattenpoep.
  • Houd de nagels van uw kinderen kort en laat ze hun handen wassen na het spelen en voor het eten.
2. Regelmatig ontwormen

Ontwormen van uw kat dient zorgvuldig te gebeuren. Let daarbij op het volgende:

  • Gebruik wormmiddelen die werkzaam zijn tegen spoelwormen; deze zijn verkrijgbaar bij de dierenarts en de apotheker.
  • Ontworm iedere kat op advies van de dierenarts gemiddeld vier keer per jaar (ook als u geen wormen ziet).
  • Zogende katten en kittens moeten veel vaker en op vaste momenten worden ontwormd (zie ontwormingsschema).
  • Koop kittens die volgens voorschrift zijn ontwormd.
  • Noteer telkens wanneer uw huisdier is ontwormd b.v. in het dierenpaspoort. Doe dit dan op de daarvoor aangewezen plek en niet daar waar de entingen moeten worden ingevuld.

Ontwormingsschema

Vanaf 3 weken oud: om de 2 weken tot ze 2 maand oud zijn.
Daarna 1x/maand tot ze een half jaar oud zijn. Vervolgens minstens 4x/jaar.

Drachtige poezen ontworm je zeker eens tijdens de dracht. Lacterende poezen ontworm je samen met de kittens.

Handig starttabeltje:

Leeftijd: Datum ontworming: Leeftijd: Datum ontworming:
3 weken   6 maand  
5 weken   9 maand  
7 weken   1 jaar  
9 weken   1 jaar 3 maand  
3 maand   1 jaar 6 maand  
4 maand   1 jaar 9 maand  
5 maand   2 jaar  

 Bron: esccap.org

 

Katten kunnen prima zelf voor hun vacht zorgen. Het is een taak die ze met veel toewijding doen. Een kat is gemiddeld 3 uur per dag bezig met “schoonheidsverzorging”. Maar soms hebben katten ook hulp nodig, zeker de langharige Onder de lange haren zit een zeer dichte ondervacht, die de neiging heeft om te vervilten. Verviltingen blokkeren de luchttoevoer naar de huid, waardoor een vochtig en warm klimaat wordt gecreëerd. Een ideaal klimaat voor schimmels, bacteriën en parasieten!
Het is dus belangrijk om de vacht goed te verzorgen, zeker tijdens de ruiperiode.

Aangezien katten zoveel tijd steken in hun “schoonheidsverzorging”, is het niet nodig om ze te wassen. Behalve als uw kat enorm stinkt of erg vuil is geworden, dan kan een wasbeurt wel eens noodzakelijk zijn. Hieronder vindt u enkele tips voor het wassen van een kat:

