KONIJN

 

Konijnen zijn van nature uit sociaal en houden van gezelschap van hun soortgenoten. Goede combinaties zijn een gecastreerd mannetje en een gesteriliseerd vrouwtje of 2 gesteriliseerde vrouwtjes. Niet gecastreerde mannelijke dieren gaan steeds vechten. Castratie kan hier de oplossing bieden. Indien u geen 2 konijnen kan adopteren, is het van groot belang uw konijntje zo veel mogelijk te laten spelen zodat het zich niet verveelt.

Hou er sowieso rekening mee dat je bij de aanschaf van een konijn een diertje in huis haalt waar je 8-12 jaar goed zal moeten voor zorgen!

Konijnen moeten altijd beschikking hebben over vers water, hooi, een schuilplaats en eventueel een kattenbak. U kan uw konijnen vrij in huis laten rondlopen. Aangezien konijnen graag overal aan bijten, moet je wel zorgen dat ze niet aan elektrische kabels kunnen knagen. Oude handdoeken of dekens, of zelfs een klein zandbakje gevuld met aarde of schors kan uw konijn helpen zijn normale graafgedrag uit te voeren indien hij/zij binnen gehouden wordt.

Binnenkonijnen worden best op kranten, gerstestro, aubiose of ecobed gehouden. Zagemeel of houtkrullen op basis van den of ceder zijn giftig en moeten vermeden worden. De bedding moet altijd proper en droog zijn.

Konijnen hebben beweging nodig, binnenkonijnen kunnen als speelgoed plantenpotten, buizen of dozen aangeboden krijgen.

Binnenkonijnen moeten in het koelste en minst vochtige deel van het huis gehouden worden. De ideale kamertemperatuur voor konijnen is 15-21°C. Buitenkonijnen moeten in de schaduw kunnen tijdens de zomer en moeten uit de tocht en regen gehouden worden. Waterflessen controleer je elke dag in de winter voor bevriezing!

Neem nooit een konijn aan zijn oren of aan zijn nekhuid! Als de achterpoten vrij bengelen zonder ondersteuning, kan het dier plots bewegen met de achterpoten en zijn rug beschadigen met mogelijke verlamming tot gevolg. De goede manier om uw konijn vast te houden: hou de voorkant van het konijn vast onder zijn borst tussen de voorpoten met de ene hand en ondersteun de achterpoten met de andere hand.

Het is sterk aanbevolen om zowel mannelijke als vrouwelijke konijnen te laten steriliseren, tenzij u wenst te kweken uiteraard. De hoofdreden voor sterilisatie van vrouwelijke dieren is preventie van baarmoederkanker/schijndracht/agressie.  Intacte mannetjes hebben meer kans om gedragsproblemen te ontwikkelen (vechten, bijten, sproeien). Hun urine kan bovendien vrij sterk ruiken.

Gras en hooi moeten de basisvoeding vormen en deze moeten op elk moment van de dag beschikbaar zijn. Een vezelrijk dieet is van levensbelang ter preventie van tand- en maagdarmproblemen. Water moet steeds vers en proper beschikbaar zijn. Een konijn drinkt tussen de 50-100 ml/kg/dag.

Wat bijkomend mag gegeven worden: broccoli, chicorei, snijbiet, peterselie, waterkers, selderijbladeren, andijvie, radichhio, zuring, basilicum, wortelloof, bietenloof, paardenbloemen, … Zeker in het wild geplukte kruiden zoals paardenbloemen best eerst wassen!

Korrels of droge voeding kunnen als aanvullende voeding gegeven worden. De aanbevolen hoeveelheid is ongeveer 20 gram korrels per kg lichaamsgewicht per dag. Het is hierbij belangrijk een korrel te kiezen waarbij ze niet enkel de lekkere stukjes eruit kunnen selecteren. Bij dierenzaken zijn ontzettend veel soorten voeder te koop, maar de meest geschikte is zeker nog altijd de “saaie” staafjes.  Bij gemengd voer (met allerlei extra’s, zoals graan, snoepjes…) zijn de konijnen veel te selectief, en laten meestal deze staafjes liggen, terwijl daar wel de meeste goede voedingsstoffen inzitten.

Dus liever dit:

 

 

 

 

 

En niet dit:

 

 

 

 

 

De meeste snoepjes uit de handel zijn te rijk aan suikers en vet, dus is het best om deze te vermijden.

Konijnen houden van knagen dus takken van appel- of perenbomen of van een wilg mogen gegeven worden.

