KAT

 

Vaccinatieschema

  • 9 weken: basisvaccin (R, C, Cl, P)
  • 12 weken: herhaling basis vaccin (R, C, Cl, P)
  • Herhalingsvaccinaties: de eerste herhalingsvaccinatie dient 1 jaar na de basisvaccinatie met alle onderdelen te worden uitgevoerd, daaropvolgende herhalingsvaccinaties dienen elk jaar met het Cl onderdeel en met intervallen van maximaal 3 jaar met de R, C en P onderdelen te worden uitgevoerd.

Tegen wat vaccineren we

  • Niesziekte:
    • R: Feliene rhinotracheïtis herpesvirus
    • C: Feliene calicivirus
    • Cl: Chlamydophila felis
  • P: Feliene panleucopenie virus (= parvovirus, ‘kattenziekte‘)

Optionele vaccins

  • Feliene leukemie: zeker aan te raden bij katten die veel buiten lopen/veel contact hebben met vreemde/wilde katten
  • Rabiës of hondsdolheid: verplicht wanneer de kat meegaat naar het buitenland

 

Proficiat met jullie nieuwe huisgenoot! Hieronder vinden jullie een aantal algemene tips om de eerste weekjes zo goed mogelijk te laten verlopen!

  • Geef je kitten de tijd om de nieuwe omgeving op zijn/haar eigen ritme te verkennen. Hou er rekening mee dat alles nieuw is voor uw kitten! Wat hij/zij ziet, wat hij/zij ruikt, wat hij/zij hoort … Geef je kitten daarom een eigen veilig plekje in de keuken of woonkamer vanwaar hij/zij alles in het oog kan houden, en zelf kan beslissen om te komen piepen als hij/zij er klaar voor is! Een kat zit voornamelijk graag in de hoogte, dus bv een plekje bovenop een kattenkrabpaal is ideaal! Houd de ramen gesloten zodat uw kitten er niet uit kan vallen of ontsnappen. Werk alle elektrische bedrading weg. Uw kitten kan er op gaan kauwen. Controleer of u geen kamerplanten hebt die gevaarlijk kunnen zijn voor uw kitten. Lelies, kerstrozen en cyclamens zijn allemaal giftig.
  • Wat niet mag als volwassen kat, mag ook niet als kitten!
  • Geef het kitten de voeding die hij/zij ook kreeg bij de kweker. Indien u graag overstapt naar een ander merk, doe dit dan heel geleidelijk. Dus eerst een paar dagen ¼ van de nieuwe voeding met ¾ van de ‘oude’ voeding. Daarna een paar dagen ½ van de nieuwe voeding met ½ van de ‘oude’ voeding. Daarna een paar dagen ¾ van de nieuwe voeding met ¼ van de ‘oude’ voeding. Daarna kan u volledig overstappen op de nieuwe voeding. Indien u vragen heeft over type of merk voeding, stel ze ons gerust! Een goede, kwaliteitsvolle basisvoeding kan u ook altijd verkrijgen bij uw dierenarts.
  • Geef uw kitten op regelmatige tijdstippen eten. Indien het kan, is 3x/dag ook beter dan 2x/dag.
  • Socialisatie in de ruimste zin van het woord is zeer belangrijk! Leer hem/haar omgaan met andere dieren (niet alleen soortgenoten!), kleine kinderen, oudere mensen, autoritjes, de transportbak om naar de dierenarts te gaan, … Het is wel belangrijk om de kennismaking met andere huisdieren heel geleidelijk en stapsgewijs te laten gebeuren. De eerste stap is de dieren laten wennen aan elkaars geur, zonder dat ze elkaar kunnen zien. Dit kan door bijvoorbeeld met een doek over de nieuwe kitten te wrijven, en vervolgens het andere dier aan die doek te laten ruiken. Vervolgens moet het visueel contact gebeuren op een afstand die het kitten de kans geeft om te ‘ontsnappen’ indien hij/zij dit wenst. Eens het visuele contact probleemloos verloopt kan op een rustige manier overgegaan worden naar het fysieke contact. Blijf de eerste keren zeker in de buurt om in te grijpen als het mis gaat!
  • De kattenbak moet ver genoeg verwijderd staan van de slaap- en eetplaats. De uitwerpselen worden best dagelijks verwijderd en de kattenbakvulling moet wekelijks ververst worden. Een overdekte kattenbak voorkomt vervelende geurtjes. Elke kat in het huishouden moet zijn/haar eigen kattenbak hebben, en de kattenbakken moeten ver genoeg van elkaar verwijderd zijn. Ideaal gezien is het zelfs 1 extra kattenbak. Dus bv voor 2 katten heb je best 3 kattenbakken.

Katten worden tegenwoordig alsmaar ouder en dit dankzij goede medische verzorging, voeding en leefomstandigheden. Maar, hoe oud is jouw kat nu eigenlijk? Hoe voelt ze zich? Heeft ze last van ouderdomskwaaltjes? Zou ze pijn hebben? Allemaal vragen die we ons soms stellen als we naar onze seniorkatten kijken!

Wanneer spreken we over een oudere kat?

Vanaf de leeftijd van 7 jaar beginnen katten al wat ouder te worden en de eerste ouderdomskwaaltjes kunnen zich beginnen manifesteren. Vanaf de leeftijd van 11 jaar spreken we van een seniorkat en vanaf 15 jaar is de kat geriatrisch. Om een idee te hebben over hoe oud ze dan eigenlijk zijn, hier een vertaling van kattenjaren naar mensenjaren:

* Middelbare kat 7 jaar – 10 jaar = Mens tussen 45 jaar en 59 jaar
* Senior kat 11 jaar – 14 jaar = Mens tussen 60 jaar en 74 jaar
* Geriatrische kat 15 jaar+ = Mens vanaf 75 jaar+

Welke fysiologische veranderingen vinden er plaats?

Vanaf 7 jaar kan een daling van de algemene gezondheidstoestand beginnen en kunnen verschillende problemen ontstaan. Enkele voorbeelden hiervan: meer drinken en/of plassen, meer of minder eten, moeilijkere spijsvertering, moeite met traplopen en springen, stijve spieren, snel moe, minder actief, verhoogde bloeddruk, verhoogde hartslag, ingegroeide  nagels, vachtverandering, verminderd gehoor-zicht-smaak-geur,…

Welke gedragsveranderingen kunnen er zijn?

De meest voorkomende gedragsveranderingen bij oude katten zijn secundair aan degeneratieve ziekte en andere geriatrische veranderingen. Zoals bijvoorbeeld: een kat die geïrriteerd en terughoudend is door chronische pijn.

Een van de meest opvallende gedragsveranderingen van geriatrische katten is dat ze niet goed meer kunnen omgaan met verandering in de dagelijkse routine of omgeving.

Het stapsgewijs aanpassen van veranderingen en oude katten voldoende tijd gunnen om zich aan te passen, is vaak effectief in het minimaliseren van stress en het voorkomen van gedragsproblemen.

Pijn herkennen bij de oudere kat!

Pijn kan op elke leeftijd voorkomen, maar chronische pijn komt vaker voor bij oudere katten.

Maar… katten reageren heel subtiel op pijn en dat maakt het moeilijk om te detecteren.

De kattenpatiënt zal zich eerder terugtrekken of contact vermijden en sommige pijntjes kunnen alleen opgemerkt worden tijdens een dierenartsbezoek.

Een aantal voorbeelden van pijnindicatoren:

* Gedragsveranderingen
* Gehurkte en half verscholen houding
* Reactie op aanraking, druk of palpatie
* Overmatige aandacht voor pijnlijke plek zoals extreem likken en bijten
* Veel meer slapen omdat beweging pijnlijk is
* Pijnlijke gezichtsuitdrukkingen zoals halfgesloten ogen, versmalde oogspleet, platgerichte oren, snorharen plat tegen gezicht

Is de leefomgeving aangepast aan jouw oudere kat?

Voor een optimaal comfort van de seniorkat, zorg ervoor dat alle basisbronnen altijd beschikbaar, gemakkelijk toegankelijk en heel dichtbij zijn: eten, drinken, propere kattenbakken, krabplaatsen, veilige slaap- & schuilplaatsen. Het comfortniveau van een kat in zijn omgeving is automatisch gekoppeld aan zijn fysieke gezondheid, emotioneel welzijn en gedrag.

Hoeveel keer ga ik best naar de dierenarts met mijn oudere kat?

Katten zijn meesters in het verbergen van pijn en ziekte. Als eigenaar kunnen we het niet altijd zien wanneer onze kat ziek is, maar de dierenarts wel!

De seniorcheck wordt aangeraden voor oudere katten en bestaat uit een lichamelijk onderzoek, gewichtscontrole, gebitscontrole, bloedonderzoek, urineonderzoek en bloeddrukmeting. Ouderdomsziekten worden in een vroeg stadium ontdekt en kunnen gemakkelijker gecontroleerd of zelfs afgeremd worden.

De seniorcheck wordt als volgt aangeraden: Jaarlijks voor katten van middelbare leeftijd en elke 6 maand voor senior- en geriatrische katten. Preventief handelen is hier zeer belangrijk!

Gouden tips voor de oudjes!

* Verhoog eet- en drinkbakjes zodat ze zich niet moeten bukken, want dat is pijnlijk voor de oude stramme spieren en gewrichten.
* Gebruik opstapjes voor de oudjes met gewrichtsproblemen, zo kunnen ze nog altijd hun favoriete plaatsjes bereiken. Ze verkopen die voor kindjes, en zijn ook ideaal voor de oudere kat!
* Help ze met de vachtverzorging en check wekelijks op ingegroeide nagels, want geriatrische katten kunnen zichzelf niet meer zo goed verzorgen.
* Geef aangepaste voeding, want door een minder goed werkende spijsvertering is er meer behoefte aan licht verteerbare energierijke voeding. Bespreek het met jouw dierenarts.
* Laat ‘s nachts een lichtje aan, een dementerende seniorkat zal de basisbronnen gemakkelijker terugvinden.
* Raadpleeg de dierenarts van zodra je een gedragsverandering ziet, jouw seniorkat heeft misschien pijn of voelt zich niet goed…

 

Bron: Anneleen Bru ‘I love Happy Cats’
#felinova

 

Ideaal gezien werk je hiervoor preventief. Dit kan met pipetjes (1x/maand of 3x/maanden afhankelijk van het product), tabletten (1x/maand) of bandjes (werken ongeveer 6 maanden).

Eens de problemen er zijn:

  • ALLE dieren ontvlooien (honden, katten, konijnen, …).
  • Omgeving behandelen:
    • Dagelijks stofzuigen; leeg de stofzuiger buitenshuis!
    • Alle dekentjes, manden,… zo heet mogelijk wassen; minstens 1x/week.
    • Omgeving kan behandeld worden met bv. Bolfo fleegard omgevingsspray.
    • Bij zeer zware problemen kan contact opgenomen worden met een professionele verdelger, bv. Rentokil (http://www.rentokil.be/vlooien/)

Meer info kan je ook vinden via http://parasiteparty.com/nl/cats/parasites#flea.

De belangrijkste wormsoort waarvoor we een regelmatige ontworming aanraden is de spoelworm.

Wat is een Toxocara infectie?

Spoelwormen (Toxocara cati) komen regelmatig voor in de darmen van katten. Meestal zie je er niets van als een kat spoelwormen heeft. Soms zijn ze te zien in braaksel of ontlasting en lijken op een elastiekje van gemiddeld circa 10 cm lang. De kleur varieert van bleekgeel tot roze-roodachtig. We kunnen een besmetting aantonen door onderzoek van de ontlasting onder de microscoop. Bij de mens spelen alleen de larven van Toxocara een rol. Die zitten niet in de darmen, maar in spieren of organen.

Hoe worden katten besmet?

De wormen produceren veel eitjes (tot zo’n 200.000 per dag) die met de ontlasting worden uitgescheiden. Deze voor het blote oog onzichtbare eitjes zijn (nog) niet besmettelijk. Dat zijn ze pas na enkele weken als zich in de eitjes larven hebben ontwikkeld. Door opname van deze besmettelijke eitjes infecteren katten zich opnieuw. Dit gebeurt na likken aan de vacht of eten van de grond. Kittens kunnen zich ook besmetten via de moedermelk. Daarom hebben jonge katten bijna altijd spoelwormen.

Wat zijn de verschijnselen bij katten?

Wormen verminderen de conditie van uw huisdier. Meestal zien we weinig aan de kat die besmet is met spoelwormen. Soms zien we diarree, braken, een doffe vacht en een enkele keer hoesten. Besmette dieren kunnen vermoeid zijn en minder weerstand hebben, waardoor ook andere ziekteverwekkers een kans krijgen.

Hoe kunnen mensen (met name kinderen) besmet raken?

De mens kan eitjes opnemen door contact met besmette grond. Bijvoorbeeld door onvoldoende hygiëne na het spelen in een zandbak, de tuin of het plantsoen. Ook het eten van besmette, onvoldoende gewassen groente kan een infectie veroorzaken.

Wat zijn de verschijnselen bij de mens?

Uit bloedonderzoek is gebleken dat gemiddeld 19% van de Nederlandse bevolking wel eens een besmetting heeft doorgemaakt. Na opname van de besmettelijke eitjes komen de larven in het darmkanaal vrij. Ze groeien niet uit tot volwassen wormen, maar trekken door het lichaam en nestelen zich in diverse organen. Meestal verloopt dit onopgemerkt en treden er geen ziekteverschijnselen op. Als ze wel optreden, lijken ze veel op griep. Soms zien we long- en leverproblemen. Bij uitzondering kunnen oogklachten optreden. Bij kinderen met aanleg voor allergie kan een infectie met Toxocara larven sneller leiden tot astma en allergische klachten. Omdat kinderen meer contact hebben met de grond en minder op hygiëne letten, is de kans op herhaalde besmetting met spoelwormen bij kinderen groter dan bij volwassenen.

Hoe kunt u besmetting voorkomen?

Overal waar katten hun behoefte doen, komen spoelwormeieren voor. Om een besmetting te voorkomen, moeten we onze aandacht richten op (persoonlijke) hygiëne en op het ontwormen van katten!

1. Hygiëne

Met de gebruikelijke schoonmaakmiddelen en desinfectantia worden spoelwormeieren niet gedood. Daarom moeten we zorgen dat er zo min mogelijk contact is met besmettelijke eieren:

  • Verwijder zorgvuldig kattenpoep uit de kattenbak, de tuin en de zandbak. Let op: deponeer het niet in de GFT-bak.
  • Laat katten hun behoefte doen op een kattenbak en verschoon deze regelmatig.
  • Reinig vaste ligplaatsen van katten regelmatig (mand, vloer).
  • Zandbakken moeten worden afgedekt zodat katten er niet in kunnen.
  • Was de handen altijd na het tuinieren en na het verwijderen van kattenpoep.
  • Houd de nagels van uw kinderen kort en laat ze hun handen wassen na het spelen en voor het eten.
2. Regelmatig ontwormen

Ontwormen van uw kat dient zorgvuldig te gebeuren. Let daarbij op het volgende:

  • Gebruik wormmiddelen die werkzaam zijn tegen spoelwormen; deze zijn verkrijgbaar bij de dierenarts en de apotheker.
  • Ontworm iedere kat op advies van de dierenarts gemiddeld vier keer per jaar (ook als u geen wormen ziet).
  • Zogende katten en kittens moeten veel vaker en op vaste momenten worden ontwormd (zie ontwormingsschema).
  • Koop kittens die volgens voorschrift zijn ontwormd.
  • Noteer telkens wanneer uw huisdier is ontwormd b.v. in het dierenpaspoort. Doe dit dan op de daarvoor aangewezen plek en niet daar waar de entingen moeten worden ingevuld.