  • Het water waarmee u uw kat wast, moet een temperatuur hebben tussen de 30 – 35°C (lauw, beetje warm). Let op dat het niet te warm is, dit kan irritatie en zelfs lichte brandwonden veroorzaken!
  • Vul een grote ligschaal of een wasbak met een beetje water (ongeveer 10 cm). Zet uw kat er zachtjes in en begin met de buik en de rug vochtig te maken. Hiervoor kan u een bekertje gebruiken, want de meeste katten hebben schrik van een douchekop.
  • Gebruik nooit mensenshampoo om uw kat mee te wassen! De zuurtegraad van de huid tussen een mens en een kat is verschillend. Als er een mensenshampoo gebruikt zou worden voor een kat, raakt het natuurlijke bacteriegehalte die normaal de huid beschermt, beschadigd. Daarnaast zal de kat ook jeuk, irritaties en een doffe, slechte vacht krijgen.
  • Hou rekening met de leeftijd van uw kat, een gevoelige huid en eventuele huidproblemen als u een shampoo kiest. Kittens mogen niet gewassen worden met een shampoo voor volwassen katten.
  • Lees eerst de gebruiksaanwijzing van de shampoo voordat u deze gebruikt. De meeste shampoos moeten eerst verdund worden of moeten een tijdje intrekken in de vacht voordat ze uitgespoeld mogen worden.
  • Shampoos moeten altijd goed worden uitgespoeld! Achtergebleven resten kunnen huidschilfers en uitslag veroorzaken.
  • Laat nooit shampoo in de ogen, oren, neus en mond komen! Indien dit gebeurt, onmiddellijk uitspoelen met water.
  • Als de kat gewassen is, probeer zoveel mogelijk van de vacht droog te krijgen met goede, waterabsorberende handdoeken. Let wel op dat u niet te hard wrijft met de handdoek. Daarna blijft de kat best in een warme omgeving om goed op te drogen.
  • Tijdens de rui is het heel verleidelijk om de kat iedere dag te kammen (als ze dit toestaan). Maar dit zorgt er alleen voor dat de natuurlijke cyclus verstoord raakt, waardoor de kat het hele jaar door haar zal verliezen. Het is veel om beter om uw kat tijdens de rui 1 tot 2 keer per week te kammen (altijd bewerken met de haargroeirichting mee). Een ander hulpmiddel is de slickerborstel (huidvriendelijk en sommige katten vinden dit aangenamer dan een kam).
    Buiten de ruiperiode laat u de vacht zoveel mogelijk met rust.
  • Wat u wel regelmatig mag doen, is dagelijks controleren op klitten, knopen, teken en vlooien. Zo bent u er altijd op tijd bij om deze te verwijderen. Om knopen en klitten voorzichtig te verwijderen, kan u een kam gebruiken.
  • De meeste katten houden er niet van om gekamd te worden. Vaak merken de katten op voorhand al wat hun eigenaars van plan zijn. Hierdoor kan het snel een gevecht worden en moet de kat in een houdgreep gehouden worden om hem/haar te kunnen kammen. Dit zorgt voor heel veel stress, zowel voor de eigenaar als voor de kat. Probeer dit zoveel mogelijk te vermijden!
    Een andere manier is bijvoorbeeld door de kam op één van de lievelingsplaatsen van uw kat te leggen. Als de kat daar dan ligt, kan u eens langs gaan voor wat knuffels en aaitjes te geven. Ondertussen kan u een klein stukje van het lichaam kammen. Dit hoeft niet op 1 dag te gebeuren, u kan elke dag een stukje doen. Het is vooral belangrijk dat u rustig en ontspannen blijft als u dit doet.
  • Tip: tegenwoordig bestaan er ook speciale handschoenen met lichte rubberen nopjes. Katten vinden dit veel aangenamer dan de metalen tanden van een kam. Bij langharige katten is het soms wel nog nodig om een kam te gebruiken om knopen los te krijgen.
  • Scheren moet altijd een noodoplossing zijn!

Kittens leren normaal heel snel om op de kattenbak te gaan. Katten zijn namelijk van nature uit heel propere dieren. Indien je kitten nog niet geleerd heeft om zijn of haar behoeftes in de kattenbak te doen, kan je dit hun nog aanleren. Laat hem/haar wennen aan de kattenbak en de plaats waar deze staat, dit kun je doen door hem/haar er regelmatig in te zetten.

Als je kitten gaat hurken of aanstalten maakt om te plassen of te ontlasten, neem hem/haar dan op en plaats hem/haar in de kattenbak. Eventuele ongelukjes buiten de kattenbak leg je in de kattenbak. Ze hebben het normaal heel snel door!

Een belangrijke tip is dat je altijd 1 kattenbak meer neerzet dan het aantal katten dat je hebt, dus: aantal kattenbakken = aantal katten + 1 (dus voor 2 katten, eigenlijk 3 kattenbakken). Deze kattenbakken moeten ver genoeg van elkaar staan EN ver genoeg van water- en eetbakjes staan. Verder is het ook belangrijk dat de kattenbak(ken) op een rustige plaats staat (staan).

Wat is sterilisatie?

Een sterilisatie is een chirurgische ingreep waarbij de eierstokken van de kattin worden verwijderd. Dit gebeurt onder volledige narcose en is onomkeerbaar. De kattin kan zich dus niet meer voortplanten.

Waarom steriliseren?