Plotse wijzigingen in het soort voer dat u geeft moeten ook altijd vermeden worden aangezien dit kan leiden tot verteringsproblemen.

Het is aan te raden uw konijn te laten vaccineren tegen myxomatose en viraal hemorrhagisch syndroom (rabbit haemorrhagic disease, RHD-1 en 2).

Myxomatose

Dit virus wordt verspreid via stekende insecten (vlooien, muggen, …) ofwel via direct contact met een ziek konijn. Symtomen zijn zwellingen ter hoogte van de oogleden, oorbasis en geslachtsdelen. De ogen zijn vaak volledig dicht gezwollen en vertonen etterige uitvloei. Andere mogelijke symptomen zijn huidknobbels en longontsteking. Er is helaas geen specifieke behandeling tegen deze ziekte.

Voor vaccinatie tegen myxomatose gebruiken wij nobivac myxo-RHD. Een basisvaccinatie bestaat uit een eenmalige dosis vanaf de leeftijd van 5 weken. Hervaccinatie dient jaarlijks te gebeuren.

Voor vaccinatie tegen myxomatose hebben wij ook RIKA-VACC MYXO beschikbaar. Een basisvaccinatie bestaat uit een eenmalige dosis vanaf de leeftijd van 10 weken. Hervaccinatie dient wel om de 6 maanden te gebeuren.

Rabbit haemorrhagic disease

Ook dit virus kan overgedragen worden door insecten of door contact met besmette konijnen of door contact met besmette voorwerpen (schoenen, kleding) of voeding (geplukt gras of paardenbloem langs de kant van de weg!). De ziekte verloopt zeer snel en meestal is het enige symptoom het plotse overlijden van het konijn. In sommige gevallen vertonen zieke dieren stuipen of een neusbloeding. Typisch is dat konijntjes onder de 6 weken niet vatbaar zijn voor RHD. Er is ook helaas voor deze ziekte geen specifieke behandeling.

Voor vaccinatie tegen RHD-1 en-2  gebruiken wij filavac VHD K C+V. Een basisvaccinatie bestaat uit een eenmalige dosis vanaf de leeftijd van 10 weken. Hervaccinatie dient jaarlijks te gebeuren.

Voor vaccinatie tegen RHD-2 hebben wij ook eravac ter beschikking, maar dit beschermt dan niet tegen RHD-1. Een basisvaccinatie bestaat uit een eenmalige dosis vanaf de leeftijd van 4 weken. Hervaccinatie dient om de 9 maanden te gebeuren.

Voor vaccinatie tegen RHD-1 hebben wij ook nobivac myxo-RHD ter beschikking, maar dit beschermt dan niet tegen RHD-2. Een basisvaccinatie bestaat uit een eenmalige dosis vanaf de leeftijd van 5 weken. Hervaccinatie dient jaarlijks te gebeuren.

Tandproblemen

Een konijntje kan geboren worden met ‘olifantstanden’ (zie foto). De onderste snijtanden staan dan voor de bovenste (ipv erachter). De tanden kunnen daardoor niet afslijten en gaan verkeerd groeien.

 

 

 

 

 

 

De oplossing hiervoor bestaat uit het operatief verwijderen van de tanden. Levenslang bijwerken om de paar weken met een dremeltje kan ook, maar de tanden mogen absoluut niet worden afgeknipt! Ook wanneer er niet genoeg vezels in het dieet zitten, kunnen de tanden op een foute manier groeien. Er moet een belletje gaan rinkelen wanneer het konijn vermagert, overvloedig speekselt of lopende oogjes krijgt.

Vlooien

Net zoals katten en honden kunnen konijnen vlooien krijgen. Let op, vraag steeds raad aan uw dierenarts welke pipetjes u kan gebruiken. Veel pipetjes die gebruikt worden bij honden en katten zijn giftig voor een konijn!

Spijsverteringsproblemen

Er zijn verschillende oorzaken, maar er is 1 belangrijke regel: een konijn dat stopt met eten of plots opvallend rustig is of geen keuteltjes meer maakt, moet altijd beschouwd worden als een spoedgeval.

Encephalitozoönose

Encephalitozoön cuniculi is een parasiet die verschillende ziektebeelden kan geven. De meest gekende zijn het scheef houden van de kop, omvallen en/of evenwichtsproblemen. Een behandeling kan opgestart worden, maar is langdurig en intensief.

Bron: Zorg dragen voor mijn konijn, uitgave MSD Animal Health