Ontwormingsschema

Vanaf 3 weken oud: om de 2 weken tot ze 2 maand oud zijn.
Daarna 1x/maand tot ze een half jaar oud zijn. Vervolgens minstens 4x/jaar.

Drachtige poezen ontworm je zeker eens tijdens de dracht. Lacterende poezen ontworm je samen met de kittens.

Handig starttabeltje:

Leeftijd: Datum ontworming: Leeftijd: Datum ontworming:
3 weken   6 maand  
5 weken   9 maand  
7 weken   1 jaar  
9 weken   1 jaar 3 maand  
3 maand   1 jaar 6 maand  
4 maand   1 jaar 9 maand  
5 maand   2 jaar  

 Bron: esccap.org

 

Katten kunnen prima zelf voor hun vacht zorgen. Het is een taak die ze met veel toewijding doen. Een kat is gemiddeld 3 uur per dag bezig met “schoonheidsverzorging”. Maar soms hebben katten ook hulp nodig, zeker de langharige Onder de lange haren zit een zeer dichte ondervacht, die de neiging heeft om te vervilten. Verviltingen blokkeren de luchttoevoer naar de huid, waardoor een vochtig en warm klimaat wordt gecreëerd. Een ideaal klimaat voor schimmels, bacteriën en parasieten!
Het is dus belangrijk om de vacht goed te verzorgen, zeker tijdens de ruiperiode.

Aangezien katten zoveel tijd steken in hun “schoonheidsverzorging”, is het niet nodig om ze te wassen. Behalve als uw kat enorm stinkt of erg vuil is geworden, dan kan een wasbeurt wel eens noodzakelijk zijn. Hieronder vindt u enkele tips voor het wassen van een kat:

  • Het water waarmee u uw kat wast, moet een temperatuur hebben tussen de 30 – 35°C (lauw, beetje warm). Let op dat het niet te warm is, dit kan irritatie en zelfs lichte brandwonden veroorzaken!
  • Vul een grote ligschaal of een wasbak met een beetje water (ongeveer 10 cm). Zet uw kat er zachtjes in en begin met de buik en de rug vochtig te maken. Hiervoor kan u een bekertje gebruiken, want de meeste katten hebben schrik van een douchekop.
  • Gebruik nooit mensenshampoo om uw kat mee te wassen! De zuurtegraad van de huid tussen een mens en een kat is verschillend. Als er een mensenshampoo gebruikt zou worden voor een kat, raakt het natuurlijke bacteriegehalte die normaal de huid beschermt, beschadigd. Daarnaast zal de kat ook jeuk, irritaties en een doffe, slechte vacht krijgen.
  • Hou rekening met de leeftijd van uw kat, een gevoelige huid en eventuele huidproblemen als u een shampoo kiest. Kittens mogen niet gewassen worden met een shampoo voor volwassen katten.
  • Lees eerst de gebruiksaanwijzing van de shampoo voordat u deze gebruikt. De meeste shampoos moeten eerst verdund worden of moeten een tijdje intrekken in de vacht voordat ze uitgespoeld mogen worden.
  • Shampoos moeten altijd goed worden uitgespoeld! Achtergebleven resten kunnen huidschilfers en uitslag veroorzaken.
  • Laat nooit shampoo in de ogen, oren, neus en mond komen! Indien dit gebeurt, onmiddellijk uitspoelen met water.
  • Als de kat gewassen is, probeer zoveel mogelijk van de vacht droog te krijgen met goede, waterabsorberende handdoeken. Let wel op dat u niet te hard wrijft met de handdoek. Daarna blijft de kat best in een warme omgeving om goed op te drogen.
  • Tijdens de rui is het heel verleidelijk om de kat iedere dag te kammen (als ze dit toestaan). Maar dit zorgt er alleen voor dat de natuurlijke cyclus verstoord raakt, waardoor de kat het hele jaar door haar zal verliezen. Het is veel om beter om uw kat tijdens de rui 1 tot 2 keer per week te kammen (altijd bewerken met de haargroeirichting mee). Een ander hulpmiddel is de slickerborstel (huidvriendelijk en sommige katten vinden dit aangenamer dan een kam).
    Buiten de ruiperiode laat u de vacht zoveel mogelijk met rust.
  • Wat u wel regelmatig mag doen, is dagelijks controleren op klitten, knopen, teken en vlooien. Zo bent u er altijd op tijd bij om deze te verwijderen. Om knopen en klitten voorzichtig te verwijderen, kan u een kam gebruiken.
  • De meeste katten houden er niet van om gekamd te worden. Vaak merken de katten op voorhand al wat hun eigenaars van plan zijn. Hierdoor kan het snel een gevecht worden en moet de kat in een houdgreep gehouden worden om hem/haar te kunnen kammen. Dit zorgt voor heel veel stress, zowel voor de eigenaar als voor de kat. Probeer dit zoveel mogelijk te vermijden!
    Een andere manier is bijvoorbeeld door de kam op één van de lievelingsplaatsen van uw kat te leggen. Als de kat daar dan ligt, kan u eens langs gaan voor wat knuffels en aaitjes te geven. Ondertussen kan u een klein stukje van het lichaam kammen. Dit hoeft niet op 1 dag te gebeuren, u kan elke dag een stukje doen. Het is vooral belangrijk dat u rustig en ontspannen blijft als u dit doet.
  • Tip: tegenwoordig bestaan er ook speciale handschoenen met lichte rubberen nopjes. Katten vinden dit veel aangenamer dan de metalen tanden van een kam. Bij langharige katten is het soms wel nog nodig om een kam te gebruiken om knopen los te krijgen.
  • Scheren moet altijd een noodoplossing zijn!

Kittens leren normaal heel snel om op de kattenbak te gaan. Katten zijn namelijk van nature uit heel propere dieren. Indien je kitten nog niet geleerd heeft om zijn of haar behoeftes in de kattenbak te doen, kan je dit hun nog aanleren. Laat hem/haar wennen aan de kattenbak en de plaats waar deze staat, dit kun je doen door hem/haar er regelmatig in te zetten.

Als je kitten gaat hurken of aanstalten maakt om te plassen of te ontlasten, neem hem/haar dan op en plaats hem/haar in de kattenbak. Eventuele ongelukjes buiten de kattenbak leg je in de kattenbak. Ze hebben het normaal heel snel door!

Een belangrijke tip is dat je altijd 1 kattenbak meer neerzet dan het aantal katten dat je hebt, dus: aantal kattenbakken = aantal katten + 1 (dus voor 2 katten, eigenlijk 3 kattenbakken). Deze kattenbakken moeten ver genoeg van elkaar staan EN ver genoeg van water- en eetbakjes staan. Verder is het ook belangrijk dat de kattenbak(ken) op een rustige plaats staat (staan).

Wat is sterilisatie?

Een sterilisatie is een chirurgische ingreep waarbij de eierstokken van de kattin worden verwijderd. Dit gebeurt onder volledige narcose en is onomkeerbaar. De kattin kan zich dus niet meer voortplanten.

Waarom steriliseren?

Er zijn verschillende redenen om een kattin te steriliseren. De eerste en belangrijkste is uiteraard dat ze dan geen kittens meer kan krijgen. Ook wordt de kattin dan niet meer krols. Krols zijn kan onaangenaam gedrag veroorzaken zoals onzindelijkheid, klagend miauwen,…. Bovendien is er na sterilisatie geen risico meer voor een baarmoederontsteking en een sterk verminderd risico op melkkliertumoren. Sowieso is het sinds 2018 verplicht om katten te steriliseren of te castreren. De juiste info vindt u hier: http://www.huisdierinfo.be/castratie-en-sterilisatie-van-katten.

Vooraf

Een volwassen kat moet nuchter binnen gebracht worden, dit betekent dat je haar de dag ervoor vanaf 18u s ’avonds geen eten en vanaf middernacht geen drinken meer mag geven. Kittens zijn een uitzondering en moeten niet nuchter zijn. Meestal vragen we om je kattin rond 9u ’ s morgens binnen te brengen. Leg ook al de nodige papieren (boekje of paspoort met gegevens) klaar om de volgende dag mee te nemen.

Hoe verloopt een sterilisatie?

De kattin wordt eerst onder anesthesie gebracht via een injectie in de bil en vervolgens wordt zij op de operatietafel gelegd. Op de plaats waar de insnede zal gebeuren wordt het haar weg geschoren en de huid wordt ontsmet. De sterilisatie zelf duurt ongeveer een half uurtje en nadien krijgen ze ook meteen een langwerkende pijnstiller. Na de operatie blijft de kat nog in de hospitalisatieruimte, waar zij onder een warmtelamp kan uitslapen. Er blijft steeds iemand aanwezig om de kat in de gaten te houden. Eens de kattin goed wakker is, mag zij naar huis (meestal is dit in de late namiddag).

Nazorg thuis

Zorg dat de kattin op een rustig, warm plekje ligt (liefst niet op hoge plaatsen). Zij mag eten en drinken krijgen, maar geef dit steeds in kleine porties. Door de narcose kan zij zich wat misselijk voelen. Pas de dag na de operatie mag de kat terug haar normale porties krijgen.

Wondverzorging is niet nodig, bij een sterilisatie wordt het sneetje intradermaal gehecht met een oplosbare draad. Deze draadjes moeten dus niet verwijderd worden.
Het is wel belangrijk om elke dag de wonde te controleren op zwelling, roodheid of pijn. Indien je dit ziet, bel meteen naar je dierenarts. Daarnaast is het ook belangrijk dat de kat niet overmatig likt aan de wonde. Als zij dit zou doen, kan je haar een rompertje of een kraagje aandoen.

Hou de kat (indien het geen binnenkat is) de eerste week zeker binnen. Dit is belangrijk voor een goede genezing van de wonde.

Doordat zij na de operatie een pijnstiller heeft gekregen, is verdere medicatie normaal niet nodig. Indien er problemen zijn of je ondervindt dat zij toch last heeft, kan dit wel nodig zijn.

Belangrijk is ook dat na de sterilisatie er meestal een verhoogde eetlust is. Het is dus belangrijk om het gewicht van je kattin goed op te volgen om overgewicht te vermijden. Vraag gerust naar onze specifieke voeding gericht op gesteriliseerde kattinnen.

Wat is castratie?

Een castratie is een chirurgische ingreep waarbij de teelballen van de kater worden verwijderd. Dit gebeurt onder volledige narcose en is onomkeerbaar. De kater kan zich dus niet meer voortplanten.

Waarom castreren?

Er zijn verschillende redenen om een kater te castreren, de meeste daarvan houden verband met territoriaal gedrag. Niet gecastreerde katers gaan hun terrein afbakenen door overal te sproeien, wat enorm kan stinken en onaangenaam is. Daarnaast gaan ze ook hun terrein verdedigen en indringers aanvallen. Hierdoor hebben katers meer kans op bijt- en vechtwonden, waardoor het risico op abcessen, ontstekingen en ziektes (bv. FIV = kattenaids en FeLV = feliene leukemie virus) groter wordt.

Sinds september 2014 is het verplicht om katten en kittens die van eigenaar veranderen te steriliseren of te castreren.

Vooraf

Een volwassen kat moet nuchter binnen gebracht worden, dit betekent dat je hem vanaf 18u s ’avonds geen eten en vanaf middernacht geen drinken meer mag geven. Kittens zijn een uitzondering en moeten niet nuchter zijn. Meestal vragen we om je kater rond 9u ’ s morgens binnen te brengen. Leg ook al de nodige papieren (boekje of paspoort met gegevens) klaar om de volgende dag mee te nemen.

Hoe verloopt een castratie?

De kater wordt eerst onder anesthesie gebracht via een injectie in de bil en vervolgens wordt hij op de operatietafel gelegd. Op de plaats waar de insnede zal gebeuren wordt het haar weg geplukt en de huid wordt ontsmet. De castratie zelf is een korte ingreep en nadien krijgen ze ook meteen een langwerkende pijnstiller. Na de operatie blijft de kat nog in de hospitalisatieruimte, waar hij onder een warmtelamp kan uitslapen. Er blijft steeds iemand aanwezig om de kat in de gaten te houden. Eens de kater goed wakker is, mag hij naar huis (meestal is dit in de late namiddag).

Nazorg thuis

Zorg dat de kater op een rustig, warm plekje ligt (liefst niet op hoge plaatsen). Hij mag eten en drinken krijgen, maar geef dit steeds in kleine porties. Door de narcose kan hij zich wat misselijk voelen. Pas de dag na de operatie mag de kat terug zijn normale porties krijgen.

Wondverzorging is niet nodig, bij een castratie wordt het sneetje niet gehecht omdat die onmiddellijk verkleeft. Het is normaal dat er geen draadjes zichtbaar zijn. Het is vooral belangrijk om elke dag de wonde te controleren op zwelling, roodheid of pijn. Indien je dit ziet, bel meteen naar je dierenarts. Daarnaast is het ook belangrijk dat de kat niet overmatig likt aan de wonde. Als hij dit zou doen, kan je hem een rompertje of een kraagje aandoen. Maar bij een castratie is dit normaal niet nodig.

Hou de kat (indien het geen binnenkat is) de eerste week zeker binnen. Dit is belangrijk voor een goede genezing van de wonde.

Doordat hij na de operatie een langwerkende pijnstiller heeft gekregen, is verdere medicatie normaal niet nodig. Indien er problemen zijn of je ondervindt dat hij toch last heeft, kan dit wel nodig zijn. Maar ook hier weer is dit bij een castratie normaal niet nodig.

Belangrijk is ook dat na de castratie er meestal een verhoogde eetlust is. Het is dus belangrijk om het gewicht van je kater goed op te volgen om overgewicht te vermijden. Vraag gerust naar onze specifieke voeding gericht op gecastreerde katers.

Inleiding

Chronische nierinsufficiëntie is een ziekte die vaker voorkomt bij de oudere kat. Door slecht werkend nieren is de kat dan niet meer in staat om zijn/haar urine op een normale manier te concentreren. Hij/zij urineert daardoor veel vaker, drinkt meer en de afvalstoffen van het metabolisme stapelen zich progressief op in zijn/haar bloed, waardoor talrijke symptomen kunnen optreden.

De symptomen treden echter maar laattijdig op, wanneer ongeveer 75% van het nierweefsel niet meer werkt. Dankzij een aangepaste voeding en behandeling met ondersteunende medicatie is het mogelijk om de voortschrijding van de ziekte aanzienlijk te vertragen en de levenskwaliteit aanzienlijk te verbeteren.

Waarvoor dient de nier?

De nier is een vitaal orgaan dat talrijke onontbeerlijke functies vervult. De belangrijkste functies zijn:

  • De filtering van het bloed en de afvoer van de afvalstoffen van het metabolisme in de urine (in het bijzonder ureum en creatinine die voortkomen uit de afbraak van eiwitten).
  • Het regelen van de concentratie in het bloed van meerdere belangrijke mineralen: fosfor, kalium, natrium, calcium.
  • De productie van hormonen die een rol spelen in de controle van de bloeddruk en in de vernieuwing van de rode bloedcellen.

Zoals alle zoogdieren, hebben katten 2 nieren. Elke nier bestaat uit duizenden functionele eenheden, “nefronen” genoemd, die het bloed filteren en de afvalstoffen afvoeren, die dan verzameld worden en de urine vormen.

Nierinsufficiëntie: wat is het?