Er zijn verschillende redenen om een kattin te steriliseren. De eerste en belangrijkste is uiteraard dat ze dan geen kittens meer kan krijgen. Ook wordt de kattin dan niet meer krols. Krols zijn kan onaangenaam gedrag veroorzaken zoals onzindelijkheid, klagend miauwen,…. Bovendien is er na sterilisatie geen risico meer voor een baarmoederontsteking en een sterk verminderd risico op melkkliertumoren. Sowieso is het sinds 2018 verplicht om katten te steriliseren of te castreren. De juiste info vindt u hier: http://www.huisdierinfo.be/castratie-en-sterilisatie-van-katten.

Vooraf

Een volwassen kat moet nuchter binnen gebracht worden, dit betekent dat je haar de dag ervoor vanaf 18u s ’avonds geen eten en vanaf middernacht geen drinken meer mag geven. Kittens zijn een uitzondering en moeten niet nuchter zijn. Meestal vragen we om je kattin rond 9u ’ s morgens binnen te brengen. Leg ook al de nodige papieren (boekje of paspoort met gegevens) klaar om de volgende dag mee te nemen.

Hoe verloopt een sterilisatie?

De kattin wordt eerst onder anesthesie gebracht via een injectie in de bil en vervolgens wordt zij op de operatietafel gelegd. Op de plaats waar de insnede zal gebeuren wordt het haar weg geschoren en de huid wordt ontsmet. De sterilisatie zelf duurt ongeveer een half uurtje en nadien krijgen ze ook meteen een langwerkende pijnstiller. Na de operatie blijft de kat nog in de hospitalisatieruimte, waar zij onder een warmtelamp kan uitslapen. Er blijft steeds iemand aanwezig om de kat in de gaten te houden. Eens de kattin goed wakker is, mag zij naar huis (meestal is dit in de late namiddag).

Nazorg thuis

Zorg dat de kattin op een rustig, warm plekje ligt (liefst niet op hoge plaatsen). Zij mag eten en drinken krijgen, maar geef dit steeds in kleine porties. Door de narcose kan zij zich wat misselijk voelen. Pas de dag na de operatie mag de kat terug haar normale porties krijgen.

Wondverzorging is niet nodig, bij een sterilisatie wordt het sneetje intradermaal gehecht met een oplosbare draad. Deze draadjes moeten dus niet verwijderd worden.
Het is wel belangrijk om elke dag de wonde te controleren op zwelling, roodheid of pijn. Indien je dit ziet, bel meteen naar je dierenarts. Daarnaast is het ook belangrijk dat de kat niet overmatig likt aan de wonde. Als zij dit zou doen, kan je haar een rompertje of een kraagje aandoen.

Hou de kat (indien het geen binnenkat is) de eerste week zeker binnen. Dit is belangrijk voor een goede genezing van de wonde.

Doordat zij na de operatie een pijnstiller heeft gekregen, is verdere medicatie normaal niet nodig. Indien er problemen zijn of je ondervindt dat zij toch last heeft, kan dit wel nodig zijn.

Belangrijk is ook dat na de sterilisatie er meestal een verhoogde eetlust is. Het is dus belangrijk om het gewicht van je kattin goed op te volgen om overgewicht te vermijden. Vraag gerust naar onze specifieke voeding gericht op gesteriliseerde kattinnen.

Wat is castratie?

Een castratie is een chirurgische ingreep waarbij de teelballen van de kater worden verwijderd. Dit gebeurt onder volledige narcose en is onomkeerbaar. De kater kan zich dus niet meer voortplanten.

Waarom castreren?

Er zijn verschillende redenen om een kater te castreren, de meeste daarvan houden verband met territoriaal gedrag. Niet gecastreerde katers gaan hun terrein afbakenen door overal te sproeien, wat enorm kan stinken en onaangenaam is. Daarnaast gaan ze ook hun terrein verdedigen en indringers aanvallen. Hierdoor hebben katers meer kans op bijt- en vechtwonden, waardoor het risico op abcessen, ontstekingen en ziektes (bv. FIV = kattenaids en FeLV = feliene leukemie virus) groter wordt.

Sinds september 2014 is het verplicht om katten en kittens die van eigenaar veranderen te steriliseren of te castreren.