De nier verliest geleidelijk de capaciteit om het bloed te filteren. Dit progressief proces is onomkeerbaar. Aangezien de nieren van nature een grote bloedfiltratie capaciteit hebben, zijn de klinische symptomen pas zichtbaar wanneer een groot deel van het nierweefsel is aangetast. Zolang de symptomen nog niet zichtbaar zijn, zegt men dat de nierinsufficiëntie gecompenseerd wordt: 1 of beide nieren zijn in de realiteit aangetast, maar enkel bijkomende onderzoeken kunnen een diagnose toelaten.

De klinische tekenen van de ziekte treden laattijdig op wanneer ongeveer 75% van de nefronen aangetast werden. Na deze drempel, zijn de symptomen ernstig en is hun verschijning heel abrupt, wat kan doen denken aan een recente ziekte met een snelle evolutie. Maar in werkelijkheid, gaat het wel degelijk over een nieuw kritisch stadium in de evolutie van deze chronische ziekte, die tot dan onzichtbaar was gebleven.

Wat zijn de symptomen?

Volgende symptomen zijn alarmsignalen voor chronische nierinsufficiëntie:

  • Uw kat drinkt en urineert vaker en grotere hoeveelheden.
  • De adem van je kat ruikt onaangenaam.
  • Je kat wordt kieskeurig om te eten
  • Je kat eet minder dan gewoonlijk.
  • Je kat vermagert, lijkt moe.
  • Je kat lijkt misselijk te zijn (veel smakken en/of speekselen) en/of moet regelmatig braken.

De tekenen van een nieraandoening kunnen variëren, maar de toename van de dorst is bijna altijd het eerste alarmsignaal en mag niet verwaarloosd worden!

Hoe kunnen we deze ziekte diagnosticeren?

Indien wij bij uw kat nierinsufficiëntie vermoeden, zullen wij voorstellen om bijkomende onderzoeken uit te voeren:

  • Een bloedonderzoek laat toe om het gehalte aan ureum en creatinine te meten. Als de nieren niet meer correct werken, dan gaan de bloedconcentraties aan ureum en creatinine in het bloed verhogen. Een bloedonderzoek laat ook toe om na te gaan of er geen anemie (bloedarmoede) is.
  • Een urineanalyse laat toe om te weten of de nieren eiwitten doorlaten die ze zouden moeten tegenhouden of brengt een eventuele infectie aan het licht. Bovendien kunnen we op deze manier nagaan of de urine van uw kat overmatig verdund is.

Het is aangewezen om deze eenvoudige onderzoeken tijdens de jaarlijkse check-up van uw senior kat te laten uitvoeren, om eventuele problemen zo vroeg mogelijk te kunnen diagnosticeren.

Wat zijn de mogelijke behandelingen?

Zelfs al is de ziekte onomkeerbaar, we kunnen door een aangepaste voeding en behandeling met supplementen de levensverwachting met meerdere jaren verlengen indien het op tijd wordt vastgesteld.

De behandeling van nierinsufficiëntie berust eerst en vooral op een specifieke voeding met volgende karakteristieken:

  • Sterk verminderd fosforgehalte.
  • Verminderd eiwitgehalte, met eiwitbronnen van zeer hoge kwaliteit.
  • Hoge energiewaarde om het gebrek aan eetlust te compenseren.

Breng alle familieleden op de hoogte van de behandeling en voeding van uw kat zodat hij/zij enkel de voorgeschreven voeding krijgt.

Het gebruik van meerdere geneesmiddelen is vaak noodzakelijk, een paar voorbeelden kunnen zijn: bloedddrukverlagende middelen, anti-emetica (tegen braken), intestinale fosfaatchelatoren, … Dit bespreken we samen met u en is  afhankelijk van de toestand van uw dier.

Soms is het noodzakelijk om het dier te laten hospitaliseren en aan het infuus te hangen om hem/haar te rehydrateren, een deel van de opgestapelde toxines in het bloed te elimineren en het organisme te ondersteunen.

Het is essentieel om bij chronische nierinsufficiëntie regelmatig het bloed te laten onderzoeken. We kunnen zo de evolutie van de ziekte op de voet volgen en het dieet of de geneesmiddelen aanpassen.

Wat is giardia?

Giardia is een ééncellige darmparasiet die vooral bij jonge katjes diarree kan veroorzaken. Typisch is een hardnekkige stinkende diarree waarbij op sommige dagen de stoelgang normaal is.

Diagnose

Via een eenvoudig mestonderzoek kan een besmetting worden vastgesteld. Belangrijk hierbij is wel dat er ideaal gezien van drie opeenvolgende dagen stoelgang wordt getest, omdat Giardia een intermitterende uitscheiding kent (de ene dag wel, de andere dag niet).

Behandeling en preventie

Giardia-infecties bij de kat worden meestal behandeld met fenbendazole of metronidazole. Ondanks dat er voor deze medicatie nog geen resistentie beschreven is, hervallen katten met giardiose vaak na een korte periode van genezing. Vaak gebeurt dit door herinfectie door opname van cysten uit de omgeving. Daarom worden vaak langere behandelingen of 2 kuren gegeven met een paar dagen tussen.

Hygiënische maatregelen zijn belangrijk om herinfectie vanuit de omgeving te verminderen en het risico op recidieven te verkleinen. Propere drink- en eetbakken gebruiken, het dagelijks wassen van de perianale regio en staartbasis van de kat om aangehechte cysten te verwijderen en het dagelijks verwijderen van de stoelgang (de uitgescheiden cysten zijn onmiddellijk infectieus) zijn belangrijke maatregelen. De verharde omgeving, bijvoorbeeld een terras, moet grondig gereinigd worden, zeker na het maken van stoelgang. Daarna laat men het gereinigde oppervlak drogen, want Giardia-cysten zijn gevoelig voor uitdroging. Hitte is eveneens goed werkzaam tegen Giardia-cysten. De kattenbak kan na het reinigen behandeld worden met stoomreiniging of kokend water, gevolgd door drogen. De kattenmand kan gereinigd worden met een stofzuiger met stoomfunctie.

In catteries kan eventueel desinfectie met quaternaire ammoniumpreparaten toegepast worden, maar enkel in open lucht of in een goed geventileerde ruimte (waarin geen dieren zitten!). Achteraf moet goed gespoeld worden, gevolgd door drogen. Bleekwater is hiervoor niet geschikt; Giardia-cysten zijn niet gevoelig voor chloor.

Wat is pancreatitis?

Pancreatitis is een ontsteking van de pancreas of de alvleesklier. De pancreas is belangrijk voor de productie van insuline enerzijds (regeling bloedsuiker) en voor productie van enzymen anderzijds (vertering). Meestal is de oorzaak onbekend, maar bv. vet eten is een gekende risicofactor.

Er bestaan 2 soorten:

  • Acute pancreatitis: het weefsel wordt door zijn eigen enzymen verteerd. Het is een vicieuze cirkel: cellen worden vernietigd => productie enzymen stijgt => meer vertering van weefsel
  • Chronische pancreatitis: blijvende en progressieve ontsteking

Wat kunnen we zien?

Katten met pancreatitis kunnen volgende symptomen vertonen: verlies van eetlust, braken, buikpijn, uitdroging, slapte, diarree. De symptomen zijn weinig specifiek, waardoor het niet altijd makkelijk is om een correcte diagnose te stellen.

Diagnose

Traditioneel werd bij een verdenking van pancreatitis in het bloed een bepaling uitgevoerd van amylase en lipase. Deze enzymen zijn echter ook aanwezig in andere organen dan de pancreas, waardoor deze testen weinig specifiek zijn. Specifieker is de PLI-test, die enkel het pancreas-specifiek lipase meet.

Behandeling

Afhankelijk van hoe ziek je dier is, kan het nodig zijn je kat te hospitaliseren om aan het infuus te leggen. Daarnaast zijn anti-emetica (medicatie tegen misselijkheid en braken) en pijnstillers nodig. Heel belangrijk is de voeding: er is een aangepaste voeding nodig om de pancreas te ontlasten (zeer belangrijk: vetarm).

Elke kat verdient het om individueel bekeken te worden inzake socialisatie (de omgeving dat die kat verwacht en gewoon is), karakter (hoog/laag jachtinstinct, zelfzeker/verlegen, enz) en persoonlijke motivatie en verwachtingen. Maar we mogen niet vergeten dat ze hetzelfde geprogrammeerd zijn.

Van overleven in de woestijn …

Felis silvestris lybica, dat is de mooie Latijnse benaming voor de voorouder van onze huiskat. Of gemakkelijker: de Noord-Afrikaanse wilde kat. Deze kat leefde en leeft nog steeds in het noorden van Afrika en in het Midden-Oosten. Vaak in woestijngebieden en andere ruige streken waar onvoldoende voedsel is om in groep van te leven. Het is dus een solitair en hoog territoriaal dier, dat zich uiteraard wel sociaal opstelt en soortgenoten opzoekt tijdens de paartijd. Vooral bij schemering en ’s nachts wordt er gejaagd, op kleine prooidieren zoals knaagdieren, vogels, reptielen en insecten.

Om maar een idee te geven: een kat van 4 kg heeft 8-10 muizen per dag nodig om te overleven, dus je kan je voorstellen dat er heel wat tijd naar jagen gaat. En als je er helemaal alleen voor staat, kan je maar beter voorzichtig zijn en conflicten vermijden.

De Felis sylvestris lybica communiceert voornamelijk via geuren (miauwen bijvoorbeeld heeft in een weidse verlaten woestijn weinig nut) en zo zet ze via kopjes geven, krabben en sproeien geurvlaggetjes in haar territorium. Dit zijn signalen naar andere katten om elkaar uit de weg te kunnen gaan, maar ook reminders voor zichzelf : “Hier was ik al eens eerder, hier was het goed/hier moet ik opletten,…”.

Komt ze toch in de buurt van mogelijk gevaar, zal ze kiezen voor ‘run and hide’ in plaats van een gevecht aan te gaan met het risico gewond te raken.

… tot samenleven in onze huiskamer.

De domesticatie van de wilde kat is waarschijnlijk zo’n 10.000 jaar geleden begonnen toen de mens in het Midden-Oosten aan landbouw ging doen. De graanoogst werd gestockeerd en dat lokte knaagdieren … heel vervelend voor de mensen, maar voor de wilde kat een makkelijke manier om veel prooien te vinden. Zo is de kat zich vrijwillig in de buurt van de nederzettingen beginnen settelen. De mens zag ook het voordeel in van deze levende ‘muizenvallen’ en moedigde ze waarschijnlijk nog aan en gaf ze voedsel. Uiteindelijk is de vrijwillig gedomesticeerde wilde kat via Romeinse schepen meegekomen naar Europa, heeft zich daar ingekruist met de Europese wilde kat, et voilà: daar was onze huiskat zoals we ze nu kennen, zonder enige genetische selectie.

Pas in de 19de eeuw is men gaan selecteren op voornamelijk uiterlijke kenmerken en zo zijn de verschillende raskatten ontstaan. Maar verder stamt onze huiskat, de Felis silvestris catus, dus rechtstreeks af van die wilde Noord-Afrikaanse kat. Ze heeft daardoor nog steeds dezelfde instincten: vermijden van conflicten, communicatie via geuren, … en jawel, ook het jachtinstinct. En wij moeten ervoor zorgen dat ze haar instincten, waarvoor zij geprogrammeerd is, kan volgen. Door ons huis te verrijken zodat ze zoveel mogelijk haar natuurlijk gedrag kan vertonen.

 

Bron: Anneleen Bru “I love Happy Cats”
#felinova

Daar waar mensen vooral op een vocale manier met elkaar communiceren, gaat het bij katten vooral om geuren. Katten zijn oorspronkelijk solitaire jagers, dus als je als jager alleen op jacht bent, zal miauwen geen effect hebben. Geuren nalaten zowel voor zichzelf als voor soortgenoten daarentegen werkt natuurlijk wel, omdat ze hierdoor kunnen communiceren in tijd en ruimte. Hun communicatiesysteem is zo geëvolueerd doorheen duizenden jaren en dat heeft zijn gevolgen als we deze jager in onze huisomgeving plaatsen. Hoe gebruiken katten deze instinctieve communicatie bij ons in huis en hoe kunnen we dit beter begrijpen?

Katten hebben over heel hun lichaam geurkliertjes die feromonen afgeven. Deze bevinden zich aan de mondhoeken, achter de oren, op de pootkussentjes en onder de staart. De geurkenmerken die ze afgeven, fungeren als rode of groene vlaggen. De groene vlaggen laat de kat achter op plaatsen en objecten waar ze zich goed voelt, de kat laat een geurkenmerk achter zodat ze volgende keer weet dat ze hier op haar gemak mag zijn en dat dit object goedgekeurd werd. ‘Gevarendriehoeken’ worden opgemaakt op plaatsen waar de kat gestresseerd, geïrriteerd of angstig is. Hiermee waarschuwen ze voornamelijk zichzelf, zodat ze volgende keer als ze die plaats passeert, op haar hoede is.

Flehmen

Net als paarden en grote katachtigen kunnen ook onze huiskatten flehmen. Ze hebben een extra orgaan hiervoor, het Orgaan van Jacobson in hun gehemelte, het zogezegde vomeronasaal orgaan waarmee katten kunnen ‘geurproeven’ door geuren op te nemen in hun speeksel. Ze vertonen hierbij een grappig zicht, door hun lip op te trekken en hun mond half open te laten hangen. Ze nemen hier voornamelijk geuren mee op van sociale aard en nieuwe geuren.

Sproeien

Sproeien is een zeer duidelijke vorm van communicatie met geuren. Dit zijn de zogezegde ‘rode vlaggen’ die katten uitzetten om aan te geven dat ze op die bepaalde plaats stress ervaren. Ze gaan dus overal in hun leefgebied sproeien, en niet ‘markeren’ aan de buitenkant, zoals we bij andere diersoorten wel zien. Katten die in huis sproeien, doen dit dus niet uit jaloezie, wraak of woede, maar puur om aan te geven hoe ze zich voelen. Het heeft dan ook geen zin om de kat te straffen want dit vergroot enkel de initiële reden, namelijk dat de kat zich niet goed voelt.

Kopjes geven

Katten geven kopjes en zetten daarbij groene vlaggen uit waarmee ze zeggen ‘Hier voel ik me goed, hier ben ik op mijn gemak en kan ik volgende keer ik hier langskom, ook op mijn gemak zijn!’ Katten kunnen kopjes geven door met de mondhoeken ergens over te wrijven, langs hun oren wrijven en kunnen ook met het kruin van hun hoofd zo ergens tegen stoten. Zo geven ze geuren af. Het bekende Feliway® en Felifriends® zijn chemische substituten van deze feromonen. Feliway® maakt de katten dus wijs dat ze op die plaats al eens eerder een groene vlag hebben uitgezet. Dit werkt enkel wanneer er nog geen initiële negatieve ervaring is geweest.

Krabben

Krabben is naast het verzorgen van de nagels, ook een ‘groen’ geurkenmerk dat katten uitzetten. Ze hebben geurkliertjes in hun pootkussentjes waarmee ze een signaal tegen de muur afzetten. Wanneer de kat een object gebruikt om de nageltjes te krabben, is het verplaatsen van dit object vaak geen probleem en kan dit gedrag ‘gekanaliseerd’ worden door meerdere krabmogelijkheden te voorzien. Aan de andere kant is het moeilijk om een geurkenmerk te verplaatsen want dat gaat nu eenmaal om die specifieke locatie in combinatie met dat object.

Wat we dus kunnen doen, in het geval van nagels krabben is het voorzien van meerdere mogelijkheden (riet, sisal koord, tapijt, kokosmat enz.) doorheen het huis, dus meerdere krabstations. Dit hoeven bijgevolg geen grote en dure krabpalen te zijn! In geval van geurkenmerk kunnen we onze huisomgeving beschermen en aanpassen door bijvoorbeeld krabpaaltjes of krabmatjes op die gegeerde plaatsen te zetten en waardevolle spullen op te bergen.

Krabplaatsen moeten stevig zijn en moeten hoog genoeg komen of hangen zodat de katten zich volledig kunnen uitstrekken.

Algemene voorzorgen in huis

Aangezien katten zodanig met geuren praten is het belangrijk voor hen dat hun vertrouwde slaap- en schuilplaatsen hun eigen geur en de geur van hun sociale groep blijft behouden. We gaan dus nooit zomaar mandjes en handdoekjes wassen ‘omdat het tijd is’, dit kan héél wat stress veroorzaken in een kattengezin. Dit mag enkel wanneer er een hygiënische nood is (bijv. risico op vlooieneitjes en besmettelijke ziektes) of de plaats echt vuil is. Anders volstaat het om de haren weg te halen en het vertrouwde doekje te laten liggen. Moet dit toch echt de was in, leg dan eerst een andere handdoek gedurende 2 dagen zodat die de geur draagt en dan kan je zonder problemen het andere vuile doekje wassen.

Daarnaast gaan we gelukkig gedrag zoals kopjes geven bekrachtigen en ongelukkig gedrag zoals sproeien negeren. De kat is op die moment aan het vertellen hoe ze zich voelt dus door onze aandacht op de juiste manier te schenken, hebben we hierop een invloed.

 

Bron: Anneleen Bru “I love Happy Cats”
#felinova

Angstig gedrag veroorzaakt vele andere ongewenste gedragingen zoals onzindelijkheid, frustratie, agressie naar eigenaars en andere katten toe, overdadig likken en in het algemeen een moeilijke relatie tussen eigenaar en kat. Preventie ervan is dus uiterst belangrijk en management en modificatie kunnen een uitweg bieden.

Algemeen over angst bij katten

We maken eerst het onderscheid tussen ‘angst’ en ‘schrik hebben’. Zo kan een kat schrik hebben van ‘een groot gevaar’ op de moment dat dit gevaar zich vertoont voor bijvoorbeeld het raam van de woonkamer. Deze emotie vindt plaats op de moment dat de stressfactor zelf ook aanwezig is.

Angst daarentegen is de emotie waarbij de kat anticipeert dat er een ‘groot gevaar’ mogelijk voor het raam zou kunnen verschijnen. Bijgevolg kan de kat 24/7 angstig gedrag vertonen, omdat hij verwacht dat er mogelijk een gevaar kan verschijnen.

Het is belangrijk om bij het analyseren en zoeken naar een oplossing, een onderscheid te maken tussen schrik & angst.

Herkennen van angstig gedrag bij katten

Angst bij katten is een vorm van stress en kan problematisch worden wanneer het chronisch voorkomt. Het kan medische problemen met zich meebrengen en neemt de kat de mogelijkheid weg om normaal gedrag te vertonen.

Als eerste stap moet angst op de juiste manier herkend worden. We kennen allemaal de grommende en blazende kat, de haren die rechtop staan en de pupillen die rond en donker staan. Maar katten zullen altijd eerst proberen schuilen en vluchten als ze bang zijn, dus dit moet zeker als signaal gezien worden. Katten kunnen soms schuilen op manieren die wij niet begrijpen. Zo zijn er katten die héél de dag doen alsof ze slapen, om te ontsnappen uit stresserende situaties. Een kat kan ook in het midden van een woonkamer gehurkt zitten met zijn rug naar de eigenaar en op deze manier aan het schuilen zijn. Maar dit herkent de eigenaar zelden als schuilgedrag en dus zal je als eigenaar daardoor niet op de correcte manier reageren.

Verder zijn subtiele stress signalen:

– likken met de tong
– kort opheffen van een voorpootje
– snorharen naar achter
– schokken van de vacht op de achterkant van de rug
– ‘puffen’
– oogcontact vermijden
– staart laag tegen de grond houden tijdens het wandelen.

We beginnen met het identificeren van mogelijke omgevingsfactoren die stress teweegbrengen. We delen dit op in: intense zintuiglijke stimuli, nieuwigheden, stimuli waar instinctief angstig op gereageerd wordt, aangeleerd sociaal gedrag, onvoorspelbare zaken en aangeleerde associaties.

Preventie van angst bij katten

Er is nog geen angstig gedrag, hoe vermijden we dat naar de toekomst toe?

  1. Kittens goed socialiseren op nieuwigheden, geluiden en contacten.
  2. Selectie van een sociaal en zelfzeker kitten.
  3. Omgeving van de kat volledig aanpassen aan de noden van een sociaal dier maar solitaire jager met zekere voorkeuren omtrent schuilplaatsen, beschikbaarheid van bronnen en mogelijkheid tot jagen en verrijking.
  4. Informeren van eigenaars over de juiste omgang met hun kat.
  5. Juiste introductie met nieuwe soortgenoot.
  6. Verrijking.

Management van angst

Sommige situaties zijn onvermijdelijk, hoe gaan we ermee om, om dit noodzakelijk gedrag tot het minimum te herleiden.

  1. Stressfactor identificeren en indien mogelijk verwijderen of verminderen. Zo zal zowel ‘schrik’ als ‘angst’ verminderd worden.
  2. Angst herkennen en de kat volledig met rust laten.
  3. Schuilplaatsen voorzien over héél het huis, vooral op doorgangen en op hoogte. We moeten katten de kans geven om die angst te verwerken en om te gaan met hun omgeving.
  4. Bronnen verspreiden in een huishouden met meerdere katten.
  5. De kat met rust laten en niet onnodig de pels kammen, oogjes proper maken, aaien en knuffelen als ze slapen of niet op hun gemak zijn.
  6. Conflicten tussen katten vermijden en uit elkaar halen, katten kennen immers geen verzoeningsgedrag! Laat ze het dus nooit ‘uitvechten’.
  7. Gebruik handdoeken met haar eigen geuren om de kat op haar gemak te stellen, bijvoorbeeld bij verplaatsing.
  8. Werk op voorspelbaarheid in de omgeving. Een stressfactor is niet zo erg als je weet wanneer en waar je het zal tegenkomen.

Modificatie van angstig gedrag bij katten

Wanneer stress en angst chronisch plaatsvindt en daardoor het algemeen welzijn van de kat in gevaar brengt, is een verandering noodzakelijk.

  1. Negeer de kat wanneer ze ongelukkig is en haal de kat pas aan wanneer ze op haar gemak is. Dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan maar het resultaat kan op enkele weken tijd verbluffend zijn. Pas deze techniek minstens 50% van de tijd toe.
  2. Identificeren van de stressfactor: na het vaststellen waar de kat angstig van is, kunnen we dit gedrag veranderen. Verwijderen is noodzakelijk, anders is management meer van toepassing.
  3. Desensitisatie: door het weghalen van de stressfactor (bijvoorbeeld een andere kat, overdreven menselijk contact, dierenartscontacten) gedurende een periode van 3-6 weken (afhankelijk van de ernst van de angst), leert de kat dat de eerder gemaakte associatie niet meer van toepassing is. De kat zal normaal gezien meer op haar gemak zijn. Enkel een kat die op haar gemak is, is ontvankelijk om iets nieuws te leren.
  4. Counterconditioning: nadat de kat op haar gemak is, leren we haar iets nieuws aan door de stressfactor te gaan associëren met iets fijn en leuk. Namelijk dat hetgeen waar ze voordien schrik van had, nu niet maar onvoorzien zal opdagen en bovendien juist iets leuks voorspelt! Zo kunnen we een nieuwe associatie creëren met een bepaalde persoon, kat, item enz.

Bron: Anneleen Bru ‘I love Happy Cats’
#felinova

Nu, naar de dierenarts gaan… Dat is ook een uitdaging 🙂

Hoe kunnen we een bezoek aan de dierenarts zo optimaal mogelijk laten verlopen?

1. Jong geleerd is oud gedaan

Kittens onder de 7 weken leren wat de wereld is, met alles erin en erop. Ga dus met jonge kittens al naar de dierenarts alvorens de verplichte vaccinaties te gaan halen. Elke dierenarts zal deze ukjes met veel plezier vrijblijvend even ontvangen voor een aangename eerste ontmoeting. Liefst zelfs elke week vanaf week 4, als dit gaat. Als de mama relax is, kan ze zeker mee. Zo leren ze wat dit is en zullen ze op week 8 minder verbaasd staan. Deze katten zullen de rest van hun leven minder stress ervaren tijdens zoals het bezoek als het transport zelf.

2. Gebruik de juiste transportmand

Kies een goede transportmand met volgende eigenschappen:

– te openen langs boven
– geen gladde grond
– afgedekt

Een goed voorbeeld: Sandy mand van Zooplus, voor middelgrote katten

3. 1/52 is veel minder erg dan 1/1

Yes, je begrijpt het goed. Je steekt je kat elke week even in de transportmand. Of liever: je overtuigt haar met iets lekkers om er plaats in te nemen. Deurtje toe, even naar buiten of naar boven wandelen, terug naar binnen en BAM, lekker netvoer! Wissel elke keer af in lengte en duur.

Vraag zelfs aan je dierenarts of het ok is dat je eens in de wachtzaal komt zitten (als deze katvriendelijk is ingericht natuurlijk, een hijgende hond hoort niet bij een leuke training) om te trainen. Een katvriendelijke dierenarts zal je met open armen ontvangen.

Op deze manier leert je kat dat 51/52 keer het superfun is en die éne keer (of die keer die je niet zag aankomen) is het iets minder leuk, maar hey, dat neemt je kat er met veel plezier bij.

4. Transportmand = fun & veilig

Het is geen goed idee om je transportmand 1 keer per jaar boven te halen. Je kat weet dan ook wat er haar te wachten staat. Laat de transportmand liefst, lekker ingericht met een handdoek, dekentje of Ikea toftbo badmatje, een heel jaar door staan. Ergens in de hoogte op een kast in de garage of ergens in de living dicht bij jullie. Maak het mandje aantrekkelijk door er snoepjes in te leggen.

5. Transportmand = sacred haven

Hier wil ik een misverstand uit de wereld helpen. Je leest het overal: behandel de kat in haar transportmandje. Nee, geen goed idee. Dat is net haar veilige haven, en dan gaan jullie dat even onvoorspelbaar en onveilig maken? Noooooo!

Geef de kat de tijd om uit haar mandje te komen (snoepjes, valeriaan, je kent het wel), desnoods haal je haar er zelf met lieve handen uit en je transfereert haar naar een andere bak. Als je dierenarts deze niet heeft, neem hem dan zelf mee. Een bak in de vorm van een open lage kattenbak met een zacht, ‘naar haar ruikend’ matje of dekentje in, en daar behandel je de kat in.

De transportmand blijft netjes naast de bak staan, en is en blijft de veilige haven van je kat waar ze direct terug in mag na de behandeling. Die bak met randen is een veilige plaats voor haar en daar kan de behandeling in gebeuren. Die bak gaat immers niet mee naar huis, en is niet haar favo slaapplaatsje de rest van het jaar.

De randen zorgen voor veiligheid, je kat heeft graag haar kont ergens tegen, dat voelt veilig aan. En haar dekentje ruikt naar haar, dus dat geeft extra vertrouwen.

6. Breng dekentje of mandje mee van thuis

Dat kan je in de bak leggen, of vlak voor de transportmand zodat je kat eruit kan komen op dat dekentje. Dit is dus niet gelijk aan het dekentje dat in de mand ligt, dat je er anders eerst moet onderuit trekken vooraleer je het kan gebruiken. Je ziet zelf dat zoiets niet ideaal is.

7. Blijf zelf kalm

Je kat voelt ‘s morgens al aan dat er iets gaat gebeuren, blijf dus kalm, alles komt goed. Ben je zelf een zenuwpees, ga dan drie stappen naar achter en laat de dierenarts zijn of haar werk doen.

8. Je kat niet troosten

Ga niet uitgebreid je kat proberen troosten wanneer ze miauwt in de wagen, laat haar gewoon met rust. Het beestje moet naar de dierenarts, laat het gewoon zo zijn. We willen altijd alles veranderen wat nog maar iets met stress te maken heeft, zodat we ons er niet meer slecht over moeten voelen. Wees een rots in de branding en aanvaard het gedrag van je kat gewoon en optimaliseer wat je kan maar probeer het gedrag zelf niet te veranderen.

9. KISS

Keep it Short and Sweet. Wacht desnoods nog even in de auto tot het aan jou is (verwittig de dierenarts uiteraard dat je er bent), wat beter is dan in een volle wachtzaal met honden te zitten wachten. Laat de dierenarts zijn werk doen, zonder er al te veel in te moeien, en maak dat je asap weer thuis bent.

10. Timing is alles

Herken je het? Je moet om 14u15 bij de dierenarts zijn en je had nog een deadline en je bent de tijd uit het oog verloren en nu moet je overhaast je kat van onder het bed trekken omdat je zeker niet te laat wil zijn.

Ten eerste: te laat is beter dan overspannen en een kat die tegen het plafond zit. En als je voelt dat het niet gaat lukken, bel je dierenarts om je afspraak te verzetten. Het is wat het is. Je kat haar welzijn staat op de eerste plaats, voel je niet slecht of schuldig om je afspraak te verzetten naar een moment dat je kat rustig is. Het allerergste dat er kan gebeuren is dat je je afgezegde consult bij de dierenarts moet betalen. So be it…

11. Hoogtes

Zet je kat altijd in de hoogte als je bij de dierenarts aankomt. Nooit op de grond. Op een stoel is het minste dat je kan doen.

12. Katvriendelijke dierenarts?

Meer en meer dierenartsen hebben oog voor kattenwelzijn in hun praktijk. Ze hebben een aparte ingang en/of wachtkamer voor honden en katten, ze hebben de praktijkruimte aangepast aan de noden van de kat met speciale ‘kattenmand’-parkeerplaatsen in de hoogte, hebben speciale ‘katten spreekuren’, en zijn op de hoogte van subtiele stress signalen en hanteertechnieken bij katten. Volg je buikgevoel en ga naar een dierenarts waar je je goed bij voelt omdat die je kat goed aanvoelt en je kat hierbij op haar gemak is.

 

Bron: Anneleen Bru ‘I love Happy Cats’
#felinova

Er zijn vele mogelijkheden en je keuze hangt af van verschillende zaken. Ze worden hier even op een rijtje gezet:

Eerst en vooral, voor we verder gaan. Vanuit gedragsmatig point-of-view is het ALTIJD best om je katten thuis te laten. Of het nu over een vakantieperiode gaat, of je gaat ‘op bezoek’, of je zit op kot en je wil in het weekend de kat mee naar huis pakken. Dit zien we écht niet graag. Je kat is ontzettend gehecht aan haar omgeving, dus katten meepakken buitenshuis is alleen een noodzaak.

Anneleen heeft als gedragstherapeut ontzettend veel mensen begeleid, gesproken en advies gegeven hierover. Ze heeft heel veel voorbeelden van katten die meegesleurd worden naar appartementen aan zee, op kot, bij de ouders achtergelaten worden tijdens de vakantie en dan klinkende ambras maken met de katten daar, mee op de vlieger genomen worden voor de 6-maandelijkse trip naar het buitenverblijf in Spanje, …
Katten zijn echter geen vakantiegangers, laat ze gewoon in hun vertrouwde omgeving in de mate van het mogelijke. Katten zijn elke seconde van de dag bezig met hun omgeving te observeren, te scannen, in te schatten, te beveiligen, geuren op af te zetten, enz. Hen ‘verhuizen’ zonder goede reden is niet zo’n goed idee.