Vooraf

Een volwassen kat moet nuchter binnen gebracht worden, dit betekent dat je hem vanaf 18u s ’avonds geen eten en vanaf middernacht geen drinken meer mag geven. Kittens zijn een uitzondering en moeten niet nuchter zijn. Meestal vragen we om je kater rond 9u ’ s morgens binnen te brengen. Leg ook al de nodige papieren (boekje of paspoort met gegevens) klaar om de volgende dag mee te nemen.

Hoe verloopt een castratie?

De kater wordt eerst onder anesthesie gebracht via een injectie in de bil en vervolgens wordt hij op de operatietafel gelegd. Op de plaats waar de insnede zal gebeuren wordt het haar weg geplukt en de huid wordt ontsmet. De castratie zelf is een korte ingreep en nadien krijgen ze ook meteen een langwerkende pijnstiller. Na de operatie blijft de kat nog in de hospitalisatieruimte, waar hij onder een warmtelamp kan uitslapen. Er blijft steeds iemand aanwezig om de kat in de gaten te houden. Eens de kater goed wakker is, mag hij naar huis (meestal is dit in de late namiddag).

Nazorg thuis

Zorg dat de kater op een rustig, warm plekje ligt (liefst niet op hoge plaatsen). Hij mag eten en drinken krijgen, maar geef dit steeds in kleine porties. Door de narcose kan hij zich wat misselijk voelen. Pas de dag na de operatie mag de kat terug zijn normale porties krijgen.

Wondverzorging is niet nodig, bij een castratie wordt het sneetje niet gehecht omdat die onmiddellijk verkleeft. Het is normaal dat er geen draadjes zichtbaar zijn. Het is vooral belangrijk om elke dag de wonde te controleren op zwelling, roodheid of pijn. Indien je dit ziet, bel meteen naar je dierenarts. Daarnaast is het ook belangrijk dat de kat niet overmatig likt aan de wonde. Als hij dit zou doen, kan je hem een rompertje of een kraagje aandoen. Maar bij een castratie is dit normaal niet nodig.

Hou de kat (indien het geen binnenkat is) de eerste week zeker binnen. Dit is belangrijk voor een goede genezing van de wonde.

Doordat hij na de operatie een langwerkende pijnstiller heeft gekregen, is verdere medicatie normaal niet nodig. Indien er problemen zijn of je ondervindt dat hij toch last heeft, kan dit wel nodig zijn. Maar ook hier weer is dit bij een castratie normaal niet nodig.

Belangrijk is ook dat na de castratie er meestal een verhoogde eetlust is. Het is dus belangrijk om het gewicht van je kater goed op te volgen om overgewicht te vermijden. Vraag gerust naar onze specifieke voeding gericht op gecastreerde katers.

Inleiding

Chronische nierinsufficiëntie is een ziekte die vaker voorkomt bij de oudere kat. Door slecht werkend nieren is de kat dan niet meer in staat om zijn/haar urine op een normale manier te concentreren. Hij/zij urineert daardoor veel vaker, drinkt meer en de afvalstoffen van het metabolisme stapelen zich progressief op in zijn/haar bloed, waardoor talrijke symptomen kunnen optreden.

De symptomen treden echter maar laattijdig op, wanneer ongeveer 75% van het nierweefsel niet meer werkt. Dankzij een aangepaste voeding en behandeling met ondersteunende medicatie is het mogelijk om de voortschrijding van de ziekte aanzienlijk te vertragen en de levenskwaliteit aanzienlijk te verbeteren.

Waarvoor dient de nier?

De nier is een vitaal orgaan dat talrijke onontbeerlijke functies vervult. De belangrijkste functies zijn:

  • De filtering van het bloed en de afvoer van de afvalstoffen van het metabolisme in de urine (in het bijzonder ureum en creatinine die voortkomen uit de afbraak van eiwitten).
  • Het regelen van de concentratie in het bloed van meerdere belangrijke mineralen: fosfor, kalium, natrium, calcium.
  • De productie van hormonen die een rol spelen in de controle van de bloeddruk en in de vernieuwing van de rode bloedcellen.

Zoals alle zoogdieren, hebben katten 2 nieren. Elke nier bestaat uit duizenden functionele eenheden, “nefronen” genoemd, die het bloed filteren en de afvalstoffen afvoeren, die dan verzameld worden en de urine vormen.