Misschien ben jij iemand die zich in de introductie van Anneleen hierboven herkent en denk je bij jezelf: ‘Bij ons gaat dat prima’. Ok, dat kan. Maar weet dat als je kat kon kiezen, ze liefst gewoon thuis zou blijven. Het risico op stress is gewoon té groot.

We gaan met onze katten niet ‘op bezoek’ bij iemand anders, al helemaal niet als ze zelf katten hebben. Anneleen heeft al veel mensen begeleid die vechtende katten hadden sinds de dochter met haar kat op bezoek is geweest of die een sproeiende kat in huis hebben sinds dat die een week ging logeren bij de tante die zelf twee niet-zo-sociale kattinnen heeft rondlopen. Waarom het risico nemen?

Langs de andere kant zijn er dan weer katten die niet alleen kunnen gelaten worden. Zo raden we af om jonge sociale katten die alleen gehouden worden (waar we geen fan van zijn), nooit twee weken alleen te laten. Dit is voor hen echt een traumatische ervaring. Breng ze dan eerder naar vrienden zonder katten of honden of naar een goed kattenhotel.

Katten die extra zorg nodig hebben, geef je best over in de handen van een goede kattenoppas of breng je onder in een goed kattenhotel zodat je je geen zorgen hoeft te maken.

Of de kat buiten kan, heeft ook een invloed. Deze katten moeten zeker in hun gebied blijven, want het is mogelijk als ze terug keren dat hun gehele territorium buiten herverdeeld is tussen de andere katten. Als je katten permanent buiten kunnen en dit is wat ze gewoon zijn, is het geen goed idee om hen in een hotel onder te brengen waar ze uiteraard niet buiten kunnen.

Hoe maak je dan je keuze?

Er zijn vele opties en iedereen heeft goede redenen om er eentje uit te kiezen, maar denk gewoon goed na.

1. Er zijn een paar absolute no go’s:
a. Sociale katten alleen achter laten voor een langere periode.
b. Katten onderbrengen bij vrienden of familie met andere katten en daarmee in contact komen. Hou ze ALTIJD gescheiden.
c. Een kattenhotel kiezen waarbij de katten elkaar kunnen zien (door tralies/glas).
d. Het vliegtuig tenzij je permanent verhuist.

2. Daarnaast kijk je naar het karakter van je kat, of deze zelfzeker of verlegen is. Zelfzekere katten kan je iets gemakkelijker verplaatsen dan verlegen katten, probeer die zoveel mogelijk in hun vertrouwde omgeving te houden.

3. Hoe ervaart je kat het transport? Als dit stresserend is voor je kat (Anneleen weet zelfs van katten die medicatie krijgen om ze te verhuizen tijdens vakantie…), verkies dan om ze thuis te houden.

4. Hoe lang is je vakantie? Ga je 4 weken naar je buitenverblijf, dan zou Anneleen
meer geneigd zijn om ze mee te nemen, dan indien het maar voor een verlengd weekend of kleine week is.

5. Is je kat het gewoon om buiten te gaan? Heb je een luikje waar ze 24/7 gebruik van maakt? Dan hou je ze liever thuis.

6. Wat is je eindbestemming? Ga je naar een vertrouwde plek zoals je eigen appartement, dan is het mogelijk dat je katten het daar kennen, alles hebben wat ze nodig hebben en dit ok vinden. Ook al vragen we om hier extra voorzichtig mee te zijn en ook deze ruimte helemaal te optimaliseren volgen de Happy Cats regeltjes 

7. Sowieso moet jij de omgeving en het huis veilig maken voor je katten. Ramen tot op de grond moeten afgeplakt worden, want buitenkatten hebben al snel door dat de eigenaars weg zijn en komen meer langs dan anders.

Wie kan je hiermee helpen?

Er zijn verschillende partijen die je kan vragen om je te ondersteunen tijdens je vakantie.

1. Vrienden en familie
Dit is uiteraard het gemakkelijkste en voordeligste. Je kan een wisselbeurt doen als het teveel zou worden voor één iemand.
Hou er wel rekening mee dat deze mensen, ook al bedoelen ze het héél goed, niet de ervaring en expertise hebben van een professional en mogelijk bepaalde zaken uit het oog kunnen verliezen zoals observatie van ziekte en pijn, niet op de juiste manier benaderen en/of spelen, enz. Mogelijk verliezen ze de kattenbak ook eens uit het oog of is het een ‘binnen en buiten’ situatie als ze niet veel tijd hebben.

TIP – Anneleen maakte in het I love Happy Cats Werkboek een handig Vakantiedagboek om in te vullen door degene die voor je katten zorgt terwijl jij weg bent. Dit kan je voor elke dag afdrukken en ben je zeker dat alles gebeurt dat moet gebeuren! Mensen die hierin geïnteresseerd zijn mogen altijd op de praktijk eentje komen halen.

2. Kattenoppas
Dit is een kattenprofessional die studies gedaan heeft inzake het verzorgen en begeleiden van katten. Zij komen 1 à 2 maal per dag (zoals jij dat wenst) langs gedurende 30 minuten en werken een hele lijst af voor jou zoals eten geven, kattenbakken proper maken, stoelgang opvolgen, knuffelen, spelen met de kat, planten water geven, brievenbus leegmaken, enz.

TIP – Wil je graag gebruik maken van een kattenoppas? Kijk dan gerust even op de website van de Cat Coaches (catcoach.be), dit zijn gepassioneerde dames die én aan het huis komen én een professionele, multidisciplinaire kennis van katten hebben. Uiteraard kan je ook bij hen terecht voor coaching.

3. Goed kattenhotel
Dit is een hotel uitgebaat door iemand die verdere studies heeft ondernomen en het hotel heeft ingericht volgens de noden van de kat (en geen verlengde is van het hondengedeelte). Héél belangrijk is dat de katten elkaar niet kunnen zien en niet in groep gehouden worden. Daarnaast hebben ze ook aandacht voor de medische, fysieke en emotionele gezondheid van de kat, krijgen ze verrijking van allerlei soorten en hebben de katten de mogelijkheid om volgens hun eigen ritme te ontdooien in hun nieuwe omgeving. Ze zorgen er ook voor dat het materiaal geen geuren heeft van de vorige katten. Als je je katje ophaalt, lijkt die helemaal zichzelf en ook thuis is de kat na een paar dagen weer helemaal zichzelf. Hou je niet in om eerst op bezoek te gaan en zelf te oordelen of dit hotel voor jou in orde is volgens alles wat je intussen weet, wees kritisch!

Bron: Anneleen Bru ‘I love Happy Cats’
#felinova

Verrassend genoeg hebben onze katten geen last van de hitte. Katten kunnen héél goed tegen extreme temperaturen, daar ze van nature savannedieren zijn. Hun ‘thermoneutrale’ temperatuur, de temperatuur waarop ze zich comfortabel voelen, ligt tussen de 30 en de 38 graden Celsius. Dit wil zeggen dat katten zich het lekkerste in hun vel voelen wanneer het warmer is dan anders.

Daarom dat je kat dus lekker gaat zonnebaden, ze vindt dit heerlijk 🙂

Hun lichaam is hier ook op aangepast. De vacht van de kat isoleert het lichaam op zo’n manier dat haar lichaamstemperatuur wordt bewaard. Daarom is het belangrijk om je kat niet te ‘ontwollen’, niet alleen omdat dit héél onnatuurlijk en onnodig is, maar ook omdat die ondervacht enorm van pas komt tijdens warme temperaturen.

En wat als ze nu écht last hebben?

Als je kat het toch te warm heeft, dan hijgt ze. Breng haar dan onmiddellijk onder in een koelere ruimte en voorzie haar van veel water en wat natvoer. Hou hierbij extra rekening met naaktkatten die van nature geen bescherming hebben tegen de warmte.

Wat wel doen? Zorgen dat ze vocht binnenkrijgen.

Je kan je kat ondersteunen om meer vocht binnen te krijgen tijdens extreem hoge temperaturen:

  • Extra natvoer geven, daar zit meer vocht in dan droogvoer.
  • Water en eten ver uit elkaar zetten, anders demotiveer je de kat zelfs om te drinken. Dit is iets dat je niet enkel bij warm weer doet, maar is een standaard advies.
  • Extra waterkommen zetten (vooral ook buiten) met diameter +20cm.
  • Ijsblokjes in de kommen doen naast het voorzien van gewoon water.
  • Geef flessen- en gefilterd water, dat vinden ze lekkerder.

Je kan ook andere maatregelen nemen zoals:

  • Je kat haar vacht met een vochtig microvezeldoekje afwrijven. Het water verdampt en koelt het lichaam af. Ze zal haar vacht aflikken waardoor ze alweer meer vocht binnenkrijgt.
  • De katten in het midden van de dag binnenhouden zodat ze niet blootgesteld worden aan de warmste temperaturen.
  • Naaktkatten helemaal niet buitenlaten, tenzij van kop tot teen ingesmeerd en eventueel iets aan om hun lijfje te bedekken tegen het verbranden.
  • ‘Lage’ afkoelingsplekken voorzien buiten, die rond de 50 cm van de grond hangen, dat werkt voor de kat het beste.

Wat met oudere katten?

Katten die wat ouder zijn, hebben sowieso meer zorg nodig maar niet meer dan anders omdat het warm weer is. Hou de kat haar gedrag extra in het oog voor plotse subtiele veranderingen, ga naar de dierenarts als je niet zeker bent. Bij oudere katten is het aan te raden om per 6 maanden een seniorcheck te doen omdat katten geen tot nauwelijks pijn laten zien en uit onderzoek blijkt dat 7 à 8 katten op de 10 ouder dan 10 jaar last kunnen hebben van kwaaltjes.

 

Bron: Anneleen Bru ‘I love Happy Cats’
#felinova

De blazende kat…

Een kat kan al eens blazen. Naar ons, naar een andere kat, naar iets dat vreemd ruikt. En dat is compleet normaal. Blazen is iets waar we toch wel van kunnen schrikken en is zeker iets dat we als eigenaar willen veranderen.

Is blazen dan zo erg?

Blazen behoort tot het normale repertoire van het communicatierepertoire van de kat. Blazen is een duidelijke manier om te zeggen tegen haar omgeving: stop daarmee, ga weg, ik voel me niet goed. Normaal gezien blaast een kat enkel ter waarschuwing. Heeft ze echter geleerd dat blazen alleen niet werkt, dan zal ze er al snel een klauw bijvoegen.

Een kat moet zichzelf nu eenmaal beschermen, constant. En omdat zij geëvolueerd zijn als solitaire jager en niet in groep, heeft ze echt niet veel signalen om te zeggen: stop daar eens mee. Althans niet veel signalen die de doorsnee eigenaar doorheeft.

Dus blazen mag je gerust zien als een ‘hey, niet tof, stop er eens mee’ signaal, i.p.v te denken dat je kat uiterst agressief is.

Reageren op blazen is superbelangrijk

Je kat geeft een waarschuwing. Je wil dus dat ze leert dat dit meer dan voldoende is. Wat doe je dan als ze naar jou blaast? Onmiddellijk stoppen met eender wat je aan het doen bent en ook actief wegwandelen en haar met rust laten. Zo leert zij onmiddellijk dat ze begrepen wordt en dat ze geen andere zaken moet ondernemen. Het feit dat ze wil dat je stopt, dat wil je niet veranderen, tenzij door training. Je kat is een levend zoogdier dat wil overleven en daarom heeft ie zijn eigen voorkeuren en verzoeken, jij moet die respecteren.

Zie je dat er geblazen wordt tussen katten? Dan is dat hetzelfde verhaal. Blazen is perfect ok als de ontvanger van het geblaas dit begrijpt en de kat dan met rust laat. Blijft die echter de kat lastig vallen omdat die wil spelen of rollebollen, dan moet jij ingrijpen en deze kat afleiden of apart zetten zodat de blazende kat weer op haar gemak is.

Dus, blazen is niet erg, het gaat vooral om begrijpen wat dit betekent én er ook naar handelen.

Bron: Anneleen Bru ‘I love Happy Cats’
#felinova

8 tips voor een veilige en geoptimaliseerde omgeving voor een blinde kat

  1. Zorg voor routine in huis en vermijd het verplaatsen van meubels of voorwerpen.
  2. Wees voorzichtig met potentiële gevaren zoals haardvuren, trappen, balkons, vensterbanken en openstaande toiletpotten.
  3. Blinde katjes hebben evenzeer nood aan rust- en schuilplaatsen, ook in de hoogte. Maak die vlot toegankelijk door opstapjes te maken bijvoorbeeld door het plaatsen van een stoel.
  4. Blinde poezen compenseren hun gebrek door beter te ruiken. Geurverrijking is dan ook uiterst belangrijk! Gebruik silvervine poeder, valeriaanwortel, kattenkruid of munt onder de gedroogde vorm om speelgoedjes extra interessant te maken. Speelgoedjes gemaakt uit dierlijke materialen zijn ook voor hen toppers! Het “Purrs “ speelgoedgamma is zeer uitgebreid en zo kan je de voorkeuren van je blind katje ontdekken. Vermijd echter sterke chemische geuren zoals luchtverfrissers.
  5. Toegang geven tot buiten werkt ook voor een blind katje zeer verrijkend. Zorg voor een veilige, afgesloten tuin waarbij vijvers en waterputten ontoegankelijk of afgedekt zijn.
  6. Ondergronden met verschillende texturen zullen je blinde poes helpen om zich te oriënteren in haar leefomgeving.
  7. Vermijd zoveel mogelijk om een blind katje op te nemen om verlies van oriëntatie te voorkomen.
  8. Werk zoveel mogelijk met geluiden en woorden, dit is gemakkelijk voor de kat om jou te situeren.

Wist-je-datjes over blinde katjes

Blinde katjes hebben vaak langere snorharen en horen en ruiken beter. Hun snorharen zijn uiterst belangrijk voor het benaderen van voorwerpen en het behoud van hun evenwicht. Ze zijn gevoeliger voor natuurlijke geluiden zoals felle wind of geluiden bij onweer.

Ze leggen een geurspoor aan met de geurklieren ter hoogte van hun pootjes. Dit is heel belangrijk voor het herkennen van hun woonomgeving.

Blindjes zijn even snel en behendig om te spelen met een hengel, een balletje (al of niet met geluid) of om vliegjes te vangen.

Bron: Anneleen Bru ‘I love Happy Cats’
#felinova

Dominantie bij katten bestaat niet. Punt.

Katten zijn van nature solitaire jagers en zijn niet in groep geëvolueerd, zo simpel is het. Een muis is niet groot genoeg om met meerdere katten op te jagen, ze delen geen prooien en ze vormen geen groepen om sterker te staan tegenover externe bedreigingen.

Katten leefden solitair, deden alles alleen en waren enkel in de buurt van andere katten tijdens de paartijd, tijdens het zogen en tijdens territoriale conflicten.

Ze kunnen uiteraard sociale relaties opbouwen met andere katten, zeer sterke relaties zelfs, hier is ondertussen ook héél wat onderzoek naar gedaan. Zo onderzochten teams het wel en wee van kolonies in Rome om hun sociale structuren te onthullen, maar daar ontdekten ze dat deze kolonies bestonden uit vrouwelijke groepen die familie waren van elkaar en bij elkaar bleven voor de gemeenschappelijke zorg van de kittens. Ze konden ook pas gezond samenleven wanneer er voldoende eetlocaties en schuilplaatsen aanwezig waren.

Dat is héél anders dan hoe wij katten bij elkaar houden, niet?

We hebben tot op vandaag geen wetenschappelijk bewijs dat katten een vaste sociale structuur hanteren, een ‘hiërarchie’ waarbij één kat de baas is over de andere.

Sociale relaties zijn dus zeker mogelijk zoals we in een vorige post reeds bespraken en zoals elke eigenaar van meer dan één kat wel weet, maar deze relaties zijn ontzettend flexibel en zijn onderhevig aan de invloed van factoren zoals verwantheid, karakter, socialisatie, introductieproces, overvloed/schaarste van bronnen in de omgeving en de aanwezigheid van andere vreemde katten.

Een kat kan als solitaire jager zeer territoriaal zijn (ook al merk jij er niets van) als er schaarste in de omgeving is, wat wil zeggen te weinig bronnen, te weinig locaties, te weinig doorgangen en toegangswegen, te weinig in het algemeen. De kat is genoodzaakt om stukjes van haar territorium te verdedigen om te kunnen overleven. Dit uit zich in doorgangen blokkeren, staren, klop geven, blazen, angstig gedrag, gedragsproblemen en moet onder alle omstandigheden vermeden worden.

Als het geen dominantie is, wat is het dan wel?

Je ziet een zelfzekere kat die ofwel leuke karaktertrekken laat zien zoals zelfzekerheid en nieuwsgierigheid, of je ziet een kat die het moeilijk heeft met haar omgeving en schaarste i.p.v overvloed ervaart.

Je kan eventueel nog zeggen dat je dominant gedrag observeert, wat in die context dan overeenkomt met territoriaal gedrag, maar een ‘dominante’ kat bestaat niet.

Bron: Anneleen Bru ‘I love Happy Cats’
#felinova

Hoe leer ik mijn kitten iets af?

Deze vraag horen we heel vaak. Als eerste stelt Anneleen van Felinova dan voor om die vraag om te draaien naar: “Hoe leer ik mijn kittens gewenst gedrag aan.” Want ‘afleren’, dat bestaat niet. Wat wel mogelijk is, is het kanaliseren van ongewenst gedrag en tegelijk gewenst gedrag uitlokken, aanbieden en aanleren.

Vaak denken mensen dat als ze een kitten adopteren dat ze het ‘nog kunnen opvoeden’, ‘naar hun hand zetten’. Dit is meestal niet het geval. Je katje, groot of klein, komt met haar eigen karakter, instincten, verwachtingen en voorkeuren. Het is dus belangrijk om het gedrag van je kat al van in het begin in goede banen te leiden en vooral te begrijpen waarom ze doet wat ze doet.

Hieronder volgen enkele algemene adviezen om je kat zo goed mogelijk op te zetten voor succes en uit te groeien tot een emotioneel sterk dier.

Laat kittens lang genoeg bij de mama!

Vaak worden kittens geadopteerd rond de leeftijd van 7 à 8 weken, dit is jammer genoeg veel te vroeg. Kittens die in deze belangrijke socialisatieperiode worden gescheiden van moeder en nestgenootjes, zullen later zowel in hun pubertijd (6-12 maanden) als op volwassen leeftijd (vanaf 1,5 à 2 jaar) meer kans maken om gedragsproblemen te vertonen zoals agressie naar de eigenaar toe, sproeien, plassen en angst en zich minder sociaal opstellen naar andere katten toe.

In de tweede socialisatieperiode (8-16 weken) zorg de aanwezigheid en gedrag van de mama en nestgenootjes ervoor dat het kitten leert hoe het moet spelen, hoe hard ze mogen bijten, wat mag en niet mag, wat de reactie van de omgeving is op hun eigen gedrag. Daarnaast krijgt het zogen een troostende functie waarbij het gevoel van comfort ervoor zorgt dat ze later een emotioneel sterk dier worden. Het speenproces gaat ook zijn natuurlijke gang, waarbij de kittens leren omgaan met frustratie, een héél belangrijke levensles naar later toe waar wij als eigenaar de vruchten van plukken.

Wij raden aan om kittens minstens tot 12 weken bij de mama te houden, zodat ze een goede start maken om uit te groeien tot een sterke en zelfzekere kat. In situaties waar dit niet mogelijk is, zoals bij weeskittens of kittens met een wilde mama, is het belangrijk om de kittens te laten opgroeien bij andere sociale katten zodat die de opvoedfunctie kunnen overnemen. Wij als eigenaar kunnen de opvoeding van de mama en nestgenoten nooit compenseren.

Wist je dat de wet in oktober 2019 in België veranderd is? Dan is het wettelijk verplicht om kittens tot 12 weken bij de moeder te houden. YES!!!

Adopteer kittens per twee

Katten kunnen sterke sociale relaties hebben en hebben nood aan gezelschap. Zowel uit onderzoek als uit ervaring zien we dat twee katten sterk aan elkaar kunnen hangen en dat in groepen met meerdere katten verschillende ‘koppeltjes’ ontstaan. Ze spelen vooral met elkaar en zorgen voor elkaars afleiding. Kittens leren ook van elkaar wat ze mogen en niet mogen en al spelend leren ze een ‘echte’ kat te zijn, dat is iets dat wij als eigenaar niet kunnen compenseren. Zorg er wel voor dat je hen als solitaire jager respecteert en bronnen verspreid over héél het huis en alleen met de individuele kat speelt, niet altijd samen.

Leer de kat hoe ze moet spelen

Kittens hebben ontzettend veel energie. Al vanaf de leeftijd van 8 weken, leren ze om solitair met muisjes en vogeltjes te spelen, dus moeten ze deze prooien ook beschikbaar hebben om een gezonde jachtgewoonte te creëren.

Speel dus nooit met je handen of vingers, want nu is dat nog schattig, maar als je kater binnenkort 5 kilo weegt, is het dat niet meer! Je kat begrijpt echter niet waarom hij vroeger wel met je hand mocht spelen en nu plots niet meer. Of waarom hij het bij jou mag doen, maar bij die andere oudere dame niet.

Handen zijn bedoeld om te aaien en affectie van te krijgen, niet om in te bijten. Leer hen dit aan van jongsaf aan door lange hengels te voorzien (bijv. de Purrs hengel) met veel ruimte tussen jou en de kat, en het absoluut niet toe te laten om in je handen, enkels of vingers te bijten. Sta dan op en wandel weg.

Voorzie zowel een hengel waar ze achter kan hollen, alsook trappelkussentjes met valeriaan en/of kattenkruid of prooien van dierlijk materiaal, waar ze als zot op kan trappelen.

Leer de kat hoe ze de omgeving best gebruikt

Vaak gaan kittens gedrag vertonen dat je niet wil, zoals op tafels en aanrecht klimmen. Hier is het belangrijk om te begrijpen dat dit nu eenmaal is wat katten doen: hoogtes opzoeken. Katten zijn boomklimmers. Daarnaast vinden ze het ook geweldig als ze aandacht krijgen. Dus als jij tegen hen zegt ‘Ga eraf’, dan worden ze dubbel beloond!

Zorg er dus voor dat je hoogtes creëert voor je katjes, door plankjes te hangen, bovenkanten van kasten vrij te maken, krabpalen te voorzien. Als ze toch ergens opklimt, begrijp dan waarom ze dit doet en vraag jezelf af hoe je het haar nog gemakkelijker en aangenamer kan maken.

Wat kan helpen bij dit aanleerproces, is de hoogtes die ze opzoekt die je liever niet hebt dat ze opzoekt, ontoegankelijk maken om daar op te springen of te lopen door er iets op te leggen. Dit in combinatie met het aanbieden van andere leukere plaatsen in de hoogte, zal haar een gezonde en vrijwillige juiste keuze laten maken. Beloon haar ook met aandacht en snoepjes en speeltjes op die gewenste hoogtes. Zo zal ze al snel leren wat het leukste is voor haar.

Laat haar niet verschieten met lawaai te maken of met de plantenspuit erop te spuiten als ze toch ergens opspringt dat je niet wil, want dat begrijp ze toch niet en kan haar schrik aanjagen. En dat wil je toch helemaal niet, het is ons nieuwe vriendje waarvan we willen dat ze zich veilig en gelukkig voelt. Negeer haar en gooi je hengel uit op de grond zonder tegen haar te spreken, ze zal er snel weer af zijn! Beloon haar vervolgens voor het op de grond aanwezig zijn.

Leer de kat dat je haar graag ziet

Je jonge katjes hebben ook nood aan aandacht en affectie, geef hen dat op hun manier. Je kan dit laten zien door ze te aaien aan hun kopje, door je ogen te laten toevallen want dan vertel je hen dat alles ok is. Praat zacht met hen en leer hen dat hun naam iets betekent, namelijk een aai of een snoepje.

Maak contact met hen door eerst je hand te laten ruiken, zodat ze goed weten wat er komst is, want onze handen kunnen soms nogal raar ruiken voor hen. Zo leren ze dat jij altijd veilig en voorspelbaar bent en dat het leuk is om met jou contact te maken. En vooral, geniet ervan!

 

Bron: Anneleen Bru ‘I love Happy Cats’
#felinova

Verhuizen kan heel spannend en leuk zijn, maar er is iemand in huis dat er zo niet over denkt…

Weet vanwaar het komt

Je kat is enorm gehecht aan haar omgeving, zo simpel is het. Elk hoekje is gezegend met een unieke combinatie van feromonen. Je kat gaat elke dag op meerdere vaste routes alles afchecken en kent elke vierkante centimeter voor mogelijke bedreigingen en ze weet perfect waar ze de goodies kan vinden.

Als ze plots naar een andere ruimte wordt gebracht, vraagt dat een overgangsperiode. Ze moet opnieuw uitzoeken of het er wel veilig is, waar alle schuilplaatsen zijn, waar ze aan eten en drinken geraakt, overal duidelijke post-its van geuren gaan plakken en ze moet vooral een zorgvuldig bestek opmaken van mogelijke bedreigingen in de buurt.

Nieuwe start met oude geuren

Hoe verleidelijk het ook is om met een nieuw decor aan de slag te gaan in je nieuwe huis, een nieuwe sofa, nieuwe kasten, nieuwe krabpalen enz. Probeer in de mate van het mogelijke oude geuren mee te nemen van je vorige thuis. Je kan bijvoorbeeld al weken op voorhand extra handdoeken, speeltjes en fleece dekentjes gaan halen in de winkel en deze verspreiden doorheen je huis, vooral op haar favoriete plaatsjes.

Deze kan je dan mee verhuizen en eventueel nieuw meubilair mee bedekken.

Doe dit ook in huis, zelfs als je niet gaat verhuizen. Stel dat je eens iets moet wassen, dan is dat allemaal niet erg. De overgang gebeurt dan bijna onopgemerkt voor je kat want zij gaat voornamelijk op haar geurzintuig af om zaken te herkennen.

De transportmand

Zet je transportmand al weken op voorhand klaar op een veilige plaats. Lok haar elke dag in de mand met een lekker snoepje of brokje, doe al eens het deurtje toe, loop even rond en zet de mand weer neer, deurtje open en dan geef je je kat een beloning. Wissel af tussen de tijd dat je rondloopt (binnen/buiten, boven/beneden, met/zonder trappen, met/zonder autorit, in de auto met/zonder motor, enz). Zo is de rit naar je nieuwe thuis maar weer eens een leuke training. Zoals jullie weten, zijn wij megagrote fan van de Sandy transportmand van Zooplus.nl. Die hebben de perfecte vorm zowel als slaapmand, als transportmand.

De verhuismannen

Ja, die zijn scary, dus zet je kat in een veilige, afgesloten ruimte waar ze alles heeft wat ze nodig heeft en ze niets moet meemaken van de verhuis zelf. De stress van deze kleinere ruimte weegt niet op tegen de stress van voor de voeten van de verhuizers te lopen. Je hoeft je dan ook geen seconde zorgen te maken om hen.

De voorbereiding van het nieuwe huis

Probeer je nieuwe huis zo goed mogelijk al in te richten en alles voor de kat klaar te zetten alvorens haar binnen te brengen. Over de kartonnen dozen moet je je geen zorgen maken, dat zal ze geweldig vinden om op en in te kruipen 🙂 Plak zeker ook ramen tot op de grond af, zodat ze niet plots oog in oog staat met een buitenkat.

De ontmoeting met de nieuwe ruimte

Hier zijn meerdere mogelijkheden. Als je een zelfzekere kat hebt, kan je haar in de living zetten en ineens het hele huis geven om te ontdekken. Heb je een katje dat het wat moeilijker heeft, dan zet je haar in één kamer met alles wat ze nodig heeft, en geef je haar daar alle tijd tot ze zich beter voelt.

In beide gevallen ga je als volgt te werk: je zet de transportmand neer, zet alles open zodat de kat er op haar eigen tempo kan uitkomen. Nu negeer je haar compleet. Zij moet nu echt alleen gelaten worden om alles af te snuffelen, te onderzoeken, te bekijken en vooral in te schatten of er bedreigingen zijn. Ze zal ook onderzoeken waar alle bronnen staan dus het is belangrijk dat dit ook al allemaal klaar staat.

Als je katje tot nu toe nog maar één ruimte had, wacht je eventueel een dagje af tot ze zich weer ok voelt, en dan zet je de deur naar de rest van het huis open.

Hoe weet je wanneer ze klaar is? Dat weet je wanneer ze zelf weer contact met je komt zoeken. Hou je wel aan onze regels zoals natuurlijk gedrag en subtiele stress negeren.

 

Bron: Anneleen Bru ‘I love Happy Cats’
#felinova

Katten zijn zo ontzettend goed, noem het MEESTERLIJK in het verschuilen van pijn.

Waarom? Omdat katten van nature solitaire jagers zijn. Ze zijn volledig van zichzelf afhankelijk om zich veilig te stellen. Als je in het wild gaat manken of gaat tonen dat je verzwakt bent, dan word je geviseerd en kan dat jouw einde betekenen.

Je kat is geprogrammeerd om geen pijn te laten zien.

Het enigste dat we hebben: ons buikgevoel en de observatie van een mini mini mini verandering in hun gedrag.

Vaak is het heel subtiel:
“Ja, ze gedraagt zich een beetje stiller dan normaal”
“Ze heeft op bed geplast, dat doet ze normaal nooit”
“Hij beet gisteren plots agressief in mijn benen, ik verschoot nogal want zo ken ik hem niet.”

Of soms zelfs zo duidelijk maar toch zonder alarmbel:
“Mijn kat pist al 7 maanden buiten de bak, ik word er helemaal zot van, het moet stoppen of ze moet weg!!”
“Mijn kat miauwt al weken met een vlijmscherp gemiauw, ook wanneer we in een andere ruimte zijn”

Je kat kan hoge levels pijn verdragen zonder een kick te geven, dus de moment dat een gedragsverandering zichtbaar wordt, is het vaak al een stap te ver en gaan ze door vreselijke pijn. En wij nemen een pijnstiller bij een beetje hoofdpijn, je kat heeft geen medicijnenkast, wij zijn haar enige verzorger.

Wat we weten, is dat vele ongewenste gedragingen bij katten worden veroorzaakt door pijn en ongemak.