Nierinsufficiëntie: wat is het?

De nier verliest geleidelijk de capaciteit om het bloed te filteren. Dit progressief proces is onomkeerbaar. Aangezien de nieren van nature een grote bloedfiltratie capaciteit hebben, zijn de klinische symptomen pas zichtbaar wanneer een groot deel van het nierweefsel is aangetast. Zolang de symptomen nog niet zichtbaar zijn, zegt men dat de nierinsufficiëntie gecompenseerd wordt: 1 of beide nieren zijn in de realiteit aangetast, maar enkel bijkomende onderzoeken kunnen een diagnose toelaten.

De klinische tekenen van de ziekte treden laattijdig op wanneer ongeveer 75% van de nefronen aangetast werden. Na deze drempel, zijn de symptomen ernstig en is hun verschijning heel abrupt, wat kan doen denken aan een recente ziekte met een snelle evolutie. Maar in werkelijkheid, gaat het wel degelijk over een nieuw kritisch stadium in de evolutie van deze chronische ziekte, die tot dan onzichtbaar was gebleven.

Wat zijn de symptomen?

Volgende symptomen zijn alarmsignalen voor chronische nierinsufficiëntie:

  • Uw kat drinkt en urineert vaker en grotere hoeveelheden.
  • De adem van je kat ruikt onaangenaam.
  • Je kat wordt kieskeurig om te eten
  • Je kat eet minder dan gewoonlijk.
  • Je kat vermagert, lijkt moe.
  • Je kat lijkt misselijk te zijn (veel smakken en/of speekselen) en/of moet regelmatig braken.

De tekenen van een nieraandoening kunnen variëren, maar de toename van de dorst is bijna altijd het eerste alarmsignaal en mag niet verwaarloosd worden!

Hoe kunnen we deze ziekte diagnosticeren?

Indien wij bij uw kat nierinsufficiëntie vermoeden, zullen wij voorstellen om bijkomende onderzoeken uit te voeren:

  • Een bloedonderzoek laat toe om het gehalte aan ureum en creatinine te meten. Als de nieren niet meer correct werken, dan gaan de bloedconcentraties aan ureum en creatinine in het bloed verhogen. Een bloedonderzoek laat ook toe om na te gaan of er geen anemie (bloedarmoede) is.
  • Een urineanalyse laat toe om te weten of de nieren eiwitten doorlaten die ze zouden moeten tegenhouden of brengt een eventuele infectie aan het licht. Bovendien kunnen we op deze manier nagaan of de urine van uw kat overmatig verdund is.

Het is aangewezen om deze eenvoudige onderzoeken tijdens de jaarlijkse check-up van uw senior kat te laten uitvoeren, om eventuele problemen zo vroeg mogelijk te kunnen diagnosticeren.

Wat zijn de mogelijke behandelingen?

Zelfs al is de ziekte onomkeerbaar, we kunnen door een aangepaste voeding en behandeling met supplementen de levensverwachting met meerdere jaren verlengen indien het op tijd wordt vastgesteld.

De behandeling van nierinsufficiëntie berust eerst en vooral op een specifieke voeding met volgende karakteristieken:

  • Sterk verminderd fosforgehalte.
  • Verminderd eiwitgehalte, met eiwitbronnen van zeer hoge kwaliteit.
  • Hoge energiewaarde om het gebrek aan eetlust te compenseren.

Breng alle familieleden op de hoogte van de behandeling en voeding van uw kat zodat hij/zij enkel de voorgeschreven voeding krijgt.

Het gebruik van meerdere geneesmiddelen is vaak noodzakelijk, een paar voorbeelden kunnen zijn: bloedddrukverlagende middelen, anti-emetica (tegen braken), intestinale fosfaatchelatoren, … Dit bespreken we samen met u en is  afhankelijk van de toestand van uw dier.

Soms is het noodzakelijk om het dier te laten hospitaliseren en aan het infuus te hangen om hem/haar te rehydrateren, een deel van de opgestapelde toxines in het bloed te elimineren en het organisme te ondersteunen.