 

Bron: Anneleen Bru ‘I love Happy Cats’
#felinova

Je kat voelt zich mogelijk bedreigd door enerzijds het zien van buitenkatten en anderzijds omdat die komen binnenstaren. En jij als eigenaar merkt daar niets van. Een typische reactie van een eigenaar: “Oh, maar dat is Jerom van de buren, die komt elke dag goeiendag zeggen. En dan zitten ze wat naar elkaar te kijken.” Dit fenomeen is een grote oorzaak van veel gedragsproblemen bij katten!
Staren is uiterst agressief bij katten, het is écht klinkende ambras maken!

Katten zijn uitgerust met een repertoire aan verdedigingstechnieken om mogelijke bedreigingen op afstand reeds af te schrikken. Het is belangrijk voor hen om alle kansen op een gevecht zo klein mogelijk te houden. Als een kat gewond geraakt, verkleint haar kans op overleven. Dit belemmert haar vermogen om te jagen en kan haar ziek maken. Eén van de eerst gekozen methoden is staren.
Vele eigenaars zijn dan erg bezorgd als ze dit horen. “Oei, maar hoe zie ik het verschil?” “Als mijn kat rondkijkt, voelt ze zich bedreigt?” Uiteraard niet, haar zicht is nog steeds een zintuig dat ze gebruikt om de omgeving rond haar te observeren en er is een verschil tussen kijken en staren. Katten kunnen rondkijken, exploreren, naar elkaar kijken, op een normale manier waarbij de pupillen, de ogen zelf en de snuit ontspannen zijn. Als ze héél relax zijn, laten ze zelfs hun oogjes zachtjes toevallen. Dat is ook een héél leuke voor ons om op te pikken: terugpinken naar je kat. Dan zeg je dat alles goed is, dat jullie elkaar geen kwaad willen doen maar net liefhebben. Dit is het tegenovergestelde van staren. Staren is met wijdgesperde ogen. Van de pupillen kan je niet veel afleiden. Als haar gehele oog zwart ziet, dan vergaat ze van de schrik, maar dat is meestal niet het geval hier. Je kat staat klaar om zich te verdedigen. Hoe small of rond de pupillen staan, hangt vooral af van de lichtinval, dus haar ogen zelf, de randen rond het oog, en hoe gespannen die staan, dat is belangrijker. Een kat die staart probeert tegenliggers weg te jagen. Je kan het vergelijken met klinkende ambras maken, een laaiende ruzie, een vijandige ontmoeting. Maar wij merken dat niet omdat dit meestal geluidloos gebeurt.

De gouden tip

Als je ramen hebt tot op de grond, plak je deze af met licht-doorlatende melkfolie. Je vindt deze in elke bricoleerwinkel. Deze folie aanbrengen op het raam vanaf de grond met de breedte van de rol die je gekocht hebt, maakt een wereld van verschil voor je katten.

Maar mijn kat wil toch buitenkijken?

Dat mag zeker en vast, maar vanop een hoogte. Zet dus altijd een krabpaaltje of tafel of stoel naast het raam met de folie zodat je kat naar buiten kijken wanneer 1, zij het zelf verkiest om naar buiten te kijken en 2, als er een bedreiging is, ze deze vanuit de hoogte observeert, wat voor haar minder bedreigend overkomt.

Heb je ramen in huis waar je kat zicht heeft op andere katten, ook al komen ze niet tot op de grond, kan je nog altijd proberen om deze af te plakken.

Grote voordelen op een rijtje

– voornaamste oplossing bij sproeiende katten
– katten geraken niet meer gestresseerd door het plotse zien van andere katten
– katten worden niet meer ‘bestaard’ door buitenkatten
– buitenkatten worden ontmoedigd om in de buurt te komen, omdat er toch niets meer te zien is, en zullen bijgevolg ook minder aan deuren komen sproeien.
– je vermijdt een belangrijke vorm van agressie tussen je eigen katten, namelijk ‘redirected aggression’ of ‘misplaatste agressie’, waarbij katten hun emotie afreageren op het eerste beste zieltje dat in de buurt is, in dit geval de andere kat.

 

Bron: Anneleen Bru ‘I love Happy Cats’
#felinova

Introductie

Je kat is van nature niet solitair en ook niet sociaal. Hoe komt dat? Onze huistijgers zijn misschien naar solitair geëvolueerd maar dat was vooral omdat ze niet veel keuze hadden. Muizen zijn niet groot genoeg om te delen en als er geen groepen muizen rondlopen, wordt het al helemaal moeilijk om te delen. Als de omgeving echter geoptimaliseerd is, kunnen ze tolerant zijn ten opzichte van elkaar of in vele gevallen zelfs sterke sociale banden opbouwen. Dit laatste is zelfs hetgene waar we van vertrekken, daarom dat we altijd adviseren om kittens per twee te adopteren.

Huiskatten zijn dus solitair bij noodzaak en sociaal bij gelegenheid.

Wat beïnvloedt het ‘sociaal’ zijn van mijn kat?

  1. Karakter
    Katten kunnen aangeboren heel sociaal zijn of helemaal niet sociaal zijn, en alle gradaties die daartussen liggen. Net zoals bij mensen.
  2. Socialisatie
    Wanneer kittens in hun eerste 16 weken met meerdere katten in contact zijn gekomen, ook de niet zo vriendelijke katten, dan leren ze hun sociale skills bijschaven. Ze leren welke signalen een bepaalde uitkomst hebben en leren om te gaan met andere katten.
  3. Aanwezigheid van bronnen = solitaire jager kunnen zijn met vriendjes
    We weten echter uit onderzoek (en ervaring) dat katten onder bepaalde voorwaarden wel sterke banden met andere katten kunnen opbouwen. Deze voorwaarden zijn: voldoende eetlocaties en voldoende schuilplaatsen. Het is dus uiterst belangrijk om katten hierin te ondersteunen, zodat ze tolerant KUNNEN zijn ten opzichte van elkaar. Ondanks dat katten goed overeen kunnen komen, willen ze nog altijd alleen eten, alleen drinken, alleen op de kattenbak, alleen slapen enz. Alles voor zich én alleen. Dan pas kunnen ze andere katten leuk vinden 🙂
  4. Aanwezigheid van schuilplaatsen
    Dit sluit aan bij het vorige puntje. Indien je katten voldoende mogelijkheden hebben om ‘om te gaan’ met spanningsmomenten, dan kan je kat toleranter zijn tegenover andere katten. Ze weet namelijk dat zelfs als er iets gebeurd, ze daar, daar, ginder en daarop weg kan. Hierdoor wordt de omgeving voorspelbaar en veilig. Zaken die je kan voorzien om de omgeving veiliger te maken zijn lage, horizontale krablocaties, hoogtes (vanaf 30 cm) en schuildozen met ofwel 2 ingangen (in een hoek niet tunnelsgewijs), ofwel open langs boven.
  5. Karakter en sociale aard van de andere katten
    Als je een kat samenzet met een andere supersociale kat, zal haar gedrag uiteraard anders zijn, dan moest je haar samenzetten met een despootkat. Dat is een kat die van nature onder geen omstandigheden met andere katten om kan gaan.
  6. De introductie
    Katten die elkaar voor de eerste keer zien, zijn van nature automatisch vijanden. Waarom? “Het is ieder voor zich, en die andere kan mij verwonden.” Daarom mag je 2 katten nooit zomaar bij elkaar zetten. Dat is zowat het ergste dat je kan doen. En ja, misschien heb jij ooit geluk gehad en kwam het wel goed, maar Anneleen van felinova begeleidt al 10 jaar mensen die het ook zo gedaan hebben waardoor hun katten elkaar zowat afmaakten, en alle mogelijke gradaties die ertussen kunnen zitten. Zelfs al maken ze elkaar niet af, de kans is belachelijk klein dat ze in dezelfde groep terecht komen. En dat wil je wel proberen. Je katten hebben nood om geleidelijk aan en aan de hand van positieve associaties elkaar te leren kennen.
  7. Individuele ‘klik’ met andere katten
    Bowen & Heath maken in hun boek ‘Behaviour Problems in Small Animals’ (2005) een mooi overzicht van 5 soorten relaties die katten onderling kunnen hebben.
  8. Paartje: 2 katten die in dezelfde sociale groep zitten
    Kliek: Meer dan 2 katten die in dezelfde sociale groep zitten
    Social Facilitator: kat die vriendschappelijk gedrag vertoont naar alle katten, ook katten die onderling niet in dezelfde sociale groep zitten.
    Satelliet: Kat die geen vijandig maar ook geen sociaal gedrag vertoont naar andere katten, is liever op zichzelf.
    Despootkat: wil onder geen omstandigheden met andere katten samenleven, zal zijn territorium actief verdedigen. Is meestal héél zelfzeker en is een zalige kat om met mensen (of in sommige gevallen honden) samen te leven.

Het is niet echter niet omdat je kat in dezelfde sociale groep zat met een andere kat, dat die dat met alle katten zal hebben. Wil je graag weten of jouw katten in dezelfde sociale groep zitten? Anneleen van Felinova heeft hier twee oefeningen voor ontwikkeld voor klanten over de jaren heen, zodat je aan de hand van een ‘sociale score’ en een ‘vijandige score’ meer inzicht kan krijgen in de relatie tussen je katten. Bij deze post kan je het hoofdstuk ‘Sociale relaties uitrekenen’ met de bijhorende instructies uit het ‘I love Happy Cats – Werkboek voor een gelukkige kat’. terugvinden.

#felinova

Waarom speelt mijn kat niet graag met speeltjes die op de grond liggen?

Spelen in al zijn vormen is belangrijk om stress te ontladen, de kat af te leiden van mogelijke stress situaties, om hen fit te houden en vooral omdat het uitlokken van natuurlijk gedrag de kat gelukkig maakt. Ze doet datgene waar ze voor gemaakt is om te doen. Eigenaars antwoorden dan wel eens gemakkelijk dat hun kat niet graag speelt. Maar… Je kat is een geboren jager, die wil graag spelen. En spelen is iets dat katten in verschillende vormen kennen. We onderscheiden om te starten 3 verschillende soorten spelen waarbij katten binnen deze drie vormen nog eens tal van individuele voorkeuren kennen:

1. Sociaal spel

Katten spelen onderling. Ze oefenen tal van gedragingen die ze later goed onder de knie moeten hebben om te overleven zoals vechten en jagen. Als ze klein zijn, dan is spelen een superbelangrijk onderdeel van het dagelijkse gedragsrepertoire van kittens maar ook naarmate ze ouder worden en zich in dezelfde sociale groep bevinden, is het spelen met andere katten een geweldige vorm van vriendschappelijk gedrag, sport en oefening voor katten. Sociale groepen kunnen pas gezond groeien wanneer wij hen ondersteunen met overvloed aan bronnen, niet alleen in hoeveelheid maar vooral ook in locaties.

2. Locomotorisch spel

Je kent het wel: ‘mijn kat loopt als een gek door het huis’, dat zijn die momentjes. Katten spelen met hun omgeving. Ze klimmen, springen, krabben, lopen en huppelen als een zot rond. Katten houden enorm van vrije hoogtes, krabben aan alle hoekjes en kantjes, en exploreren achter en in kasten. Daarom adviseert Anneleen van Felinova om katten dit zoveel mogelijk gewoon te laten doen. Het duurt meestal niet lang, maar laat ze gewoon even gaan kijken in die kast, in die doos of achter de tv, ze zijn er zo weer vanachter!

3. Jachtspel

We gaan het later in de challenge nog hebben over jachtspel, maar bij deze het antwoord op de titel van dit bericht: Katten spelen uiteraard ontzettend graag met prooien. Ze zijn geprogrammeerd als koppige, opportunistische en uiterst sluwe, doch niet altijd zo succesvolle jagers. Elk bewegend of frutselend dingetje moet eraan geloven. Toch zijn hier nog héél wat misverstanden over. Eigenaars zeggen namelijk (zeer) vaak: “Kijk eens hoeveel speelgoed onze poes ter beschikking heeft, en toch speelt ze er nooit mee!” Dit gaat dan meestal om een heleboel speeltjes die op de grond liggen. Dit is dan heel normaal dat de kat er niet zoveel aandacht voor heeft. Het is namelijk zo dat katten prooigewenning kennen. Dit is ook uitgebreid wetenschappelijk onderzocht. Katten zijn niet erg geneigd om te jagen achter iets dat ten eerste stil ligt, ten tweede niet ruikt naar een prooi en ten derde al eens doodgemaakt is. Het is daarom erg belangrijk om regelmatig en eigenlijk zelfs dagelijks af te wisselen en ervoor te zorgen dat de kat die prooi zelf niet in gang moet trappen. Beweging en geuren zijn het belangrijkste om een kat in gang te krijgen. Kleuren doen er echt niet toe, dus kies gerust iets dat je mooi vindt en dat bij je interieur past.
Afwisseling is superbelangrijk!
Daarom raadt Anneleen van Felinova eigenaars aan om twee zaken aan te leggen:

  1. Speelagenda aanleggen

Door een planning op te maken in welke ruimte je welk speelgoed kan voorzien op elke dag van de week, krijg je een overzicht van wat je nu eigenlijk in huis hebt, kan je bekijken of het uitdagend genoeg is inzake geuren, structuur en geluid. Je kan dan per ruimte een speelkoffertje aanleggen indien gewenst.

  1. Speelkoffer

Je kan een speelkoffer aanleggen per dag, per geur, per ruimte of zelfs per kat. Het moet gewoon een goed afgesloten doos zijn. Hier steek je een nylon sok in met kattenkruid en/of valeriaan, die zorgt ervoor dat deze geuren constant in de speeltjes trekt. Zo blijven de speeltjes goed geuren. Waarom een sok? Je mag het ook zo proberen maar dan gaat héél je huis volliggen.

 

Bron: Anneleen Bru ‘I love Happy Cats’
#felinova

Wat is nu je kat haar grootste liefde in huis? Waar houdt ze van, boven al de rest? Echt wel randen. Wat je ook in huis aanwezig hebt, vanaf dat je een doos, een mandje of een wasmand hebt staan, wie kruipt erin? Jouw kat? Herken je het?

Waarom randen?

Katten zijn mesopredators, dat betekent dat zij niet alleen jagen maar dat er ook op hen gejaagd wordt. Dat samen met een solitaire jager zonder groep te zijn betekent dat zij zichzelf constant in veiligheid moeten kunnen brengen en op uitkijk willen staan. Eender welke betrouwbare plaats in huis waar ze in kunnen springen en die een rand voorziet waar ze hun poep kunnen tegenhouden, is superveiling. Het betekent namelijk dat er niemand je langs de zijkant kan aanvallen. Tegen dat er iets gevaarlijk in je mand is geklommen, ben jij er al lang uit.
Katten houden van randen om te schuilen, om op uitkijk te staan, om naar toilet te gaan, om te slapen, om bij de dierenarts onderzocht te worden.

 

Bron: Anneleen Bru ‘I love Happy Cats’
#felinova

Socialisatie bij kittens is één van de belangrijkste periodes in het leven van een kat, waar ze alles leren dat ze later gaan meemaken. Het is belangrijk om kittens een actieve socialisatie te geven, zodat je katje later kan uitgroeien tot een emotioneel sterk dier.

Kneedbare kittens

De eerste 4 levensmaanden, de socialisatieperiode, leggen de basis voor de toekomst. Socialisatie is het proces waarbij een jong dier soortgenoten en andere diersoorten (waaronder de mens 😉) met wie het samenleeft leert (her)kennen en ermee omgaan op een sociaal gepaste manier, met alle prikkels en ervaringen die daar bij horen.

Dit gebeurt allemaal in de zogenaamde gevoelige periode, waarin de hersenen heel “kneedbaar” zijn. Bij kittens kunnen we die onderverdelen in een vroege (2 tot 8 weken leeftijd) en een late periode (9 tot 16 weken leeftijd).