Het is essentieel om bij chronische nierinsufficiëntie regelmatig het bloed te laten onderzoeken. We kunnen zo de evolutie van de ziekte op de voet volgen en het dieet of de geneesmiddelen aanpassen.

Wat is giardia?

Giardia is een ééncellige darmparasiet die vooral bij jonge katjes diarree kan veroorzaken. Typisch is een hardnekkige stinkende diarree waarbij op sommige dagen de stoelgang normaal is.

Diagnose

Via een eenvoudig mestonderzoek kan een besmetting worden vastgesteld. Belangrijk hierbij is wel dat er ideaal gezien van drie opeenvolgende dagen stoelgang wordt getest, omdat Giardia een intermitterende uitscheiding kent (de ene dag wel, de andere dag niet).

Behandeling en preventie

Giardia-infecties bij de kat worden meestal behandeld met fenbendazole of metronidazole. Ondanks dat er voor deze medicatie nog geen resistentie beschreven is, hervallen katten met giardiose vaak na een korte periode van genezing. Vaak gebeurt dit door herinfectie door opname van cysten uit de omgeving. Daarom worden vaak langere behandelingen of 2 kuren gegeven met een paar dagen tussen.

Hygiënische maatregelen zijn belangrijk om herinfectie vanuit de omgeving te verminderen en het risico op recidieven te verkleinen. Propere drink- en eetbakken gebruiken, het dagelijks wassen van de perianale regio en staartbasis van de kat om aangehechte cysten te verwijderen en het dagelijks verwijderen van de stoelgang (de uitgescheiden cysten zijn onmiddellijk infectieus) zijn belangrijke maatregelen. De verharde omgeving, bijvoorbeeld een terras, moet grondig gereinigd worden, zeker na het maken van stoelgang. Daarna laat men het gereinigde oppervlak drogen, want Giardia-cysten zijn gevoelig voor uitdroging. Hitte is eveneens goed werkzaam tegen Giardia-cysten. De kattenbak kan na het reinigen behandeld worden met stoomreiniging of kokend water, gevolgd door drogen. De kattenmand kan gereinigd worden met een stofzuiger met stoomfunctie.

In catteries kan eventueel desinfectie met quaternaire ammoniumpreparaten toegepast worden, maar enkel in open lucht of in een goed geventileerde ruimte (waarin geen dieren zitten!). Achteraf moet goed gespoeld worden, gevolgd door drogen. Bleekwater is hiervoor niet geschikt; Giardia-cysten zijn niet gevoelig voor chloor.

Wat is pancreatitis?

Pancreatitis is een ontsteking van de pancreas of de alvleesklier. De pancreas is belangrijk voor de productie van insuline enerzijds (regeling bloedsuiker) en voor productie van enzymen anderzijds (vertering). Meestal is de oorzaak onbekend, maar bv. vet eten is een gekende risicofactor.

Er bestaan 2 soorten:

  • Acute pancreatitis: het weefsel wordt door zijn eigen enzymen verteerd. Het is een vicieuze cirkel: cellen worden vernietigd => productie enzymen stijgt => meer vertering van weefsel
  • Chronische pancreatitis: blijvende en progressieve ontsteking

Wat kunnen we zien?

Katten met pancreatitis kunnen volgende symptomen vertonen: verlies van eetlust, braken, buikpijn, uitdroging, slapte, diarree. De symptomen zijn weinig specifiek, waardoor het niet altijd makkelijk is om een correcte diagnose te stellen.

Diagnose

Traditioneel werd bij een verdenking van pancreatitis in het bloed een bepaling uitgevoerd van amylase en lipase. Deze enzymen zijn echter ook aanwezig in andere organen dan de pancreas, waardoor deze testen weinig specifiek zijn. Specifieker is de PLI-test, die enkel het pancreas-specifiek lipase meet.

Behandeling

Afhankelijk van hoe ziek je dier is, kan het nodig zijn je kat te hospitaliseren om aan het infuus te leggen. Daarnaast zijn anti-emetica (medicatie tegen misselijkheid en braken) en pijnstillers nodig. Heel belangrijk is de voeding: er is een aangepaste voeding nodig om de pancreas te ontlasten (zeer belangrijk: vetarm).