Twee belangrijke fases waarin kittens leren  wat ‘normaal’ is en wat ze dus ook later als ‘normaal’ zullen beschouwen. Dan zoveel mogelijk positieve ervaringen opdoen vergroot hun aanpassingsvermogen en maakt ze stressbestendiger. Het is de sleutel tot een succesvol en gelukkig kattenleven 😊!

Aangename kennismaking!

Uiteraard bepalen onder andere genen, aangeboren instincten en karakter voor een groot deel het gedrag van een kat. Maar in de socialisatie spelen wij wel een cruciale rol!

Kittens moeten allereerst gesocialiseerd worden aan hun eigen soortgenoten. Meestal zorgen de nestgenoten en de moeder hier voor een heel deel voor. Maar denk eens aan weeskittens… Voor hen (maar eigenlijk voor alle kittens) is contact met andere sociale volwassen katten aangewezen.

Kittens moeten leren wat gepast kattengedrag is. Wat is de grens tussen spel en agressie, hoe zeg ik goeiendag aan een andere kat, hoe maak ik op een gepaste manier duidelijk dat ik iets niet zo fijn vind, …?

Hiervoor hebben ze een voorbeeld nodig. En hoe hard wij ook ons best zouden doen, een kat en kattentaal nabootsen, dat zullen wij nooit helemaal kunnen 😊. Daarom is het zo belangrijk om ze lang genoeg in het nest te laten. Uiteraard tot 12 weken leeftijd, want dat is het beste en werd ook wettelijk verplicht vanaf oktober 2019 in België! Want er valt zoveel te leren!

Ten tweede is het aan ons ze te socialiseren aan mensen. En liefst verschillende ‘soorten’: kinderen, mannen en vrouwen, mensen met een bril, …. Dit door ze dagelijks zachtjes te manipuleren en geleidelijk menselijke handelingen (vb. kammen, transport in de kattenmand, medische verzorging, ….) en onze huiselijke omgeving (vb. geluiden, materialen, andere huisdieren, …) te introduceren.

Socialisatie ligt voor een deel in handen van de fokker, maar ook na de (liefst 12) weken in het nest, moet dit verder gezet worden. Het is niet de bedoeling de kittens te overstelpen met toeters en bellen, wel om hen leuke, positieve ervaringen te laten opdoen op hun eigen tempo.

Leer kittens dus vanaf de eerste levensweken op een leuke manier hoe de wereld eruit ziet. Zo zullen ze uitgroeien tot katten met veel minder stress en gedragsproblemen , en zal de band met jou als eigenaar alleen maar versterken!

 

Wist je dat voeding een grote rol speelt in het gedrag van je kat? Het is een basisbehoefte die ze, net als mensen, nodig heeft om te overleven. Voldoende, vrij beschikbare en toegankelijke voeding is erg belangrijk voor de gemoedstoestand van je kat.

Het niet optimaal aanbieden van voeding voor je kat is vaak een bron van stress en zelfs ongewenst gedrag. Het buffet is geopend maar andere katten in huis blokkeren de toegang, schrokgedrag, nachtelijke miauwpartijen voor wat lekkers, bedelen als je na een lange dag zelf even rustig aan tafel zit? Nee, da’s niet ok.

“Mijn kat miauwt, dus ze heeft honger”

Op stip nummer 1 der misverstanden bij de kat. Wat je kat eigenlijk doet met het miauwen, is jou trainen om haar iets lekkers te geven. Van het hele arsenaal geluidjes kiest ze datgene waarop jij het felst reageert. Schattig maar slim, want voor je het weet ben je 24/7 paraat voor de grillen van je kleine maat. Voorspelbaarheid in de vaste dagelijkse eetroutine is een belangrijke pijler om bedelgedrag tegen te gaan. Voerpuzzels bieden afwisseling en houden je katten bezig doorheen de dag. Op deze manier kan je permanent voeding aanbieden, zonder dat ze gaan schrokken of te snel hun voeding binnen krijgen. Geef niet toe aan het bedelen van je kat, het enige wat je dan doet is dit gedrag in stand houden. Je voelt het al komen: dit gedrag niet meer belonen met aandacht en eten is de boodschap.

“Dikke katten zijn lui”

Bewegen met overgewicht is niet fijn. Zelfs pijnlijk. De kat als topteenloper weet daar alles van. Die extra kilo’s krijg je niet meer veilig op de krabpaal of wandplankjes. Van de slaapplek tot het eten en terug wordt de nieuwe routine, niet door “lui” zijn maar door pijn: het begin van een neerwaartse spiraal met meer eten en minder calorieverbruik die vaak eindigt in verlamming en vroegtijdig overlijden. Gezonde voeding en voldoende beweging gaan hand in hand. Laat haar meer bewegen, zowel voor haar eten (locaties, hoogtes) alsook doorheen de dag door alle bronnen ver uit elkaar te zetten en 3 tot 5 keer per dag te spelen met de hengel op een manier dat voor haar comfortabel is. Start daarom tijdig een gezondheidsplan op met je dierenarts en eventuele cat coach.

“Reclames zijn de norm”

Last but not least: laat je niet vangen door het “ideaalbeeld” van reclamespots. Een nest schattige kittens die samen uit eenzelfde eetkom smullen of aanvullend voer dat afgebeeld wordt als complete maaltijd: blijf je bewust van wat je je kat geeft. Voorzie minstens 1 aparte eetplaats per kat en geef een compleet kattenvoer om voedingstekorten te voorkomen. Bespreek dit met je dierenarts.

Waar onze viervoeter vroeger zelf op jacht ging en haar dieet kon variëren, bepalen wij als eigenaar nu wat onze kat eet. Iedereen heeft in de supermarkt wel eens naar de voedingstabel of calorieën gekeken, maar doe je dat ook voor je kat? Omdat geen 2 brokjes hetzelfde zijn, is het superbelangrijk je te houden aan de vermelde portiegroottes. Deze verspreid je doorheen het huis in meerdere antischrokbakjes. En tafelrestjes? Voltooid verleden tijd.

Natuurlijk is af en toe een snoepje helemaal ok. “Met mate” is hier de sleutel. Je kat zal je dankbaar zijn. Je kan hiervoor ook gewoon een andere brok gebruiken, i.p.v echt snoepjes. Geef hen dit niet zomaar maar verstop ze, gooi ze weg zodat ze erachter moeten gaan of verstop ze in een opgefrommeld krantenpapier.

Uit wetenschappelijk onderzoek is zelfs gebleken dat katten die niet overstelpt worden met een teveel aan lekkers, méér affectie tonen naar hun eigenaar. Say what? Knuffeltijd!

Wist je dat plots vermageren of verdikken vaak een medische oorzaak heeft of stress gerelateerd is? Wees er tijdig bij en plan een ritje naar de dierenarts eventueel gevolgd door een cat coach in jouw buurt.

#felinova

Hoe bereid ik mijn kat het beste voor op de komst van een baby?

De kat wegdoen?

Hier vechten we al jaren tegen. Dokters die je zeggen dat je je kat moet wegdoen. Schoonouders die je zeggen dat je je kat moet wegdoen. Waarschijnlijk met de beste bedoelingen, maar eerlijk, wat een onzin. Nee, je hoeft je kat niet weg te doen wanneer je zwanger wordt. Moet je oppassen voor toxoplasmose? Zeker en vast, maar dat is niet moeilijk en de grootste risico’s hebben niets met jouw kat te maken. Maar als we het er dan toch over hebben: het risico zit hem in het volgende:

– als blijkt dat je niet immuun bent tegen de ziekte
– het risico heerst vooral bij jonge katten omdat een kat maar éénmaal in haar leven besmet wordt met deze parasiet en het is in die eerste weken dat er kans bestaat op besmetting.
– uitwerpselen die ouder zijn dan 24-48u zijn gevaarlijk

DUS: als je je kat al langer dan 6 maanden in huis hebt, de kattenbakken elke dag door je lief laat uitscheppen, is er helemaal geen probleem. Was je handen regelmatig. Laat je testen bij de dokter, wie weet heb je de ziekte ooit al gehad en ben je er immuun tegen. Maar zelfs als dat niet het geval is, zijn er héél wat andere zaken die je moet doen om je te beschermen tegen toxoplasmose en dat is NIET je kat wegdoen. Helaas horen we het nog regelmatig…

Voorbereidingen in huis

Preparation is key! De sleutel zit hem in het voorbereiden van je kat maanden voor je baby er is. Is de kat nog steeds welkom in alle ruimten en mag hij/zij een actief deel uitmaken van de opvoeding van de kleine? Of verban je hem/haar liever naar het kleinste zolderkamertje?

Eerlijk, jij kan daar nu niet op antwoorden. Jij kan helaas nu nog niet zeggen hoe jij gaat zijn en denken als moeder en wat al die hormonen met je gaan doen. Dus hoe beter je voorbereid bent, hoe minder mumzilla je je zal gedragen eens de baby er is! Je zal je handen vol genoeg hebben 🙂

Voorzie maanden op voorhand al Zwitsal geurtjes, afsloten ruimten (met voldoende alternatieven elsewhere), babybedjes enz zodat je kat langzaam aan kan wennen aan de nieuwe spullen. Beloon hem/haar actief met elk actief contact dat hij/zij maakt met de nieuwe spullen.

Is mijn kat dan niet jaloers?

Als er zich ongewenst gedrag voordoet na de komst van een baby, ga je kat dan niet vermenselijken. Hij/zij heeft het gewoon moeilijk met de verandering in zijn/haar leefgebied, in de serieus veranderde dagelijkse routine én het feit dat jullie je plots héél raar en abnormaal gedragen. Hoe zou je zelf zijn. Je kat is niet jaloers, gewoon verward door alle veranderingen. Geef hem/haar tijd en alle TLC die je nog over hebt.

Strategie?

Het is belangrijk om maanden en weken voor de komst van de baby ervoor te zorgen dat te midden van alle nieuwe spullen, je kat zijn/haar territorium nog altijd perfect 100% betrouwbaar kan betreden en gebruiken.

– Zet dus nieuwe eetplaatsen op veilige verborgen plaatsen (in de hoogte), ver weg van de baby zijn bedje.
– Zet een extra kattenbak op zolder, zodat hij/zij daar kan gaan, indien nodig.
– Probeer in de mate van het mogelijke je kat niet weg te jagen en eerder zaken die je niet wil onmogelijk te maken zoals de babykamer afsluiten, zaken opbergen enz.
– Wil je de babykamer afsluiten, doe dit dan permanent en train je kat hiervoor. Hoe? Door ten eerste de bronnen die hij/zij normaal in deze ruimte heeft ook op andere plaatsen aan te bieden. Vanaf je ziet dat hij/zij hier gebruik van maakt, neem je dit geleidelijk aan weg uit de babykamer en als alles weg is en je merkt dat hij/zij hier niet zo vaak meer komt, sluit je de deur. Normaal gezien mag dit geen probleem meer zijn.
– De spullen van de baby zijn tevens ook geweldige kattenspullen, bereid je voor op het feit dat minimaal de helft ingepalmd zal worden. Wapen jezelf met fleecedekentjes om erover te leggen en bezorg je kat nóg interessantere slaapplaatsen dan degene die je voor de baby voorzien hebt. Beloon je kat met aandacht en snoepjes als hij/zij gebruik maakt van de zaken die voor hem/haar bestemd zijn en negeer hem/haar compleet bij gebruik van de babyspullen.
– Straf de kat nooit en keep it fun & happy!

En de baby zelf?

Als de baby mocht kiezen, dan wordt die beste vriendjes met je kat. Opgroeien met een huisdier is één van de meest geweldige privileges dat je je kind kan geven. Ze leren compassie, liefde, troost en dat allemaal van een klein harig wezentje, geweldig toch. Nog een paar tips?

– Laat je man of ouders een doekje van het kindje mee naar huis brengen en bied het aan, samen met een lekkere beloning. Herhaal dit zoveel als mogelijk. Is geen evidentie maar probeer het toch maar.
– Beloon elk contact met het kindje door te belonen.

Heel veel moed, succes met het slaaptekort en vooral, geniet ervan!

 

#FELINOVA

Onzindelijkheid bij katten is het meest voorkomende ongewenst gedrag en als gedragstherapeut heeft Anneleen honderden cases van dichtbij mogen analyseren. Wat haar hier opvalt (en nog steeds) is hoe het probleem reeds begint bij eigenaars die niet weten met welk ongewenst gedrag ze nu écht te maken hebben. Een verkennend telefoongesprek kan letterlijk 20 minuten over ‘plassen’ gaan, tot ze dieper ingaat op het gedrag en dan blijkt gewoonweg dat de kat sproeit. Vanaf de moment dat er urine mee gemoeid is, lopen de interpretaties gemakkelijk mis. Het is dus in eerste instantie belangrijk om te weten dát er een verschil bestaat tussen plassen en sproeien. Ontelbare keren heeft Anneleen het volgende verhaal gehoord: “En ik heb al veel geprobeerd hoor! Ik heb ook al de kattenbak op de plasplaats (lees: sproeiplaats) gezet, maar dan begon ze ineens ook op andere plaatsen nog meer te urineren.” Wat gebeurt er logischerwijze? De kat sproeit ergens vanuit een stressgevoel, de eigenaar verhuist de kattenbak van een veilige plaats naar de sproeiplaats (want ze vonden daar urine) en bijgevolg gaat de kat naast het sproeien ook buiten de bak plassen. Uiteraard, want ze had net aangegeven dat ze zich op die sproeiplaats niet goed voelde…

Daarom leggen we je graag het verschil uit! Eens je als eigenaar duidelijk het verschil kent, wordt ook duidelijk waarom een kat dit doet en kunnen de juiste maatregelen genomen worden.

Het verschil tussen plassen en sproeien

Plassen interpreteren we in grote lijnen als een synoniem voor de kattenbak. De kat vind jouw poging niet voldoende, er is iets mis met de kattenbak, de grootte, de schoonheid, de locatie, de aantallen, de veiligheid, enz.

Sproeien is een communicatie- en/of stress-signaal. De kat communiceert naar zichzelf en naar anderen verschillende boodschappen zoals seksuele beschikbaarheid en waarschuwingen. Simpelweg om andere katten te vinden of uit te weg te gaan. Anderzijds betekent sproeien dat de kat zich niet goed voelt. Dat kan pijn zijn, maar vooral ook: onveilig, onvertrouwd, scary!

In de tabel zie je de uitleg mooi gegroepeerd.

En om het helemaal moeilijk te maken, heb je ook katten die al sproeiend plassen en katten die missen tijdens het sproeien waardoor het gesproei op de grond terecht komt :).

In beide gevallen zijn er oplossingen, maar die kunnen zeer verschillend zijn, dus het is belangrijk om eerst de situatie goed te bekijken vooraleer naar conclusies te grijpen. Observeer, bekijk, hou bij in een dagboek. Maar wat je ook observeert, het allereerste dat je regelt voor je kat is een ritje naar de dierenarts. De meeste onzindelijkheidsproblemen, zowel plassen als sproeien wordt veroorzaakt door een medisch probleem. Laat dus bloed, urine en eventueel verdere testen afnemen bij je kat, je wil 100% zeker zijn. Je kat laat immers geen pijn zien, weet je nog! Enkel een afwijkend gedrag zoals plassen of sproeien.

Iedereen die ooit een blaasontsteking gehad heeft, kan zich letterlijk inbeelden hoe ontzettend belangrijk dit is!